Posts tonen met het label AIVD. Alle posts tonen
Posts tonen met het label AIVD. Alle posts tonen

30 mei 2024

Politiek leiders geen baas over inlichtingendiensten

 

Politiek leiders geen baas over inlichtingendiensten

Hoofdlijnenakkoord kabinet wil nieuwe veiligheidsorganisatie

Het werk van de Nederlandse inlichtingendiensten AIVD en MIVD wordt in een Geïntegreerde Aanwijzing (GA) gedeeltelijk bepaald door enkele ministers van het kabinet, zo schrijft oud-AIVD’er Hugo Vijver in NRC van dinsdag 28 mei 2024.


Die ministers zijn de Minister-President Dick Schoof, de Minister van BZK en de Minister van Defensie. Waar nodig worden ook de Ministers van Buitenlandse Zaken en van Justitie en Veiligheid betrokken bij de totstandkoming van de GA.

Vervolgens wil Vijver in zijn betoog ons zeer onterecht doen geloven dat ook politieke partijen – hij noemde expliciet de PVV - de geheime diensten zullen gebruiken voor hun eigen politieke agenda. Hij staaft zijn boude bewering met voorbeelden uit landen als Griekenland en Oostenrijk; landen die godzijdank in de verste verten niet lijken op Nederland en zijn parlementaire stelsel. Veiligheidsdiensten uit die landen kunnen zelfstandiger en met minder onafhankelijk toezicht opereren dan de Nederlandse diensten.

De opmerking van Vijver dat premier Dick Schoof naar voren is geschoven door de heer Wilders van de PVV is een pertinente onwaarheid zoals door de kersverse Minister-President tijdens zijn eerste persconferentie meermalen werd benadrukt. "Ik ben niet de PVV-premier, ik ben gevraagd door vier partijen", hieraan toevoegend dat er maar één premier is. Dit mediaoptreden geeft het gezag en de macht van Schoof goed weer en laat ook zien dat hij het werk van de AIVD en MIVD bepaalt en dat niet overlaat aan politiek leiders.


Daarnaast mis ik in het betoog van Vijver de weerbaarheid en weerbarstigheid van de ministers van BZK en Defensie, alsof zij hun diensten AIVD en MIVD zomaar zouden laten werken voor een willekeurige politiek leider. Beide Ministers behouden bovendien zelf de ruimte om deze diensten aanvullend opdrachten te verstrekken De Geïntegreerde Aanwijzing is zeker niet heilig of onbreekbaar, maar diensten werken niet voor individuele ministers, laat staan voor leiders van politieke partijen.

Hoofdlijnenakkoord kabinet wil nieuwe veiligheidsorganisatie

Zorgwekkend is een door Yeşilgöz en Schoof (J&V) langer gekoesterde wens te komen tot een (derde?) Nederlandse veiligheidsorganisatie. Dit blijkt uit de opmerking in het hoofdlijnenakkoord over een gewenst onderzoek naar een veiligheidsorganisatie met taken en bevoegdheden als de Direction générale de la Sécurité intérieure (DGSI) in Frankrijk of de Amerikaanse FBI. De Nationale Extremismestrategie van de NCTV richt zich specifiek op het beschermen van de democratische rechtsorde en het bestrijden van uitwassen van extremisme.

"Komt er een derde inlichtingendienst?"

Zo’n nieuwe gemengde inlichtingen- en opsporingsdienst kan zorgwekkend zijn voor het voortbestaan van de AIVD en MIVD in de huidige vorm. Maar zoals Schoof zei in ‘de Groene’ van 6 maart 2024: "Er zijn allerlei ontwikkelingen in en buiten onze samenleving waar we ons aan moeten aanpassen”.

In dit licht bezien bestaat de kans dat de NCTV een gemengde veiligheidsdienst kan worden met civiele ambtenaren en met personeel met politionele (opsporings-) bevoegdheden. Welke gevolgen dit heeft voor de AIVD, kan alleen hun oud-chef en huidig Minister-President Schoof beantwoorden.

Al met al een gevaarlijke ontwikkeling. Tot nu toe zijn Nederlandse veiligheidsdiensten  en ook de Britse en Duitse, veiligheidsdienst zonder executieve (politie) bevoegdheden. Dat betekent dat er een strikte scheiding is tussen veiligheidsdiensten en politiediensten met executieve (politie)bevoegdheden.

In het oude West-Duitsland werd deze scheiding aangebracht omdat er beslist geen nieuwe Gestapo mocht komen.

Trennungsgebot

De Duitse veiligheidsdienst (BfV) kreeg - net als het Britse MI5 - geen executieve bevoegdheden. De Duitse scheiding van de diensten staat bekend als het Trennungsgebot, waarmee ook de Nederlandse autoriteiten mee uit de voeten konden.

Dreigt hier nu een hellend vlak te ontstaan? Onze nieuwe premier Dick Schoof zei immers al: "Er zijn allerlei ontwikkelingen in en buiten onze samenleving waar we ons aan moeten aanpassen. Neem (bijvoorbeeld) de balans tussen vrijheid en privacy. Die is niet in beton gegoten."

Dit belooft niet veel goeds voor het onderzoek door het kabinet naar een nieuwe Nederlandse veiligheidsorganisatie met taken en bevoegdheden als bijvoorbeeld de FBI, een gemengde veiligheidsdienst met civiele ambtenaren en met personeel met politionele (opsporings-) bevoegdheden voorzien van wapens.

Zal minister-president Schoof onder druk van de 'nieuwe' minister van Justitie en Veiligheid het in beton gegoten Trennungsgebot willen verpulveren en een gemengde inlichtingen- en opsporingsdienst in het leven roepen, of toch besluiten het geweldsmonopolie bij de Nationale politie te laten?

Zal een eerste naoorlogs ultrarechts kabinet een politiemacht belasten om met behulp van inlichtingenmiddelen politiek extremisme te monitoren, politieke activiteiten te controleren en te bestrijden? Een taakuitbreiding van het NCTV wellicht? Niets is in beton gegoten!

