18 augustus 2019

Wat is autonome rol AIVD nog waard?



Dick Schoof, DG-AIVD, moet wennen aan zijn rol bij de geheime dienst. Hij zoekt zijn heil nu nog vaak bij zijn oude werkgever het ministerie van Justitie & Veiligheid
Dat vindt minister Ollongren van BZK niet altijd plezierig

Reprimande minister
Sinds zijn aantreden eind 2018 als DG van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst AIVD, besteden de media regelmatig aandacht aan Dick Schoof.
Opvallend vonden zij bijvoorbeeld zijn rol bij de ‘affaire Haga Lyceum’ in Amsterdam en bij het advies over het 5G-netwerk van het Chinese Huawei aan een taskforce bij Justitie, die prompt vergat de Tweede Kamer over dit AIVD-advies te informeren. 
Bijzondere media-aandacht kreeg een ‘reprimande van zijn eigen minister’ Ollongren na zijn voorbarige dreigementen richting Volkskrant-journalist Huib Modderkolk.

Exploitatie

Maar ook de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) is kritisch en onderzoekt of gegevens die de AIVD (BZK) en NCTV (Justitie) hebben verstrekt over het Cornelius Haga Lyceum – na overleg in een Taskforce - rechtmatig ‘naar buiten’ zijn gebracht. Dit naar aanleiding van vragen in de samenleving over onder meer de juistheid van die gegevens.



Van: NCTV, Pieter Jaap Aalbersberg
Aan: Burgemeester van Amsterdam, drs F. Halsema
Ons kenmerk: 2527693 - Datum: 7 maart 2019 
Onderwerp: Zorgen ten aanzien van onderwijsinstelling in Amsterdam

Zoals u weet is onlangs de Taskforce Problematisch Gedrag en Ongewenste Buitenlandse Financiering opgericht, bestaande uit afgevaardigden van het ministerie van SZW, BZK (mcl. de AIVD) en J&V (mcl. de NCTV). 



De toezichthouder kan ook zijn wenkbrauwen fronzen nu is gebleken dat AIVD-directeur Dick Schoof zijn kritisch advies over het 5G-netwerk van het Chinese Huawei wel naar Justitie heeft geschoven, maar dat het AIVD-advies niet tijdig aan de Kamer is aangeboden: "Het had vanaf het ministerie van Justitie en Veiligheid naar de Kamer gemoeten", zegt Justitie. 



"Op 4 februari jl. heeft de AIVD een brief gestuurd over nationale veiligheid en 5G.  Deze brief is gericht aan de minister van Justitie en Veiligheid en de staatssecretaris van Economische zaken en Klimaat".

Hierbij ontvangt u ook via deze weg de brief van de AIVD. Ik stuur u deze mede namens de minister van BZK. (De AIVD valt onder het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.) 

De Minister van Justitie en Veiligheid,
Ferd Grapperhaus


Maar is het niet (ook) de taak van de minister van BZK, Kajsa Ollongren, om de Tweede Kamer aangaande AIVD-aangelegenheden rechtstreeks te informeren?

Modderkolk
Diezelfde minister Ollongren zag zich zelfs genoodzaakt haar DG-AIVD op de vingers tikken.
De AIVD vond namelijk dat Volkskrant-journalist Huib Modderkolk passages moest schrappen uit zijn boek “Het is oorlog, maar niemand die het ziet”, wegens het voornemen tot schending en openbaarmaking van staatsgeheimen. Modderkolk weigerde bepaalde passages te schrappen. Daarop kondigde AIVD-directeur Dick Schoof aan dat hij zich gedwongen zag aangifte te doen ‘van een voorgenomen misdaad’ tegen Modderkolk persoonlijk.

Dat ging minister Ollongren te ver. Onduidelijk wordt of zij dit keer vooraf door Schoof was geïnformeerd. Hij heeft de schijn tegen, want de minister zelf belde Volkskrant-hoofdredacteur Philippe Remarque persoonlijk en zei dat de AIVD voorlopig geen aangifte doet tegen Modderkolk. Zij wilde niet te snel van stapel lopen; eerst moest de rechter in kort geding oordelen.


Controle Minister BZK
Natuurlijk moet Dick Schoof wennen aan zijn gesloten rol als DG-AIVD. Als gelouterd bestuurder mag je evenwel verwachten dat hij nu de zelfstandige taken van zijn AIVD breed uitmeet en de dienst flink op de kaart zet.
Maar door het bestaan van steeds meer taskforces kan hij meedoen met de gedeelde verantwoordelijkheden in de Haagse politiek. Dus zoekt hij voorlopig zijn heil nog te vaak bij zijn vertrouwde werkgever, het ministerie van Justitie & Veiligheid.

Toch moet de AIVD zelfstandiger, zonder tussenkomst van de NCTV en Justitie, rechtsstreek aan belangendragers exploiteren. Openheid in geslotenheid, opdat beleidsmakers zelf beslissingen kunnen nemen, niet altijd ' 1 op 1 ' direct herleidbaar naar AIVD-gegevens.

Verantwoordelijkheid nemen of wegschuilen
De minister van Binnenlandse zaken moet er persoonlijk op toezien dat de (controle op) exploitatie via het ‘eigen ministerie’ gekanaliseerd verloopt en minder vaak via het ministerie van Justitie. Dan zal exploitatie van de AIVD ook minder ophef in de media veroorzaken. Of is wegkruipen voor eigen verantwoordelijkheden en schuilen achter gemengde interdepartementale taskforces soms de hedendaagse norm?

