30 mei 2024

Politiek leiders geen baas over inlichtingendiensten

 

Politiek leiders geen baas over inlichtingendiensten

Hoofdlijnenakkoord kabinet wil nieuwe veiligheidsorganisatie

Het werk van de Nederlandse inlichtingendiensten AIVD en MIVD wordt in een Geïntegreerde Aanwijzing (GA) gedeeltelijk bepaald door enkele ministers van het kabinet, zo schrijft oud-AIVD’er Hugo Vijver in NRC van dinsdag 28 mei 2024.


Die ministers zijn de Minister-President Dick Schoof, de Minister van BZK en de Minister van Defensie. Waar nodig worden ook de Ministers van Buitenlandse Zaken en van Justitie en Veiligheid betrokken bij de totstandkoming van de GA.

Vervolgens wil Vijver in zijn betoog ons zeer onterecht doen geloven dat ook politieke partijen – hij noemde expliciet de PVV - de geheime diensten zullen gebruiken voor hun eigen politieke agenda. Hij staaft zijn boude bewering met voorbeelden uit landen als Griekenland en Oostenrijk; landen die godzijdank in de verste verten niet lijken op Nederland en zijn parlementaire stelsel. Veiligheidsdiensten uit die landen kunnen zelfstandiger en met minder onafhankelijk toezicht opereren dan de Nederlandse diensten.

De opmerking van Vijver dat premier Dick Schoof naar voren is geschoven door de heer Wilders van de PVV is een pertinente onwaarheid zoals door de kersverse Minister-President tijdens zijn eerste persconferentie meermalen werd benadrukt. "Ik ben niet de PVV-premier, ik ben gevraagd door vier partijen", hieraan toevoegend dat er maar één premier is. Dit mediaoptreden geeft het gezag en de macht van Schoof goed weer en laat ook zien dat hij het werk van de AIVD en MIVD bepaalt en dat niet overlaat aan politiek leiders.


Daarnaast mis ik in het betoog van Vijver de weerbaarheid en weerbarstigheid van de ministers van BZK en Defensie, alsof zij hun diensten AIVD en MIVD zomaar zouden laten werken voor een willekeurige politiek leider. Beide Ministers behouden bovendien zelf de ruimte om deze diensten aanvullend opdrachten te verstrekken De Geïntegreerde Aanwijzing is zeker niet heilig of onbreekbaar, maar diensten werken niet voor individuele ministers, laat staan voor leiders van politieke partijen.

Hoofdlijnenakkoord kabinet wil nieuwe veiligheidsorganisatie

Zorgwekkend is een door Yeşilgöz en Schoof (J&V) langer gekoesterde wens te komen tot een (derde?) Nederlandse veiligheidsorganisatie. Dit blijkt uit de opmerking in het hoofdlijnenakkoord over een gewenst onderzoek naar een veiligheidsorganisatie met taken en bevoegdheden als de Direction générale de la Sécurité intérieure (DGSI) in Frankrijk of de Amerikaanse FBI. De Nationale Extremismestrategie van de NCTV richt zich specifiek op het beschermen van de democratische rechtsorde en het bestrijden van uitwassen van extremisme.

"Komt er een derde inlichtingendienst?"

Zo’n nieuwe gemengde inlichtingen- en opsporingsdienst kan zorgwekkend zijn voor het voortbestaan van de AIVD en MIVD in de huidige vorm. Maar zoals Schoof zei in ‘de Groene’ van 6 maart 2024: "Er zijn allerlei ontwikkelingen in en buiten onze samenleving waar we ons aan moeten aanpassen”.

In dit licht bezien bestaat de kans dat de NCTV een gemengde veiligheidsdienst kan worden met civiele ambtenaren en met personeel met politionele (opsporings-) bevoegdheden. Welke gevolgen dit heeft voor de AIVD, kan alleen hun oud-chef en huidig Minister-President Schoof beantwoorden.

Al met al een gevaarlijke ontwikkeling. Tot nu toe zijn Nederlandse veiligheidsdiensten  en ook de Britse en Duitse, veiligheidsdienst zonder executieve (politie) bevoegdheden. Dat betekent dat er een strikte scheiding is tussen veiligheidsdiensten en politiediensten met executieve (politie)bevoegdheden.

In het oude West-Duitsland werd deze scheiding aangebracht omdat er beslist geen nieuwe Gestapo mocht komen.

Trennungsgebot

De Duitse veiligheidsdienst (BfV) kreeg - net als het Britse MI5 - geen executieve bevoegdheden. De Duitse scheiding van de diensten staat bekend als het Trennungsgebot, waarmee ook de Nederlandse autoriteiten mee uit de voeten konden.

Dreigt hier nu een hellend vlak te ontstaan? Onze nieuwe premier Dick Schoof zei immers al: "Er zijn allerlei ontwikkelingen in en buiten onze samenleving waar we ons aan moeten aanpassen. Neem (bijvoorbeeld) de balans tussen vrijheid en privacy. Die is niet in beton gegoten."

Dit belooft niet veel goeds voor het onderzoek door het kabinet naar een nieuwe Nederlandse veiligheidsorganisatie met taken en bevoegdheden als bijvoorbeeld de FBI, een gemengde veiligheidsdienst met civiele ambtenaren en met personeel met politionele (opsporings-) bevoegdheden voorzien van wapens.

Zal minister-president Schoof onder druk van de 'nieuwe' minister van Justitie en Veiligheid het in beton gegoten Trennungsgebot willen verpulveren en een gemengde inlichtingen- en opsporingsdienst in het leven roepen, of toch besluiten het geweldsmonopolie bij de Nationale politie te laten?

Zal een eerste naoorlogs ultrarechts kabinet een politiemacht belasten om met behulp van inlichtingenmiddelen politiek extremisme te monitoren, politieke activiteiten te controleren en te bestrijden? Een taakuitbreiding van het NCTV wellicht? Niets is in beton gegoten!