 

21 maart 2024

Overheidssurveillance is ook inlichtingenwerk

Bits of Freedom verwart politieonderzoek met discriminatie

In TROUW van vrijdag 23 februari 2024 beticht Lotte Houweling van Bits of Freedom de politie-inlichtingendiensten (ID’en) van ‘schandalige discriminatie’ vanwege onrechtmatig onderzoek naar een hele (etnische) groep, terwijl maar één lid ‘verdacht is’.

Nationale veiligheid

Deze beschuldiging volgt op onderzoek van de toezichthouder op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, de CTIVD, naar sturing door de AIVD op de werkzaamheden van de ID’en. Die diensten moeten, onder aansturing van de AIVD, zicht hebben of krijgen op dreigingen in relatie tot de nationale veiligheid. De politie-inlichtingendiensten mogen dus niet op eigen houtje acteren. Die aansturing kan beter, maar er is geen sprake van discriminatie. Integendeel, de CTIVD beschouwt het inlichtingenwerk van politiediensten als bijzonder waardevol omdat zij gepositioneerd zijn tot in de haarvaten van de samenleving. Daardoor kunnen mogelijke dreigingen tegen de nationale veiligheid vroegtijdig worden onderkend.

Eritreeërs in Den Haag

Volgens de ID’en van de politie kunnen individuele ‘dreigers’ en ‘groepen’ niet los van elkaar worden gezien. Zij kijken dus naar gemeenschappen wanneer daar aanleiding voor is bijvoorbeeld na een dreigingssignaal of een inlichtingenbericht. De urgentie daarvan werd weer eens aangetoond in relatie tot de ongeregeldheden door Eritreeërs in Den Haag. Wanneer de politie lucht krijgt van mogelijke ongeregeldheden door nog onbekende individuen uit een bepaalde gemeenschap, dan is het volstrekt plausibel deze berichtgeving te willen verifiëren binnen die gemeenschap zelf. De CTIVD vindt echter wel dat de keuze waarom en naar welke gemeenschappen wordt gekeken, in alle gevallen transparant en voldoende moet zijn onderbouwd.

Veiligheid 

Hoewel grootschalige ongeregeldheden - geïnitieerd door enkele individuen - de openbare orde ernstig verstoren en de nationale veiligheid in gevaar brengen, noemt Bits of Freedom onderzoeken naar deze groepering discriminatoir en onrechtmatig. Ondanks dat er in Den Haag tientallen politieagenten gewond zijn geraakt door afschuwelijk en onacceptabel geweld, vraagt Lotte Houweling zich af wie ’ons’ eigenlijk beschermt tegen de overheid? “De veiligheid van de een is namelijk lang niet de veiligheid van de ander”.

Inlichtingenwerk 

Maar de oproep van Houweling van Bits of Freedom om nu geheel anders te gaan denken over veiligheid, getuigt van onvoldoende inzicht in de werkwijze van de inlichtingendienstenVoor de fundamenten van onze democratische rechtsstaat is het immers ontzettend belangrijk om te blijven beseffen dat er in uitzonderlijke gevallen en bij voorspelbaar risicovolle situaties ook groepen het onderwerp kunnen worden van overheidssurveillance. Dit soort inlichtingenwerk blijft helaas noodzakelijk.



11 februari 2024

AIVD heeft permanent onderhoud in relatie met politie verwaarloosd

 

AIVD verwaarloosde relatie met politie 

Centrale aansturing weer dringend noodzakelijk

De AIVD heeft in zijn relatie met de politie kennelijk geen, of onvoldoende, (permanent) onderhoud gepleegd. Dit lees ik in een rapport van de CTIVD [1], waarin de (aan-)sturing van en controle op de ID’en van de politie door de AIVD kritisch tegen het licht wordt gehouden. Belangwekkend is de conclusie dat de combinatie van versnipperde verantwoordelijkheid met het gebrek aan gestructureerde vastlegging alsmede een gemis aan professionele begeleiding van managers, te kort schiet.

Bureau Hermandad

Deze conclusies verbazen mij ten zeerste omdat ik in de jaren ’90 van de vorige eeuw mede aan de wieg stond van het BVD-bureau met de naam Hermandad; een bureau dat de dienstbrede communicatie tussen BVD-teams en de politie over uit te voeren werkzaamheden en de controle daarop coördineerde. Een complexe relatie als die tussen AIVD en politie verdient,  zoals lang geleden afgesproken, voldoende en permanent onderhoud. Het Bureau Hermandad van de BVD voorzag daar in.

Onvoldoende controle door AIVD

Inlichtingendiensten van de politie hebben onderzoek gedaan naar specifieke bevolkingsgroepen in Nederland, terwijl dat wettelijk niet mag. Dat het toch gebeurde, komt doordat er door de AIVD onvoldoende zicht en controle is op het doen en laten van de politie inlichtingendiensten. Dat is een conclusie van de nationale toezichthouder op de inlichtingendiensten, de CTIVD. De inlichtingendiensten van de politie doen maar wat. Zo registreren zij bijzondere persoonsgegevens, zoals ras of godsdienst, zonder te kunnen onderbouwen waarom ze dit doen. Effectieve sturing op de inlichtingendiensten door de AIVD is nodig en zelfs wettelijk vereist; maar hier laat de AIVD steken vallen. Hierdoor zijn risico’s op onrechtmatigheden of onzorgvuldigheden ontstaan.

In die jaren ’90 werd de sfeer in de relaties tussen (toen nog) BVD-personeelsleden en de inlichtingenmedewerkers van de ID’en door intensief relatiebeheer steeds beter. Er was onderling afgesproken dat deze niet zo voor de hand liggende relatie (reactieve politie versus proactieve inlichtingenmedewerkers) permanent onderhoud nodig zou hebben. Het verbaast overigens er (pas nu) in februari 2024 een kritisch rapport verschijnt waarin het belang van adequate sturing van en controle op de ID’en van de politie door de AIVD wordt benadrukt.