 

21 maart 2024

Overheidssurveillance is ook inlichtingenwerk

Bits of Freedom verwart politieonderzoek met discriminatie

In TROUW van vrijdag 23 februari 2024 beticht Lotte Houweling van Bits of Freedom de politie-inlichtingendiensten (ID’en) van ‘schandalige discriminatie’ vanwege onrechtmatig onderzoek naar een hele (etnische) groep, terwijl maar één lid ‘verdacht is’.

Nationale veiligheid

Deze beschuldiging volgt op onderzoek van de toezichthouder op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, de CTIVD, naar sturing door de AIVD op de werkzaamheden van de ID’en. Die diensten moeten, onder aansturing van de AIVD, zicht hebben of krijgen op dreigingen in relatie tot de nationale veiligheid. De politie-inlichtingendiensten mogen dus niet op eigen houtje acteren. Die aansturing kan beter, maar er is geen sprake van discriminatie. Integendeel, de CTIVD beschouwt het inlichtingenwerk van politiediensten als bijzonder waardevol omdat zij gepositioneerd zijn tot in de haarvaten van de samenleving. Daardoor kunnen mogelijke dreigingen tegen de nationale veiligheid vroegtijdig worden onderkend.

Eritreeërs in Den Haag

Volgens de ID’en van de politie kunnen individuele ‘dreigers’ en ‘groepen’ niet los van elkaar worden gezien. Zij kijken dus naar gemeenschappen wanneer daar aanleiding voor is bijvoorbeeld na een dreigingssignaal of een inlichtingenbericht. De urgentie daarvan werd weer eens aangetoond in relatie tot de ongeregeldheden door Eritreeërs in Den Haag. Wanneer de politie lucht krijgt van mogelijke ongeregeldheden door nog onbekende individuen uit een bepaalde gemeenschap, dan is het volstrekt plausibel deze berichtgeving te willen verifiëren binnen die gemeenschap zelf. De CTIVD vindt echter wel dat de keuze waarom en naar welke gemeenschappen wordt gekeken, in alle gevallen transparant en voldoende moet zijn onderbouwd.

Veiligheid 

Hoewel grootschalige ongeregeldheden - geïnitieerd door enkele individuen - de openbare orde ernstig verstoren en de nationale veiligheid in gevaar brengen, noemt Bits of Freedom onderzoeken naar deze groepering discriminatoir en onrechtmatig. Ondanks dat er in Den Haag tientallen politieagenten gewond zijn geraakt door afschuwelijk en onacceptabel geweld, vraagt Lotte Houweling zich af wie ’ons’ eigenlijk beschermt tegen de overheid? “De veiligheid van de een is namelijk lang niet de veiligheid van de ander”.

Inlichtingenwerk 

Maar de oproep van Houweling van Bits of Freedom om nu geheel anders te gaan denken over veiligheid, getuigt van onvoldoende inzicht in de werkwijze van de inlichtingendienstenVoor de fundamenten van onze democratische rechtsstaat is het immers ontzettend belangrijk om te blijven beseffen dat er in uitzonderlijke gevallen en bij voorspelbaar risicovolle situaties ook groepen het onderwerp kunnen worden van overheidssurveillance. Dit soort inlichtingenwerk blijft helaas noodzakelijk.



11 februari 2024

AIVD heeft permanent onderhoud in relatie met politie verwaarloosd

 

AIVD verwaarloosde relatie met politie 

Centrale aansturing weer dringend noodzakelijk

De AIVD heeft in zijn relatie met de politie kennelijk geen, of onvoldoende, (permanent) onderhoud gepleegd. Dit lees ik in een rapport van de CTIVD [1], waarin de (aan-)sturing van en controle op de ID’en van de politie door de AIVD kritisch tegen het licht wordt gehouden. Belangwekkend is de conclusie dat de combinatie van versnipperde verantwoordelijkheid met het gebrek aan gestructureerde vastlegging alsmede een gemis aan professionele begeleiding van managers, te kort schiet.

Bureau Hermandad

Deze conclusies verbazen mij ten zeerste omdat ik in de jaren ’90 van de vorige eeuw mede aan de wieg stond van het BVD-bureau met de naam Hermandad; een bureau dat de dienstbrede communicatie tussen BVD-teams en de politie over uit te voeren werkzaamheden en de controle daarop coördineerde. Een complexe relatie als die tussen AIVD en politie verdient,  zoals lang geleden afgesproken, voldoende en permanent onderhoud. Het Bureau Hermandad van de BVD voorzag daar in.

Onvoldoende controle door AIVD

Inlichtingendiensten van de politie hebben onderzoek gedaan naar specifieke bevolkingsgroepen in Nederland, terwijl dat wettelijk niet mag. Dat het toch gebeurde, komt doordat er door de AIVD onvoldoende zicht en controle is op het doen en laten van de politie inlichtingendiensten. Dat is een conclusie van de nationale toezichthouder op de inlichtingendiensten, de CTIVD. De inlichtingendiensten van de politie doen maar wat. Zo registreren zij bijzondere persoonsgegevens, zoals ras of godsdienst, zonder te kunnen onderbouwen waarom ze dit doen. Effectieve sturing op de inlichtingendiensten door de AIVD is nodig en zelfs wettelijk vereist; maar hier laat de AIVD steken vallen. Hierdoor zijn risico’s op onrechtmatigheden of onzorgvuldigheden ontstaan.

In die jaren ’90 werd de sfeer in de relaties tussen (toen nog) BVD-personeelsleden en de inlichtingenmedewerkers van de ID’en door intensief relatiebeheer steeds beter. Er was onderling afgesproken dat deze niet zo voor de hand liggende relatie (reactieve politie versus proactieve inlichtingenmedewerkers) permanent onderhoud nodig zou hebben. Het verbaast overigens er (pas nu) in februari 2024 een kritisch rapport verschijnt waarin het belang van adequate sturing van en controle op de ID’en van de politie door de AIVD wordt benadrukt.





Wel beleid, geen uitvoering

Verbaasd, omdat ik een verslechtering in de gecontroleerde aansturing door de AIVD eerder had verwacht. Door steeds veranderende operationele taakstellingen en de daarbij behorende werkwijzen van AIVD-teams, alsmede door gebrek aan professionele begeleiding van managers die op het terrein 'samenwerking met politie' over onvoldoende wetsgeschiedenis beschikken, kunnen eenvoudig onrechtmatigheden of onzorgvuldigheden ontstaan. Uit het twee jaar durend CTIVD-onderzoek blijkt dat, ondanks dat er door de AIVD veel aandacht is besteed aan het op orde krijgen van het beleid, verdere verbeteringen noodzakelijk blijven.

In de jaren voor 2022 heeft de AIVD met name ingezet op sturing van de ID’en door middel van de jaarplannen van de ID’en en de halfjaarlijkse evaluatie daarvan. Maar met uitsluitend sturen op jaarplannen is het vereiste leidinggeven tekortgeschoten. Het is immers ook nodig zicht te houden op de feitelijke uitvoering van de taken door de ID’en. Dat toezicht is bij de AIVD te gefragmenteerd belegd. De combinatie van de versnipperde verantwoordelijkheid met het gebrek aan gestructureerde vastlegging, maakt dat de CTIVD concludeert dat er onvoldoende voorzieningen zijn getroffen waarmee grip kan worden gehouden op de verwerking van gegevens door de ID’en.

“De CTIVD merkt hierbij op dat sturing van de ID’en door de AIVD niet uitsluitend ziet op de gewenste bekendheid met processen, opleiding en cultuur van de medewerkers van de ID. Het ziet ook op het monitoren van de beschikbare capaciteit, bevoegdheden en expertise van de betrokken ID’en in verhouding tot de (regionale) onderzoeken die zij uitvoeren”.

Gefragmenteerd toezicht

Resulterend kom ik tot de conclusie dat goede menselijke, collegiale verhoudingen tussen personeelsleden van de AIVD en de ID’en bij de politie op werkniveau alleen niet voldoende zijn. Leidinggevenden van de AIVD moeten voldoende zicht houden en controle uitoefenen op het doen en laten van de regionale inlichtingendiensten. Dat toezicht is thans niet erg geordend. De combinatie van de versnipperde verantwoordelijkheid met het gebrek aan gestructureerde vastlegging roept om een dienstbrede controle en hiërarchisch geregisseerde aansturing.

De instelling van een gemoderniseerde versie van een Bureau Hermandad, zoals die enkele decennia geleden prima voldeed, blijkt opnieuw geen overbodige luxe.

6 november 2023

‘Je doet de deur open en het is een Rus die wil overlopen’

Vrouwen en spionage 


Honeypot of housewife

Als een gesprek gaat over vrouwen en spionage, denken de meeste mensen al snel aan een femme fatale, een Mata Hari-achtige vrouwelijke spionne, onstuimig en – uiteraard – sinister, en die haar vrouw zijn gebruikt om geheimen te stelen. Dit ‘honeypot’-stereotype zou een terugkeer betekenen naar twijfelachtige intriges en stevige spionageverhalen uit de Koude Oorlog. Wel is het zo dat ‘human intelligence’ (HUMINT / spioneren met hulp van mensen) een cruciaal onderdeel van het spionagelandschap blijft, ook nu nog in ons digitale tijdperk. 

Historisch gezien is de meest succesvolle agent als het om vrouwen en spionage gaat, over het algemeen niet een ‘seksbom’, maar eerder de vrouw die op het eerste gezicht juist niet opvalt. Vrouwelijke spionnen maken niet vaak uitsluitend gebruik van hun seksuele aantrekkingskrachten, maar doen hun werk veelal onopvallend. Een vrouw die het huishouden verzorgt, achter de kinderwagen loopt en regelmatig boodschappen doet, kreeg door de Amerikaanse CIA het stempel 'housewife cover' opgedrukt. Het merendeel van deze vrouwen met dit 'cover', waren in feite gewone echtgenotes van de echte diplomaten of zakenlieden die wel spioneerden.

De Koude Oorlog

Tijdens de Koude Oorlog hebben duizenden vrouwen tientallen jaren lang de Central Intelligence Agency (CIA) draaiende gehouden. De belangrijksten waren de vrouwen van mannelijke agenten, die vaak samen met hun echtgenoten een vakopleiding hadden gevolgd, maar daarvoor niet of weinig kregen betaald. Gedurende een groot deel van de Koude Oorlog -  zelfs tot in de jaren tachtig -  werd van vrouwen van politici en diplomaten stilzwijgend verwacht dat ze als fulltime assistenten hun mannen behulpzaam zouden bijstaan, zoals een ‘brave huisvrouw betaamt’. Bij het het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken in het algemeen en bij de CIA in het bijzonder werd bij de beoordelingen van mannelijke diplomaten rekening gehouden met de bereidheid van vrouwen om sociale relaties in stand te houden en etentjes te organiseren, rekening houdend met de hiërarchische positie die hun echtgenoot als 'ambtenaar' in nam.

Caseofficer

Maar de CIA ging verder en verwachtte van deze kosteloze arbeidskrachten ook dat zij gingen fungeren als clandestiene verlengstukken van hun spionerende echtgenoten. Bij de CIA is de formele term voor een spion; ‘caseofficer'. Je taak is in het buitenland te werken en daar informanten en agenten zien over te halen om commerciële- of staatsgeheimen in het verborgene te overhandigen. In deze geheime activiteiten van de ‘case officer’ is een sociale rol van de echtgenoten een voor de hand liggende en natuurlijke rol. Wie kan er op een diplomatieke receptie beter met de echtgenote van een ‘target’ een praatje aanknopen dan een andere vrouw of zelfs haar en haar man uitnodigen voor een etentje? Een eerste voorzichtige stap naar een rekrutering? Vrouwen maakten deze stap aanzienlijk eenvoudiger. Terwijl James Bond-films zich afspelen in casino's en skigebieden, speelt veel spionagewerk zich thuis af, waar een ‘case officer’ privacy heeft en controle kan uitoefenen.