Wel beleid, geen uitvoering

Verbaasd, omdat ik een verslechtering in de gecontroleerde aansturing door de AIVD eerder had verwacht. Door steeds veranderende operationele taakstellingen en de daarbij behorende werkwijzen van AIVD-teams, alsmede door gebrek aan professionele begeleiding van managers die op het terrein 'samenwerking met politie' over onvoldoende wetsgeschiedenis beschikken, kunnen eenvoudig onrechtmatigheden of onzorgvuldigheden ontstaan. Uit het twee jaar durend CTIVD-onderzoek blijkt dat, ondanks dat er door de AIVD veel aandacht is besteed aan het op orde krijgen van het beleid, verdere verbeteringen noodzakelijk blijven.

In de jaren voor 2022 heeft de AIVD met name ingezet op sturing van de ID’en door middel van de jaarplannen van de ID’en en de halfjaarlijkse evaluatie daarvan. Maar met uitsluitend sturen op jaarplannen is het vereiste leidinggeven tekortgeschoten. Het is immers ook nodig zicht te houden op de feitelijke uitvoering van de taken door de ID’en. Dat toezicht is bij de AIVD te gefragmenteerd belegd. De combinatie van de versnipperde verantwoordelijkheid met het gebrek aan gestructureerde vastlegging, maakt dat de CTIVD concludeert dat er onvoldoende voorzieningen zijn getroffen waarmee grip kan worden gehouden op de verwerking van gegevens door de ID’en.

“De CTIVD merkt hierbij op dat sturing van de ID’en door de AIVD niet uitsluitend ziet op de gewenste bekendheid met processen, opleiding en cultuur van de medewerkers van de ID. Het ziet ook op het monitoren van de beschikbare capaciteit, bevoegdheden en expertise van de betrokken ID’en in verhouding tot de (regionale) onderzoeken die zij uitvoeren”.

Gefragmenteerd toezicht

Resulterend kom ik tot de conclusie dat goede menselijke, collegiale verhoudingen tussen personeelsleden van de AIVD en de ID’en bij de politie op werkniveau alleen niet voldoende zijn. Leidinggevenden van de AIVD moeten voldoende zicht houden en controle uitoefenen op het doen en laten van de regionale inlichtingendiensten. Dat toezicht is thans niet erg geordend. De combinatie van de versnipperde verantwoordelijkheid met het gebrek aan gestructureerde vastlegging roept om een dienstbrede controle en hiërarchisch geregisseerde aansturing.

De instelling van een gemoderniseerde versie van een Bureau Hermandad, zoals die enkele decennia geleden prima voldeed, blijkt opnieuw geen overbodige luxe.

5 april 2023

Toezichtscommissie I&V-diensten dreigde geheime operaties te openbaren

 

Voorzitter toezichthouder Moussault slaat ’zwijgplicht’ in de wind

Zij dreigde geheime operaties te openbaren

Uit het artikel in NRC van dinsdag 4 april 2023 over de invoering van de nieuwe Tijdelijke wet cyberoperaties“ blijkt dat de voorzitter van de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB), Mariette Moussault, graag had verteld welke verstrekkende operaties de AIVD en de MIVD uitvoeren. Zij vindt een goede discussie over de privacy van burgers belangrijker dan werken voor de staatsveiligheid.

Opmerkelijk voor een toezichthouder van ‘geheime’ diensten is dat Moussault  geen enkel begrip toont voor de ‘zwijgplicht’. Het is ronduit beschamend dat zij pas besluit haar mond te houden nadat haar duidelijk is gemaakt dat er sancties zullen worden toegepast op het openbaar maken van de AIVD- en de MIVD-operaties

Dat deze mogelijke openbaring van geheimen, een strafbaar feit, door uitspraken van ministers moesten worden verijdeld is volkomen in strijd met de bewering van het Tweede Kamerlid Renske Leijten (SP) dat deze “onafhankelijke toezichthouder heel goed weet wat wel en niet gezegd kan worden”.

Ondanks de wettelijk opgelegde discretie doet Moussault in deze krant uitlatingen die rechtstreeks uit de mond van een verongelijkt stampvoetend kind hadden kunnen komen. Zij kan nu makkelijk ongecontroleerd kletsen tegenover een ieder die haar verhaal naar believen gelooft en vervolgens dupliceert. NRC citeert haar bittere bewering dat de ‘Tijdelijke wet cyberoperaties’ verdergaande inbreuk op grondrechten van burgers mogelijk maakt.

Op  vragen over welke grondrechten inbeuk wordt gemaakt, antwoordt Moussault in vage bewoordingen: “We spreken meestal over het recht van privacy, maar eigenlijk staat er veel meer op het spel: het recht van meningsuiting, het recht van vrije vergadering. Het gaat om het medische geheim, om de journalistieke vrijheid.”

Het hele land wordt afgeluisterd

Om vervolgens luidkeels te roeptoeteren: “Er gebeuren héle grote dingen in Nederland, maar ik mag u niet zeggen hóe groot.” Dit is te gemakkelijk en ongenuanceerd stennis maken: “De AIVD en MIVD krijgen teveel macht, maar ik mag hier verder niets over zeggen omdat (het) staatsgeheime informatie zou zijn.”

Een ander (oud-)lid van de TIB, Bert Hubert, nota bene een ex-AIVD'er, gooit olie op het door hemzelf ontstoken vuur door zonder enige gene de Tweede Kamer een horrorscenario te schetsen: ‘Het plan is om het hele land af te luisteren’. Een onbetwistbare leugen! 

Moussault stelt dat het debat over de nieuwe “Tijdelijke wet cyberoperaties“ niet goed kan worden gevoerd en vindt een goede discussie over de privacy van burgers belangrijker dan het werk van de staatsveiligheid. Maar ook weer niet zo belangrijk om de consequenties van openbaarmaking van AIVD- en de MIVD-operaties te ondergaan: “(..) ik heb geen zin om vijftien jaar te gaan zitten.”

In de discussie ‘privacy versus veiligheid’ is Moussault vast niet vergeten dat de diensten AIVD en MIVD niet zelf mogen bepalen welke onderzoeken moeten worden uitgevoerd. De regering bepaalt hun onderzoeksgebieden samen met andere ministeries. Dit heet de 'Geïntegreerde Aanwijzing op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten'. Naar de precieze uitvoering van de werkzaamheden, de modus operandi, blijft het gissen; we moeten tegenstanders niet wijzer maken dan ze al zijn.

TIB schiet haar doel voorbij

Deze Toetsingscommissie zou een onafhankelijke commissie moeten zijn. Zij toetst vooraf of de inzet van specifieke bijzondere bevoegdheden door de AIVD en de MIVD ‘rechtmatig’ is. Praktisch gezien houdt dit onder andere in dat de TIB verzocht wordt toestemming te verlenen voor bijvoorbeeld ‘kabelinterceptie’, waarna de verkregen data, deels en mits opportuun, zouden kunnen worden gedeeld met ‘buitenlandse zusterdiensten’. Soms worden de verzoeken van de diensten door de TIB afgewezen met als reden; een disproportionele inbreuk op de privacy. Maar de TIB is toch geen privacy waakhond?

Wanneer gaat privacy boven cyberdreigingen?

Wordt het een keuze tussen twee goede of twee kwade zaken? Veiligheid of privacy? Uiteindelijk verlangen burgers vooral veiligheid. Door krachtige interventie moet het vertrouwen van de burgers in de overheid groeien. Het wantrouwen in die overheid zal alleen maar toenemen wanneer de privacy door kwaadwillenden, waaronder buitenlandse mogendheden, stelselmatig wordt geschonden. Om deze en andere redenen is het noodzakelijk dat de ‘Tijdelijke wet cyberoperaties’ wordt ingevoerd. Veiligheidsdiensten zijn door wettelijk opgelegde geheimhouding echter aan handen en voeten gebonden en kunnen geen adequate voorlichting geven over de meeste dreigingen die ons boven het hoofd kunnen hangen.

De voorzitter van de TIB, Mariëtte Moussault, weet dit. In deze functie zou zij daarom de veiligheid van Nederland boven haar eigen opvattingen inzake privacy moeten stellen. Zittende en toekomstige leden van de TIB moeten het credo omarmen; “de toezichthouder is meer dan een privacy waakhond”.

Conclusie

Veiligheid van Nederland gaat boven subjectieve opvattingen inzake privacy 

In de aanloop naar de invoering van de ‘Tijdelijke wet cyberoperaties’ had de voorzitter van de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB), Mariette Moussault, graag verteld over operaties die de AIVD en de MIVD uitvoeren. Zij vindt dat door deze nieuwe wet de veiligheidsdiensten teveel inbreuk kunnen maken op grondrechten van burgers. Omdat zij door twee ministers is verboden staatsgeheime informatie te verstrekken, maakt zij luidkeels stennis in de media. Zij speelt vals spel omdat zij weet dat de inlichtingendiensten geen adequaat tegenspel kunnen bieden, noch informatie kunnen geven over de werkelijke dreigingen die ons boven het hoofd hangen.

Elke toekomstige  voorzitter van de TIB, zou de veiligheid van Nederland boven de eigen, subjectieve opvattingen inzake privacy moeten stellen. Deze toezichthouder is meer dan een privacy waakhond.

 

https://www.nrc.nl/nieuws/2023/04/04/mogen-aivd-en-mivd-al-genoeg-of-moet-wet-ruimer-a4161325?s=09

14 april 2021

NCTV een wanordelijke grabbelton

NCTV een wanordelijke grabbelton  

Met pek en veren 

Alsof het een canonliedje was, zongen journalisten deze afgelopen dagen de oorspronkelijke teksten van een artikel van de NRC over “Onmin en uitglijders” bij de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) uit volle borst mee. Het liedje beschrijft hoe NCTV-medewerkers, chefs en in het bijzonder Paul Abels door collega’s, met pek en veren werden ingesmeerd en door journalisten aan de schandpaal werden genageld.

Bij de NCTV komen meningsverschillen tussen jongere en oudere medewerkers, allochtonen en autochtonen, gelovigen en ongelovigen, gestaald kader en nieuwkomers niet vaak naar buiten. Bij de Coördinator gaan de meningsverschillen over de aanpak van openbare orde, over terrorismebestrijding en over verbreding in de aandacht voor ‘de’ islam. Bij gebrekkige interactie tussen leiding en werkvloer, sudderen meningsverschillen door en loopt de druk op de ketel (te) hoog op. Dan zoekt de spanning een andere uitweg, in bovengenoemd geval, richting de media.

Grabbelton

De coördinerende taak van de NCTV mag bekend worden verondersteld, de resultaten laten zich regelmatig lezen in allerlei rapportages en in de media. Soms uitstekend onderbouwd, soms goed, soms onder de maat. Die onderbouwingen zijn gebaseerd op uiteenlopende gegevens uit een grote grabbelton, die dagelijks wordt gevuld door allerlei overheidsinstanties. Die wanordelijke brei gegevens moet worden geduid. Vaak moeten analisten van de NCTV terug naar de oorspronkelijke leveranciers om verduidelijking en preciezere betekenis van die gegevens te vragen.

Soms blijkt dat enkele leveranciers, zoals AIVD en MIVD volgens de wet geen nadere gegevens kunnen of mogen leveren. Naast de beperkende bronbescherming, mogen Inlichtingendiensten volgens Nederlandse en Europese wetgeving niet stelselmatig uit open bronnen - zoals internet - gegevens van personen verzamelen. Bovendien vindt de AIVD dat hij zeker geen onderzoeken rakend aan de openbare orde of het strafrecht mag uitvoeren. Op deze manier wordt de analist van de NCTV gedwongen zelf meer te onderzoeken, al ontbreekt de wettelijke basis.