‘Je doet de deur open en het is een Rus die wil overlopen’

De vrouw van een geheim agent, in ieder geval in de tijd van de Koude Oorlog, moest ook weten hoe ze in bepaalde precaire situaties moest reageren. De kans bestond dat er bij het huis van deze agent midden in de nacht, of bij afwezigheid van de agent zelf,  een vreemdeling onaangekondigd opdaagt, met geheimen die hij wil overhandigen. Stel, je doet als diplomatenvrouw de deur open en het is een Rus die wil overlopen, wat moet je dan doen? Daar moet je op voorbereid zijn. Bijvoorbeeld; wie bel je op de ambassade? Hoe versluier jij jouw taalgebruik over de telefoon? Welk codewoord moet je in deze situatie gebruiken?

    Decennia lang was het een publiek geheim dat veel hoge CIA-officieren hun carrière opbouwden met     de hulp van bekwame en loyale vrouwen. In de memoires van William E. Colby, “Honorable Men:        Life In the CIA”, valt te lezen dat hij vol lof is over zijn eerste vrouw Barbara, die tijdens een vroege     uitzending naar Zweden veel deed om zijn ‘cover’ te versterken. Maar ook in Vietnam droeg zij veel        bij aan het werk van haar man en de CIA met haar ‘warme en extraverte persoonlijkheid’ tijdens            diners en recepties.

Vrouwen kunnen geweldig onopvallend spioneren, maar de CIA hield hen niettemin lang buiten de deur wanneer zij te kennen gaven als zelfstandige ‘caseofficers’ het veld in te willen om te opereren. Tientallen jaren lang werd, vooral in door mannen gedomineerde culturen, voetstoots aangenomen dat vrouwen niet konden opereren. Want, wat een huisvrouw ook deed – boodschappen doen, lunchen – het was beslist niet belangrijk, dachten tegenstanders. Maar tegelijkertijd bewees zij het tegenovergestelde. Zoetjes aan werd het 'cover van huisvrouw’ belangrijker en krachtiger. Toch zouden weinigen een huisvrouw verdenken wanneer ‘zíj’, in plaats van haar man, stiekem een bericht uit een geheime plaats zou oppikken. Hoe patriarchaler de cultuur, hoe minder snel een vrouw werd geacht een spionne te kunnen zijn. 

Tradecraft 

In ‘hardship’-landen als de Sovjet-Unie, Cuba en China was het grootste deel van het werk van een buitenlandse 'caseofficer' fysiek, low-tech, uitputtend en tijdrovend. Er werd enorm veel tijd besteed aan het onderkennen en voorkomen van volgacties . Soms moest er een 'dead drop' worden verricht, wat inhield dat er een bericht in een of andere schuilplaats (nepsteen of boomstam of onder een bankje of onder een brug) moest worden gedeponeerd. Soms moest ongezien een gecodeerd signaal worden aangebracht, zoals een krijtstreep op een muur of brievenbus. 


Moeilijker was het uitvoeren van een 'brush contact' of 'brush pass' waarbij een bericht of betaling in een splitsecond ongezien moest worden overhandigd, op bijvoorbeeld een roltrap of bij het naar binnen en naar buiten gaan van een ruimte. Ook niet gemakkelijk was een ‘car tosh’, waarbij de 'case officer' in een fles of ander projectiel een bericht uit de auto gooide, die precies op de goede plek moest 'landen'; in een bosje of in een andere locatie, zodat dit voorwerp later ongemerkt kon worden opgehaald. Er moest veel worden geoefend om deze ‘ouderwetse' tradecraft ongezien te kunnen uitvoeren.

Met een vrouw die assisteerde, waren deze handelingen beter uit te voeren. De vrouw, die onschuldig op de passagiersstoel zat, zou vanuit haar zijraampje minder opvallend een projectiel kunnen gooien. Of wanneer zij de auto bestuurde, kon haar man die car tosh maken op het moment dat de volgauto's door een bocht in de weg hen even uit het oog hadden verloren Niet alleen maakte een vrouwelijke metgezel een man minder opvallend, maar een oplettende vrouw kon ook helpen een 'staart' - een volger of volgploeg- te ontdekken. Vrouwen die op ambassades werkten die continue werden geobserveerd, volgden dezelfde anti-observatietrainingen als hun echtgenoten, en bleken vaak beter in het opsporen van een vermomd sujet. Vrouwen zijn altijd alert op indringers in hun persoonlijke ruimte.

Mike en Shirley; een spionnenechtpaar

Al met al is de aanwezigheid van een competente echtgenote een belangrijke aanvulling voor het werk van een 'caseofficer'. Neem het voorbeeld van Shirley, de vrouw van CIA-agent Mike. Zij en haar man waren een bi-raciaal stel (van verschillende raciale of etnische achtergrond). Voor Shirley was geen enkel aspect van het werk in het buitenland een probleem, zij kon met iedereen omgaan. Ze was in de wolken toen zij hoorde dat zij naar Moskou gingen. Shirley genoot ervan om de Russen voor de gek te houden. "Ik ga met de jongens spelen," zei ze dan tegen haar man, voordat ze in de auto stapte om de volgers en hun auto’s uit de tent te lokken om haar te volgen. Ze kon zich tijdens autoritten met veel plezier uitleven in het afschudden van Russische volgploegen. Mike had dan even zijn handen vrij.


Het werken als een 'verdacht Amerikaans spionnenechtpaar' zorgde in Moskou soms voor een moeizaam huwelijksbestaan aangezien appartementen permanent werden afgeluisterd. Maar er waren ook manieren om dit gebrek aan privacy uit te buiten. Zoals toen op een oudejaarsfeestje Mike deed alsof hij erg dronken was, en Shirley hem moest ondersteunen toen hij naar huis strompelde. Omdat hij wist dat de Russen hem niet alleen volgden maar ook afluisterden, vroeg hij -  met dikke tong sprekend - zijn vrouw in onduidelijke woorden om hem op bed nog een laatste drankje te brengen. De Russische volgers beëindigden de volgcontrole voor die dag  en gingen er bovendien van uit dat ze de volgende ochtend rustig konden uitslapen. In plaats daarvan stond Mike vroeg op en sloeg onopgemerkt zijn slag.

Vrouwelijke 'caseofficers'

Vrouwen kunnen ook prima helpen met het uitvoeren van 'dead drops'. Je kunt vanuit je damestas allerlei attributen zoals een lippenstift laten vallen in de buurt van een ‘dead letter box’ (dlb)[2] om tegelijkertijd snel en ongemerkt een geheim bericht op te rapen. Je kunt een kerk of andere toeristische trekpleister bezoeken. Dus toen Mike onder de ogen van KGB-agenten met veel misbaar foto’s liep te maken va net altaar, maakte Shirley buiten een ommetje en kon zo een 'dead letter box' eenvoudig legen. 

Dit beproefde 'cover voor huisvrouwen' werd zo effectief dat, vrouwen in de jaren zeventig en tachtig eindelijk als betaalde krachten werden aangenomen om spionagewerk te doen, terwijl zij zich als vrouwelijke 'caseofficers' naïef en onschuldig konden blijven voordoen. Soms hielden zij met deze tactiek zelfs andere CIA-vrouwen voor de gek. Een vrouwelijke agent vertelde dat zij op het terrein van de Amerikaanse ambassade een vrouw had zien zonnebaden bij het zwembad. Even was zij jaloers op deze luie vrouw die kennelijk slechts haar man vergezelde op een comfortabele post in een mooi buitenland. Later besefte ze dat het een collega zou kunnen zijn die hetzelfde werk deed als zij.

Tegenwoordig kan de plaats van de 'huisvrouw' door een echtgenoot of door een partner van hetzelfde geslacht worden ingenomen, maar het punt blijft hetzelfde: de beste spionnen zijn degenen van wie je het nooit zou verwachten.

 

 Bron: TIME-Magazine – "Hoe huisvrouwen een cruciale rol speelden in de CIA" – Liza Mundy - 18 OKTOBER 2023 

https://time.com/6324307/housewives-cia-essay/?utm_source=Newswav&utm_medium=Website

Mundy is journalist en auteur van vier boeken in de New York Times, waaronder “Code Girls”. [3]Vertaling in het Nederlands. 




[1] Spionnen zoals wij: hoe werkt het Russische inlichtingennetwerk in heel Europa? Lees verder hieronder!! https://www.euronews.com/2023/08/18/spies-like-us-how-does-russias-intelligence-network-operate-across-europe

[2] Een dode brievenbus is een methode van heimelijke gegevensuitwisseling die wordt toegepast bij spionage. Op een vergelijkbare manier wordt ook vaak het losgeld bij een ontvoering overgedragen.

4 november 2023

Vacatures Russische ambassades: "SPIONNEN GEVRAAGD"


 

De arrestatie van drie Bulgaarse 'sleeper agents'

 “Nu een substantieel deel van de Russische inlichtingenofficieren de afgelopen 2 jaar uit ambassades in Europese hoofdsteden is gezet, heeft het Kremlin zijn toevlucht genomen tot andere methoden om zijn spionagenetwerken in leven te houden.”[1]

De arrestatie van drie Bulgaren in Londen in februari 2023 wegens hun mogelijke aandeel in een Russisch spionagecomplot, legde bloot hoe ver het regime van Vladimir Poetin moet gaan om potentieel waardevolle informatie te verkrijgen, aldus de BBC.

De Bulgaren leefden een onopvallend bestaan, elk met zeer verschillende achtergronden. Zo was Orlin Roussev eigenaar van een bedrijf dat zich bezighield met berichtenverkeer zoals het onderscheppen van communicatie of elektronische signalen. Hij vertelde ook dat hij eerder als adviseur bij het Bulgaarse ministerie van Energie was betrokken. Katrin Ivanova runde een organisatie die diensten verleende aan Bulgaren die in het VK woonden. Dit hield onder meer in dat Bulgaarse landgenoten vertrouwd werden gemaakt met de "cultuur, waarden en normen van de Britse samenleving". De derde Bulgaar, Bizer Dzhambazov, zou volgens eigen zeggen chauffeur zijn voor ziekenhuizen.

Vier categorieën spionnen worden door Rusland ingezet

De Russische spionagenetwerken in heel Europa - en over de hele wereld – kunnen we in vier hoofdcategorieën onderverdelen:

*  Russische spionnen die op buitenlandse ambassades werken en zich voordoen als diplomaten;

* Ambtenaren of politici die Russische inlichtingendiensten hebben weten te bewegen uit sympathie voor Rusland, maar ook tegen betaling, (staatsgeheime) informatie verstrekken;

* Deep cover-agenten uit Rusland, 'illegals' genoemd, die in een buitenland een ogenschijnlijk normaal leven leiden, misschien een bedrijf runnen of hun gezin grootbrengen, en deze dekmantel soms tientallen jaren volhouden. Zij bedienen zich van een andere nationaliteit en zeggen meestal niet dat ze Rus zijn;

* Zogeheten ‘sleeper agents’, de categorie waartoe de Bulgaren die in Londen zijn ontmaskerd behoren.