Politieke druk


Waar wet- en regelgeving achterblijft, wordt de NCTV’er creatief om toch aan de hoge verwachtingen van politiek en bestuur te kunnen voldoen. De minister-president, het kabinet, de Tweede Kamer, hoge ambtenaren als SG’s en DG’s betuigen immers met regelmaat hun grote tevredenheid. Ambtelijke betrekkingen op hoog niveau mondden uit in vriendschappelijke relaties. Vervolgens zetten diepe wensen en hoge verwachtingen van politiek en bestuur weer enorme druk op de resultaten.

Waar inlichtingendiensten, mede gedwongen door toezichthouders zich aan de wet houden, daar neemt de politieke druk op de NCTV buitenproportioneel toe. Ook zonder wettelijke grondslag eist de Kamer toch snelle resultaten. Dat dwingt de analisten tot creativiteit; ‘Tom Poes verzin een list’.

Die listen vertaalden zich in ongeoorloofde stelselmatige zoektochten en digitale volgacties onder valse vlag naar potentieel gevaarlijke burgers. Wie zegt dat er niet ongeoorloofd wordt getapt of gehackt? Alles is nu mogelijk.

Het geval wil dat vanwege bezuinigingen in 2015 medewerkers van de AIVD overstapten naar de NCTV. En dat waren niet de domsten. Zij brachten ervaring in het inlichtingenwerk en slimme ideeën mee, daar was de NCTV blij mee. Een aantal jaren later kwam een nieuwe golf personeel de Terrorismebestrijder versterken. Jonge mensen die misschien beter de weg wisten op het wereldwijde web. Ook daar was de NCTV blij mee.

De kat, de bel

Het tij keerde. Scoringsdrift liep uit de hand, medewerkers gingen voor eigen eer en glorie, het ‘bedrijf’ kwam op de tweede plaats. De gevestigde orde moest soms onderzoeksresultaten en rapportages relativeren, laten herschrijven of vertragen. Het knetterde op de gang. Er moest snel wat gebeuren. Maar ambtelijke molens malen langzaam en ongeduldige jonge
medewerkers bonden met de hulp van de NRC de spreekwoordelijke kat een luidruchtige, vals klinkende bel aan.

Het resultaat van deze vlucht naar voren zal, behoudens obligate Kamervragen en -antwoorden, strengere wet- en regelgeving opleveren, een mogelijk onderzoek door de Rekenkamer en de waarschijnlijke installatie van een Toezichthouder.

De Tweede kamer

Dat werd hoogtijd, want hoe verdeeld de interne verhoudingen ook zijn en hoe groot de bestuurlijke en politieke druk ook was, de NCTV ging stelselmatig zijn boekje te buiten. De keerzijde van te nemen politieke maatregelen is dat het werk van de Coördinator onder nog grotere druk zal komen te staan. Daarmee wordt de kwaliteit van terrorismebestrijding niet gediend.

Dat de Tweede Kamer geen goed doordachte uitspraken doeT over kwesties waar beleid, wetgeving en uitvoering door elkaar kronkelen, heeft recente parlementaire geschiedenis ons wel geleerd.

 

19 januari 2021

Spionagewet moet digitale infrastructuur beschermen


Nederland maakt zich grote zorgen over dagelijkse digitale aanvallen op de infrastructuur

Hightech bedrijven moeten voorzichtiger worden om uit commerciële overwegingen informatie te delen die nationale economische belangen schade toebrengen

Kroonjuwelen van Nederland in gevaar

Nederlandse veiligheidsdiensten hebben grote zorgen over de voortdurende buitenlandse digitale aanvallen die een duurzame en veilige economische samenleving bedreigen. Deze aanvallen zijn niet alleen gericht op de vitale infrastructuur maar ook op bedrijven die belangrijke bijdragen leveren aan de Nederlandse economie.

Een nieuwe spionagewet moet Nederlandse bedrijven, zoals binnen de hightech-industrie dwingen om uit zowel commerciële overwegingen als uit nationaal economische belangen hun gegevens nog beter te beschermen.

De AIVD wil die dreigingen het hoofd kunnen bieden en gaat daarom nog beter samenwerken met de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en andere partners. Hiervoor is het platform Cyber Intel/Info Cel(CIIC) opgericht, waar inlichtingendiensten met Justitie en Politie sneller informatie kunnen uitwisselen. AIVD en MIVD moeten het voortouw nemen, immers zij kunnen als enige bijzondere inlichtingenmiddelen inzetten. Dat geeft die diensten een kennisvoorsprong.

Dat kost geld, serieus veel geld

De minister-president en de betrokken ministers van Binnenlandse zaken en Defensie hebben hun wensenlijsten ingediend over wat de AIVD en de MIVD moeten gaan doen. Die lijsten komen in de Geïntegreerde Aanwijzing Inlichtingen- en Veiligheid (GA I&V). Die ‘Aanwijzingen’ worden weer vertaald in jaarplannen en ter goedkeuring naar de Tweede Kamer gestuurd.

In het Jaarplan van 2021 voor de AIVD is een nieuw onderzoeksgebied opgenomen; structureel onderzoek naar economische veiligheid. Een taak die eenvoudig inpasbaar is in artikel 8 van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten en nauw aansluit bij onderzoek naar gevaren voor ‘andere gewichtige belangen voor de staat. Bestrijding van geavanceerde en langdurige digitale aanvallen door statelijke actoren krijgt hiermee prioriteit. Dat kan alleen door extra inzet van bijzondere inlichtingenmiddelen, met als resultaat dat de AIVD nog meer in staat is vijandelijke actoren te onderkennen die niet alleen de vitale infrastructuur, maar ook onze economische belangen moeten beschermen.

Dat kost geld, serieus veel geld. Het parlement moet evenwel beseffen dat structurele investeringen absoluut opwegen tegen de baten.

De overheid kan beveiliging niet aan de markt overlaten.