'Sleepere agents' zijn in tegenstelling tot 'illegals' personen die naar een buitenland worden gestuurd, maar soms jarenlang niets doen. Zij zullen zonder op te vallen in de lokale maatschappij opgaan als normale burgers. Hun missie is te wachten en te observeren, contacten op te bouwen en mogelijk proberen toegang te krijgen tot mensen die – in de toekomst of wellicht nooit - het doelwit van Russische spionagediensten kunnen worden.

Welke Russische dienst is hiervoor ‘in charge’; verantwoordelijk? 

In het verleden was dit de GROe,  de buitenlandse militaire inlichtingendienst van Rusland, maar die taak lijkt nu enigszins verschoven richting de FSB,  de binnenlandse spionagedienst. Volgens Ryhor Nizhnikau, een Rusland-expert aan het Finse Instituut voor Internationale Zaken, FIIA, is de rol van de FSB recent uitgebreid met een externe afdeling die, bijvoorbeeld, verantwoordelijk is voor operaties in Oekraïne. De focus van de GROe zou nu meer zijn gericht op de activiteiten van Rusland in het Westen.


Vacatures op Russische ambassades: 

"Spionnen gevraagd"

Na de invasie van Oekraïne in februari 2022 werden honderden Russische spionnen tot persona non grata verklaard en uit hun ambassades in heel Europa gezet. Het waren gevoelige klappen voor het bestaande agentennetwerk die het spioneren door Russen in het buitenland enorm frustreerden. Doordat veel Russische diplomaten/spionnen, diverse landen zijn uitgezet moeten de Russische geheime diensten zich nu gaan verlaten op gewone Russen in het buitenland.

Rusland zou ook de ‘vacatures’, ontstaan op hun eigen ambassade in het Westen, kunnen opvullen met spionnen van andere ambassades, of misschien zelfs op mensen uit andere landen zoals Bulgarije. Waarschijnlijker is dat enkele ‘sleeper agents’ nu werk zijn gaan doen dat normaal gesproken door inlichtingenagenten op ambassade in het buitenland wordt gedaan. ‘Sleeper agents’ kunnen onopvallend of zelfs saai zijn; gewoon een vriend en je zou nooit vermoeden dat je ongemerkt deel uitmaakt van een buitenlandse inlichtingenoperatie.

Wat voor soort werk zou een agent voor Rusland kunnen doen?

Er zijn talloze recente voorbeelden van Russische agenten die in Europa op heterdaad werden betrapt. Zoals een 'illegal' die probeerde te infiltreren in  het Internationaal Strafhof in Den Haag. Of een bewaker van de Britse ambassade in Berlijn die werd gerekruteerd om voor Moskou te gaan spioneren. In Noorwegen deed een GROe-kolonel zich voor als een masterstudent uit Brazilië aan de  Universiteit van Tromsø, waar hij betrokken was bij een onderzoeksgroep die samenwerkte met Noorse overheidsinstanties aan hybride dreigingen die verband houden met het Noordpoolgebied, aldus de Noorse PST-veiligheidsdienst.

Een ander geval ging over een Russische agent die deed alsof zij uit Peru kwam en een juwelierszaak runde in Napels, vlak bij het Allied Joint Force Command van de NAVO.  Gedurende bijna tien jaar raakte ze bevriend met hoge NAVO-functionarissen en had ze zelfs een affaire met een van hen. Ze werd pas betrapt toen dat Belingcat-onderzoekers aan de hand van het serienummer ontdekten dat haar paspoort vals was.

Waarom Bulgaren goede Russische spionnen zijn

Voor kenners van de ‘intelligence community’ is het niet echt een verrassing dat Bulgaren betrokken zijn als ‘sleeper agents’ voor het Kremlin. Een Bulgaar zou meer receptief kunnen zijn om voor Rusland te spioneren dan bijvoorbeeld een Brit. Is een Bulgaar eenmaal als agent geworven, dan kan hij geld krijgen om als EU-ingezetene naar Groot-Brittannië te verhuizen, en daar een bedrijf te vestigen. Misschien wordt er in het begin alleen gevraagd daar te gaan wonen en in de maatschappij op te gaan, zonder subversieve activiteiten te hoeven uitvoeren.

Een andere verklaring waarom Bulgaren door Rusland zouden worden gerekruteerd is natuurlijk dat Bulgarije vroeger deel uitmaakte van het voormalige communistische blok; een van de belangrijkste visvijvers van de FSB en de GROe. In landen als Bulgarije - en andere Oostbloklanden - beschikken de Russen al vele jaren veel connecties. Veel inwoners van die landen spreken ook Russisch, een belangrijk bindmiddel. 

Kortom; het is voor een Russische spionagedienst relatief eenvoudig om in die oude Oostbloklanden 'nieuwe' EU-onderdanen met succes te rekruteren.

 


[1] Bronnen: David Mac Dougall en Scott Reid - 18/08/2023

5 april 2023

Toezichtscommissie I&V-diensten dreigde geheime operaties te openbaren

 

Voorzitter toezichthouder Moussault slaat ’zwijgplicht’ in de wind

Zij dreigde geheime operaties te openbaren

Uit het artikel in NRC van dinsdag 4 april 2023 over de invoering van de nieuwe Tijdelijke wet cyberoperaties“ blijkt dat de voorzitter van de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB), Mariette Moussault, graag had verteld welke verstrekkende operaties de AIVD en de MIVD uitvoeren. Zij vindt een goede discussie over de privacy van burgers belangrijker dan werken voor de staatsveiligheid.