Ons land behoort tot de meest ontwikkelde en innovatieve landen ter wereld. Andere landen zijn geïnteresseerd in informatie over onze politieke, militaire en economische situatie en zijn uit op diefstal van wetenschappelijke en technologische kennis. Internationaal opererende Nederlandse bedrijven waarderen de zorgen van de inlichtingendiensten. Een gemeenschappelijke aanpak verdient de voorkeur, vindt ook de branchevereniging voor de hightechindustrie FME.

Enerzijds zijn bedrijven niet opgewassen tegen grote, vaak onzichtbare, digitale aanvallen door statelijke actoren als Rusland, China of Iran. Alleen de Nederlandse veiligheidsdiensten zijn in staat de strijd aan te gaan met andere landen.

Anderzijds mag de beveiliging van wetenschappelijke en technologische kennis niet op de overheid worden afgeschoven. Er zijn industriële sectoren die, ondanks waarschuwingen van de overheid, om commerciële redenen hun kennis met ‘vijandige staten’ blijven delen. Maar ook zij moeten beseffen dat zij vaker met veiligheidsdiensten moeten meewerken tegen spionagepraktijken van vijandige staten. Net als gebeurt bij de handel in strategische goederen.

Spionagewet

De dagelijkse digitale aanvallen door vijandige staten moeten door overheid en bedrijfsleven in gezamenlijkheid worden gepareerd. Een nieuwe spionagewet moet hightech bedrijven dwingen uit eigen commerciële overwegingen als ook vanwege nationaal economische belangen hun gegevens nog beter te beschermen. De vergunningsplicht voor Nederlandse bedrijven die in de cybertechnologie internationaal willen blijven samenwerken moet naast vermelding in het Wassenaar Arrangement nadrukkelijk ook in de nieuwe wet worden opgenomen.

De AIVD moet toch in ieder geval constateren dat de problematiek van systematische onzichtbare digitale aanvallen door andere landen inmiddels gerekend kan worden tot de 'gewichtige belangen van de Staat', bedoeld in artikel 8 van de Wet op Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv). 

De Directeur-Generaal van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst AIVD, Erik Akerboom, zocht – met een overtuigend beeldend voorbeeld - de publiciteit na de ontdekking in december 2020 van een 'ouderwetse' Russische spionage operatie gericht tegen Nederlandse hightech bedrijven. Hij wilde de Nederlandse overheid en industrie ervan doordringen dat we in alle opzichten een rijk land zijn van wie de kroonjuwelen dreigen te worden gestolen.

Vicepremier Kajsa Ollongren vindt dat het bedrijfsleven en kennisinstellingen ook hun verantwoordelijkheid moeten nemen in het voorkomen van spionage. Zij roept de hightechsector op hun gegevens beter te beschermen.

Het ministerie van Onderwijs en Wetenschap ziet dat Nederlandse kennisinstellingen steeds vaker doelwit zijn van spionage en wil in uitzonderlijke gevallen onderzoeksprojecten met andere landen (tijdelijk) kunnen verbieden.

De Cyber Security Raad informeert leden van de Vaste commissie Justitie en Veiligheid van de Tweede Kamer dat een komende digitale ontwrichting in onze samenleving de economische veiligheid een buitensporig grote klap zal toebrengen. Sterker nog, digitale dreigingen voor economie, maatschappij en democratie brengen de soevereiniteit van Nederland in gevaar

Conclusie

Een nieuwe spionagewet moet hightech bedrijven dwingend opleggen minder informatie te delen met buitenlandse actoren. De AIVD heeft een nieuwe spionagewet nodig waarin structureel onderzoek naar economische veiligheid is verankerd. Deze taak is bovendien inpasbaar in artikel 8 van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten en sluit perfect aan bij onderzoek naar ‘andere gewichtige belangen voor de staat’. 

Het parlement moet beseffen dat structurele - ook financiële - investeringen absoluut opwegen tegen aantasting van de vitale infrastructuur. 


3 oktober 2020

Relaties tussen AIVD en MIVD en private digitale beveiligers

Hoe ver reikt de bewuste strategie voor coöperatie?

Chief Information Security Officers

De overstap van digitale specialisten van AIVD en MIVD naar het nieuwe bedrijf Eye staat niet op zichzelf. Dat is al tientallen jaren het geval. 

Triangular is een recenter voorbeeld en ook Ronald Prins switchte voor de tweede keer van publieke naar private sfeer. Blijven er 'innige relaties' bestaan?

Niet achter de geraniums

De AIVD heeft al sedert de jaren '70/'80, toen nog BVD,  (ex-)werknemers met specifieke technische kennis zien vertrekken naar de private sector; security en andere beveiligingsbedrijven. Vaak waren dat medewerkers die na hun pensioengerechtigde leeftijd de diensten moesten verlaten maar zich te jong voelden om 'achter de geraniums te gaan zitten’. Vervolgens bleken zij in de private sector meestal loyale aanspreekpunten voor de dienst(en): meer betrouwbare ogen en oren in de samenleving is een prettige bijkomstigheid.

De vraag luidt of de AIVD/MIVD bij vertrek van medewerkers afspraken hebben gemaakt met Eye. Zoals bedrijven, opgericht door oud-medewerkers van inlichtingendiensten in de VS en Israël, nog steeds ‘innige relaties’ kunnen onderhouden met de inlichtingendiensten.

Maar waarom zou een inlichtingendienst die zeer goed in staat is om coverfirma's op te bouwen - die op geen enkele wijze een zichtbare link hebben naar de diensten - nu wel verantwoordelijk willen/moeten zijn voor eventueel door de dienst gestuurde activiteiten van personeel van bijvoorbeeld Eye-verzekeringen? 