Opmerkelijk voor een toezichthouder van ‘geheime’ diensten is dat Moussault  geen enkel begrip toont voor de ‘zwijgplicht’. Het is ronduit beschamend dat zij pas besluit haar mond te houden nadat haar duidelijk is gemaakt dat er sancties zullen worden toegepast op het openbaar maken van de AIVD- en de MIVD-operaties

Dat deze mogelijke openbaring van geheimen, een strafbaar feit, door uitspraken van ministers moesten worden verijdeld is volkomen in strijd met de bewering van het Tweede Kamerlid Renske Leijten (SP) dat deze “onafhankelijke toezichthouder heel goed weet wat wel en niet gezegd kan worden”.

Ondanks de wettelijk opgelegde discretie doet Moussault in deze krant uitlatingen die rechtstreeks uit de mond van een verongelijkt stampvoetend kind hadden kunnen komen. Zij kan nu makkelijk ongecontroleerd kletsen tegenover een ieder die haar verhaal naar believen gelooft en vervolgens dupliceert. NRC citeert haar bittere bewering dat de ‘Tijdelijke wet cyberoperaties’ verdergaande inbreuk op grondrechten van burgers mogelijk maakt.

Op  vragen over welke grondrechten inbeuk wordt gemaakt, antwoordt Moussault in vage bewoordingen: “We spreken meestal over het recht van privacy, maar eigenlijk staat er veel meer op het spel: het recht van meningsuiting, het recht van vrije vergadering. Het gaat om het medische geheim, om de journalistieke vrijheid.”

Het hele land wordt afgeluisterd

Om vervolgens luidkeels te roeptoeteren: “Er gebeuren héle grote dingen in Nederland, maar ik mag u niet zeggen hóe groot.” Dit is te gemakkelijk en ongenuanceerd stennis maken: “De AIVD en MIVD krijgen teveel macht, maar ik mag hier verder niets over zeggen omdat (het) staatsgeheime informatie zou zijn.”

Een ander (oud-)lid van de TIB, Bert Hubert, nota bene een ex-AIVD'er, gooit olie op het door hemzelf ontstoken vuur door zonder enige gene de Tweede Kamer een horrorscenario te schetsen: ‘Het plan is om het hele land af te luisteren’. Een onbetwistbare leugen! 

Moussault stelt dat het debat over de nieuwe “Tijdelijke wet cyberoperaties“ niet goed kan worden gevoerd en vindt een goede discussie over de privacy van burgers belangrijker dan het werk van de staatsveiligheid. Maar ook weer niet zo belangrijk om de consequenties van openbaarmaking van AIVD- en de MIVD-operaties te ondergaan: “(..) ik heb geen zin om vijftien jaar te gaan zitten.”

In de discussie ‘privacy versus veiligheid’ is Moussault vast niet vergeten dat de diensten AIVD en MIVD niet zelf mogen bepalen welke onderzoeken moeten worden uitgevoerd. De regering bepaalt hun onderzoeksgebieden samen met andere ministeries. Dit heet de 'Geïntegreerde Aanwijzing op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten'. Naar de precieze uitvoering van de werkzaamheden, de modus operandi, blijft het gissen; we moeten tegenstanders niet wijzer maken dan ze al zijn.

TIB schiet haar doel voorbij

Deze Toetsingscommissie zou een onafhankelijke commissie moeten zijn. Zij toetst vooraf of de inzet van specifieke bijzondere bevoegdheden door de AIVD en de MIVD ‘rechtmatig’ is. Praktisch gezien houdt dit onder andere in dat de TIB verzocht wordt toestemming te verlenen voor bijvoorbeeld ‘kabelinterceptie’, waarna de verkregen data, deels en mits opportuun, zouden kunnen worden gedeeld met ‘buitenlandse zusterdiensten’. Soms worden de verzoeken van de diensten door de TIB afgewezen met als reden; een disproportionele inbreuk op de privacy. Maar de TIB is toch geen privacy waakhond?

Wanneer gaat privacy boven cyberdreigingen?

Wordt het een keuze tussen twee goede of twee kwade zaken? Veiligheid of privacy? Uiteindelijk verlangen burgers vooral veiligheid. Door krachtige interventie moet het vertrouwen van de burgers in de overheid groeien. Het wantrouwen in die overheid zal alleen maar toenemen wanneer de privacy door kwaadwillenden, waaronder buitenlandse mogendheden, stelselmatig wordt geschonden. Om deze en andere redenen is het noodzakelijk dat de ‘Tijdelijke wet cyberoperaties’ wordt ingevoerd. Veiligheidsdiensten zijn door wettelijk opgelegde geheimhouding echter aan handen en voeten gebonden en kunnen geen adequate voorlichting geven over de meeste dreigingen die ons boven het hoofd kunnen hangen.

De voorzitter van de TIB, Mariëtte Moussault, weet dit. In deze functie zou zij daarom de veiligheid van Nederland boven haar eigen opvattingen inzake privacy moeten stellen. Zittende en toekomstige leden van de TIB moeten het credo omarmen; “de toezichthouder is meer dan een privacy waakhond”.

Conclusie

Veiligheid van Nederland gaat boven subjectieve opvattingen inzake privacy 

In de aanloop naar de invoering van de ‘Tijdelijke wet cyberoperaties’ had de voorzitter van de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB), Mariette Moussault, graag verteld over operaties die de AIVD en de MIVD uitvoeren. Zij vindt dat door deze nieuwe wet de veiligheidsdiensten teveel inbreuk kunnen maken op grondrechten van burgers. Omdat zij door twee ministers is verboden staatsgeheime informatie te verstrekken, maakt zij luidkeels stennis in de media. Zij speelt vals spel omdat zij weet dat de inlichtingendiensten geen adequaat tegenspel kunnen bieden, noch informatie kunnen geven over de werkelijke dreigingen die ons boven het hoofd hangen.

Elke toekomstige  voorzitter van de TIB, zou de veiligheid van Nederland boven de eigen, subjectieve opvattingen inzake privacy moeten stellen. Deze toezichthouder is meer dan een privacy waakhond.