Jacht- en Visclub

AIVD en MIVD onderhouden verschillende professionele relaties met bedrijven. Ten eerste zijn dat voor de hand liggende contacten met Nederlandse en internationale multinationals, maar ook kleinere bedrijven. Deze contacten bestaan deels om uitvoering te kunnen geven aan de in de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten opgenomen C-taak: het bevorderen van veiligheidsmaatregelen tegen concrete of voorstelbare dreigingen bij vitale instanties - van overheid tot bedrijfsleven - die van essentieel belang zijn voor het maatschappelijke leven.

Omdat de veiligheidsdiensten ook inlichtingendiensten zijn gebruiken zij deze contacten ook voor vertrouwelijke gegevensvergaring. Soms wordt structureel samengewerkt in officiële semi-intellectuele bijeenkomsten met lezingen en borrels. Voorbeelden daarvan waren de 'de Jachtclub' en 'de Visclub' door Constant Hijzen genoemd in zijn boek 'Vijandbeelden'.

In ‘de Jachtclub’ zaten beveiligingsambtenaren (BVA's) binnen de overheid, en in ‘de Visclub’ de beveiligingsinspecteurs (BVI's) van bedrijven die onderdeel waren van de vitale industrie. Deze BVA’s en BVI’s doorliepen de basiscursus van de veiligheidsdienst met het doel om het contact met de rest van het overheidsapparaat en het bedrijfsleven te onderhouden. Later speelden deze veiligheidsfunctionarissen een belangrijke rol in het spotten van betrouwbare gesprekspartners in binnen- en buitenland.

Ten tweede zijn er diverse bedrijven en andere organisatievormen -  de zogeheten undercover firma's - die de AIVD en MIVD zelf oprichten om in het geheim te kunnen werken. Waarover hier niets meer!

Triangular en Hunt&Hackett

Tot slot zijn er bedrijven zoals Eye, maar ook andere. Zo noemt Eye onder het kopje ‘vertrouwde partners’ de firma's 'Triangular Group' en 'Cyberveilig Nederland'. Triangular Group Intelligence, onderdeel van Triangular Group is in 2014 opgericht door ex-medewerkers van inlichtingendiensten en Special Forces, Ray Klaassens en Onno van Boven. Ze posten op hun LinkedIn pagina: ‘Wij zijn ontzettend blij met onze nieuwe partner EYE! EYE is een zeer gerenommeerde partij op het gebied van cybersecurity met wortels binnen onze Nederlandse inlichtingendiensten.’

Cyberveilig Nederland is de belangenvereniging van de cybersecurity sector waarin inmiddels een ruime en groeiende achterban van cybersecurity dienstverleners is vertegenwoordigd. 


Deze vereniging is de samensteller van het Cybersecurity Woordenboek. 
Dat Eye Control BV en de Triangular Group nauwe relaties hebben met Cyberveilig Nederland ligt voor de hand. Minder bekend is dat deze vereniging ook twee oud-AIVD'ers in de hoogste gelederen kent.

Ook Ronald Prins, oud-AIVD medewerker, oprichter van Fox-IT en recent lid van de  Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB), richtte deze maand een nieuw cybersecurity bedrijf (Hunt & Hackett) op. 

Prins: "Ik kan mijn kracht beter inzetten om Nederland via een bedrijf veiliger te maken dan dat ik dan via de overheidszijde kon.” 
Opnieuw zag Prins dat inlichtingendiensten door bestaande wet- en regelgeving gemuilkorfd worden en wil zelf de statelijke actoren Rusland, China en Iran gaan bestrijden. 

Samenwerkingsverbanden van diverse cybersecurity bedrijven hebben vanzelfsprekend blijvende aandacht van onze veiligheidsdiensten. Ongetwijfeld worden er met deze organisaties open en wellicht zelfs zakelijke relaties onderhouden, want dat levert beide partijen voordelen op.

Bedrijven als frontorganisatie?

Samenwerking is al intensief. In een vacature roept de MIVD (dus de militaire inlichtingendienst) op te solliciteren als cybersecurity-professional bij Defensie om relaties met het bedrijfsleven te onderhouden: ‘Defensie werkt samen met tal van Nederlandse en internationale bedrijven. Bij sommige opdrachten krijgen die bedrijven bijzondere informatie en/of staatgeheimen in handen. Als cybersecurity-professional zorg jij dat deze informatie altijd veilig is. Hoe? Door dagelijks in gesprek te gaan met bedrijven en die veiligheid te toetsen. Of dat nu bij de ZZP’ers op een zolderkamer is of met de leider van een multinational… Als een van de weinige medewerkers van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) laat jij je gezicht zien in de commerciële buitenwereld.’

Zoveel wordt duidelijk: wie een mooie entree wil maken in de wereld van digitale beveiliging kan zich als specialist ontwikkelen bij AIVD en MIVD, met een uitstekende opleiding in deze complexe wereld van de cybersecurity. Daarna kunnen ze als volleerde specialisten de lucratieve overstap maken naar het bedrijfsleven.

 Hoe ver reikt de bewuste strategie voor coöperatie?

Een belangrijke reden voor de overgang is ook: bedrijven zijn anders dan AIVD en MIVD niet gebonden aan de strenge voorwaarden van de inlichtingenwet (Wiv 2017). Maar ze vallen net als elk bedrijf of elke burger wel als ‘doelwit’ onder de informantenbevoegdheid (Art. 39 Wiv).  De diensten zijn bevoegd zich (..) te wenden tot (..) eenieder die geacht wordt de benodigde gegevens te kunnen verstrekken.

Maar daarmee hoeven ze niet verloren te zijn voor de nationale veiligheid. Boeiend is de vraag of er sprake is van verdergaande formele samenwerking tussen de diensten en bedrijven. Zo blijft er beslist een band tussen bovengenoemde beveiligingsinstanties en de oude werkgevers AIVD en MIVD. Eens een ‘spion’, altijd een ‘spion’. En de inlichtingenwereld is er niet naar om dat aan de grote klok te hangen.