 

https://www.nrc.nl/nieuws/2023/04/04/mogen-aivd-en-mivd-al-genoeg-of-moet-wet-ruimer-a4161325?s=09

14 april 2021

NCTV een wanordelijke grabbelton

NCTV een wanordelijke grabbelton  

Met pek en veren 

Alsof het een canonliedje was, zongen journalisten deze afgelopen dagen de oorspronkelijke teksten van een artikel van de NRC over “Onmin en uitglijders” bij de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) uit volle borst mee. Het liedje beschrijft hoe NCTV-medewerkers, chefs en in het bijzonder Paul Abels door collega’s, met pek en veren werden ingesmeerd en door journalisten aan de schandpaal werden genageld.

Bij de NCTV komen meningsverschillen tussen jongere en oudere medewerkers, allochtonen en autochtonen, gelovigen en ongelovigen, gestaald kader en nieuwkomers niet vaak naar buiten. Bij de Coördinator gaan de meningsverschillen over de aanpak van openbare orde, over terrorismebestrijding en over verbreding in de aandacht voor ‘de’ islam. Bij gebrekkige interactie tussen leiding en werkvloer, sudderen meningsverschillen door en loopt de druk op de ketel (te) hoog op. Dan zoekt de spanning een andere uitweg, in bovengenoemd geval, richting de media.

Grabbelton

De coördinerende taak van de NCTV mag bekend worden verondersteld, de resultaten laten zich regelmatig lezen in allerlei rapportages en in de media. Soms uitstekend onderbouwd, soms goed, soms onder de maat. Die onderbouwingen zijn gebaseerd op uiteenlopende gegevens uit een grote grabbelton, die dagelijks wordt gevuld door allerlei overheidsinstanties. Die wanordelijke brei gegevens moet worden geduid. Vaak moeten analisten van de NCTV terug naar de oorspronkelijke leveranciers om verduidelijking en preciezere betekenis van die gegevens te vragen.

Soms blijkt dat enkele leveranciers, zoals AIVD en MIVD volgens de wet geen nadere gegevens kunnen of mogen leveren. Naast de beperkende bronbescherming, mogen Inlichtingendiensten volgens Nederlandse en Europese wetgeving niet stelselmatig uit open bronnen - zoals internet - gegevens van personen verzamelen. Bovendien vindt de AIVD dat hij zeker geen onderzoeken rakend aan de openbare orde of het strafrecht mag uitvoeren. Op deze manier wordt de analist van de NCTV gedwongen zelf meer te onderzoeken, al ontbreekt de wettelijke basis.

Politieke druk


Waar wet- en regelgeving achterblijft, wordt de NCTV’er creatief om toch aan de hoge verwachtingen van politiek en bestuur te kunnen voldoen. De minister-president, het kabinet, de Tweede Kamer, hoge ambtenaren als SG’s en DG’s betuigen immers met regelmaat hun grote tevredenheid. Ambtelijke betrekkingen op hoog niveau mondden uit in vriendschappelijke relaties. Vervolgens zetten diepe wensen en hoge verwachtingen van politiek en bestuur weer enorme druk op de resultaten.

Waar inlichtingendiensten, mede gedwongen door toezichthouders zich aan de wet houden, daar neemt de politieke druk op de NCTV buitenproportioneel toe. Ook zonder wettelijke grondslag eist de Kamer toch snelle resultaten. Dat dwingt de analisten tot creativiteit; ‘Tom Poes verzin een list’.

Die listen vertaalden zich in ongeoorloofde stelselmatige zoektochten en digitale volgacties onder valse vlag naar potentieel gevaarlijke burgers. Wie zegt dat er niet ongeoorloofd wordt getapt of gehackt? Alles is nu mogelijk.

Het geval wil dat vanwege bezuinigingen in 2015 medewerkers van de AIVD overstapten naar de NCTV. En dat waren niet de domsten. Zij brachten ervaring in het inlichtingenwerk en slimme ideeën mee, daar was de NCTV blij mee. Een aantal jaren later kwam een nieuwe golf personeel de Terrorismebestrijder versterken. Jonge mensen die misschien beter de weg wisten op het wereldwijde web. Ook daar was de NCTV blij mee.

De kat, de bel

Het tij keerde. Scoringsdrift liep uit de hand, medewerkers gingen voor eigen eer en glorie, het ‘bedrijf’ kwam op de tweede plaats. De gevestigde orde moest soms onderzoeksresultaten en rapportages relativeren, laten herschrijven of vertragen. Het knetterde op de gang. Er moest snel wat gebeuren. Maar ambtelijke molens malen langzaam en ongeduldige jonge
medewerkers bonden met de hulp van de NRC de spreekwoordelijke kat een luidruchtige, vals klinkende bel aan.

Het resultaat van deze vlucht naar voren zal, behoudens obligate Kamervragen en -antwoorden, strengere wet- en regelgeving opleveren, een mogelijk onderzoek door de Rekenkamer en de waarschijnlijke installatie van een Toezichthouder.

De Tweede kamer

Dat werd hoogtijd, want hoe verdeeld de interne verhoudingen ook zijn en hoe groot de bestuurlijke en politieke druk ook was, de NCTV ging stelselmatig zijn boekje te buiten. De keerzijde van te nemen politieke maatregelen is dat het werk van de Coördinator onder nog grotere druk zal komen te staan. Daarmee wordt de kwaliteit van terrorismebestrijding niet gediend.

Dat de Tweede Kamer geen goed doordachte uitspraken doeT over kwesties waar beleid, wetgeving en uitvoering door elkaar kronkelen, heeft recente parlementaire geschiedenis ons wel geleerd.

 

Binnenlandse Veiligheidsdienst BVD voorkomt terreuraanslag

Het is 5 september 1975 Nederland is 50 jaar geleden ontsnapt aan Syrische terroristische aanslag Palestijnse terroristen plegen regelmatig ...