Eens een ‘spion’, altijd een ‘spion’

Dat geldt zeker voor de volgende intrigerende vraag: zetten de AIVD en MIVD, net als collega’s in de Verenigde Staten en Israël, met de hulp van oud-medewerkers bij bedrijven in gezamenlijkheid een gestructureerd soort van frontorganisatie op teneinde effectiever te kunnen werken dan in louter het overheidsdomein onder een strenge wetgeving?

Bestaat er een interessant programma om specialisten bij de AIVD en MIVD op te leiden voor latere functies in de complexe wereld van de cybersecurity? Cybersecurity instanties die zich niet of nauwelijks aan de Nederlandse inlichtingenwet hoeven te houden en tegelijkertijd ten behoeve van de diensten vallen onder de 'informantenbevoegdheid', artikel 39 WIV.  Ja, want de diensten zijn bevoegd zich (..) te wenden tot (..) eenieder die geacht wordt de benodigde gegevens te kunnen verstrekken.

Er blijft beslist een band tussen bovengenoemde beveiligingsbedrijven in de 'nieuwe wereld' en de oude werkgevers AIVD en MIVD. 

Eens een ‘spion’, altijd een ‘spion’.

Echter de vraag of en hoe deze bedrijven in Nederland operationeel worden ingezet, zal niet worden beantwoord. Vanwege de ‘heilige compartimentering’ binnen de inlichtingendienst zullen slechts weinigen het echt weten. En wat dan nog?


Dit is een bewerking van het artikel in 'Netkwesties' van 2 oktober 2020 

https://www.netkwesties.nl/1460/boeiende-relaties-tussen-aivd-en-mivd.htm

19 november 2019

Oostenrijkse veiligheidsdienst BVT 'zo lek als een mandje'


Oostenrijkse veiligheidsdienst in zwaar weer!

Medewerkers van onder andere de Britse en Duitse inlichtingendiensten (MI5 en BfV) hebben namens de " Club de Berne” een risicoanalyse uitgevoerd bij de Oostenrijkse veiligheidsdienst BVT. Het resultaat is schokkend.



De Oostenrijkse veiligheidsdienst BVT is een gemakkelijk doelwit voor een aanval van buitenaf. De gegevensbeveiliging is onvoldoende. In het ergste geval kan het computernetwerk van de BVT worden gecorrumpeerd, waaronder ook gekoppelde systemen van alle Europese inlichtingendiensten binnen de "Club de Berne", die nog meer “zeer geheime”-gegevens bevatten. 



Deze analyse van de Europese geheime diensten over de veiligheidssituatie bij de Oostenrijkse veiligheidsdienst BVT luidt dat er dringend moet worden gereorganiseerd en dat leidinggevende functionarissen snel moeten worden vervangen.






De uitgebreide "Security Assessment of BVT" - in opdracht van de " Club de Berne" - had geheim moeten blijven. Maar het mediabedrijf Oe24 heeft de beschikking over de volledige samenvatting van 25 pagina's, inclusief alle afbeeldingen en foto's.



© screenshot








Weinig vertrouwen in de Oostenrijkse dienst

Al bij de eerste evaluatie van de analyse in februari 2019 werd duidelijk waarom dit rapport geheim had moeten blijven: de al door schandalen geteisterde Oostenrijkse dienst wordt opnieuw geconfronteerd met verschillende veiligheidsrisico’s die ook gevolgen hebben voor de Europese veiligheids- en inlichtingenpartners in de "Club de Berne".



Analisten van de partnerdiensten constateren dat het IT-systeem van de Weense veiligheidsdienst niet voldoet aan de eisen van het niveau "vertrouwelijk" of hoger. 












Medewerkers van MI5 en hun collega's uit Duitsland, Zwitserland en Litouwen zeggen in het hoofdstuk "Cyberbeveiliging" (vanaf pagina 15 in het rapport): "Het IT-systeem van de BVT is absoluut ongeschikt voor verwerking en opslag van vertrouwelijke informatie, want het is ook gekoppeld aan het internet.” 


© screenshot




Een redelijk getalenteerde hacker kan het BVT-systeem momenteel zelfs in "Poseidon" gebruiken








Russische antivirusprogramma's in BVT

Verdere punten van kritiek van de onderzoekers.

1. De BVT staat alle werknemers toe mobiele telefoons of laptops mee te nemen in de zwaarst beveiligde zones van het gebouw met het risico dat iedereen screenshots van zeer geheime documenten kan maken en deze naar buiten kan brengen. 

2. De Oostenrijkse dienst gebruikt nog steeds vier antivirusprogramma's van het Russische bedrijf Kaspersky. Deze software is maanden geleden door andere inlichtingendiensten (zoals die van Nederland) uit hun systemen verwijderd. Het spionagerisico was extreem hoog. 

3. De beveiliging van het gebouw van de BVT werd ook afgekeurd. Alleen de ramen op de begane grond zijn voorzien van inbraakalarm, maar die op hoger liggende etages zijn niet beveiligd. (pagina 18 in het rapport). Dit laatste geldt ook voor de nooduitgangen.




© screenshot

Hoog risico voor undercoveragenten?

Conclusie van het rapport:


De Oostenrijkse veiligheidsdienst BVT kan een gemakkelijk doelwit zijn voor een aanval van buitenaf. De gegevensbeveiliging is verre van bevredigend. In het ergste geval kan het computernetwerk van de BVT worden gecorrumpeerd inclusief de systemen van alle Europese inlichtingendiensten binnen de "Club de Berne", waar nog meer ‘topsecret’ gegevens zijn opgeslagen. 

Een expert van de BVT, die deze documenten aan Oe24 heeft overhandigd, zegt: "Als de echte identiteit van de collega's die naar bendes of terroristische organisaties zijn gestuurd bekend wordt, is hun leven niet veel meer waard. De hele top van de veiligheidsdienst moet onmiddellijk worden vervangen."

Binnenlandse Veiligheidsdienst BVD voorkomt terreuraanslag

Het is 5 september 1975 Nederland is 50 jaar geleden ontsnapt aan Syrische terroristische aanslag Palestijnse terroristen plegen regelmatig ...