17 augustus 2019

Meer of ander toezicht op geheime diensten

Geheime diensten slagen erin het strengere nationale toezicht deels te omzeilen


Er is meer toezicht gekomen op geheime diensten om te voorkomen dat de privacy van burgers door gebruik van meer bevoegdheden te veel zal worden geschaad, schrijft journalist Kees Versteegh op 7 augustus 2019 in NRC.nl. Die diensten maken door internationale samenwerking het toezicht echter diffuus. 

Dat toezicht wordt ook al bemoeilijkt door interdepartementale samenwerking in ‘taskforces’ in Nederland zelf. En zodra berichtgeving van de AIVD zodanig wordt gemoduleerd dat zij menselijk gedrag rond het islamitische Haga Lyceum in Amsterdam willens en wetens en direct beïnvloedt, verdient dat eveneens een bijzonder kritische houding van de toezichthouders.


AIVD verandert maar....

AIVD’ers in Zoetermeer vinden ‘hun dienst’ in korte tijd onherkenbaar veranderd. Er is zoveel personeel bijgekomen dat zij hun eigen collega’s niet meer (her-)kennen. Voortschrijdende algoritmetechnieken worden als iteratieve wonderen omarmd en hekelen het menselijke verstand van analisten. De AIVD is vooral in digitale zin veranderd. 

Directeur Alex Younger van de Secret Intelligence Serivce MI6 verwacht niet dat de oude tradecraft Humint – het runnen van menselijke bronnen - ooit zal verdwijnen. “Wij zullen altijd beweegredenen, intenties en aspiraties van mensen in andere landen moeten begrijpen. Zelfs in deze tijd van artificiële intelligentie heb je menselijke intelligentie nodig”. De Britten blijven dus ‘spionnen’ naar andere landen sturen.

....blijft vooral een veiligheidsdienst

In snerpend contrast hiermee staat dat pas in 2002 de AIVD in het buitenland voorzichtig leerde opereren en medewerkers en agenten op pad stuurde. Nederland is geen land van spionnen; het kent daarin - behalve in de oorlogsjaren 1940-1945 - nauwelijks geschiedenis. Niet offensief, niet slim en niet uitgekookt genoeg. Nederland mist Amerikaanse gedrevenheid, Franse accuratesse, Duitse grondigheid en Brits acteertalent om het Nederlandse inlichtingenwerk naar een geraffineerd manipulatief plan te tillen. De AIVD blijft vooral een veiligheidsdienst. 

Belangrijk is daarbij dat de noodzaak van een Nederlandse inlichtingendienst door afwezigheid van doorwrocht buitenlandse beleid gering is. Om die reden wordt ook meer geloof en waarde gehecht aan berichten van buitenlandse diensten, hoewel die bronnen daarvan onbekend zijn, dan aan rapportages van de eigen gekende menselijke bronnen.

Directeur Younger van MI6 vindt het onvoldoende dat een Britse inlichtingendienst weet wat de tegenstander doet. Nee, je moet in staat zijn gedragingen te veranderen, want het Verenigd Koninkrijk heeft vele buitenlandse belangen.
Gemaskeerd, om de gebruikte modus operandi niet aan de grote klok te hangen omdat ‘spionage’ nu eenmaal onlosmakelijk is verbonden met het niet openbaren van strategieën die de geschiedenis beïnvloedden.

PR-offensief

Nederlandse veiligheidsdiensten echter manoeuvreren openlijk met ambtsberichten om de geschiedenis bij te sturen omdat de nationale veiligheid in gevaar zou zijn. De media worden naar hartenlust ingeschakeld in dit pr-offensief. Slechts het tijdig waarschuwen en het verstrekken van gegevens is echter de wettelijke taak.

Je moet oppassen met subtiele maar bewuste gedragsbeïnvloeding om de werkelijkheid te veranderen. Deze handeling doet denken aan het rechtvaardigden van de inval in Irak in 2003 door geveinsde aanwezigheid (door buitenlandse diensten) van massavernietigingswapens waardoor de (inter-)nationale veiligheid van de V.S. en diens westerse bondgenoten in gevaar zou zijn. 
Kunnen we nog langer vertrouwen op betrouwbare, objectieve mededelingen van de Nederlandse veiligheidsdiensten?

Meer of ander toezicht op geheime diensten

Zodra berichtgeving van de AIVD zodanig wordt gemoduleerd dat zij willens en wetens menselijk gedrag direct beïnvloedt, verdient dat een bijzonder kritische houding van alle burgers, van politici, van de media en van alle toezichthouders. 
Ja, dan is de AIVD onherkenbaar veranderd. Al met al redenen te over om het toezicht niet alleen internationaal maar ook nationaal - bij andere ministeries - drastisch uit te breiden. 


Dit artikel verscheen  in bewerkte versie in NRC van 13 augustus 2019

15 juli 2019

AIVD moet (weer meer) zelfstandig exploiteren



AIVD is geen voorlichtingsdienst


De Nederlandse burger heeft recht op objectieve voorlichting door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTV) beweert  Kees Cools in de Volkskrant van maandag 8 juli 2019.
Dat gaat mij veel te ver, zeker voor wat betreft de AIVD die een geheime dienst is en zeker geen voorlichtingsdienst, ondanks de transparantie die schoorvoetend aan de dag wordt gelegd.

De Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) onderzoekt of gegevens die de AIVD heeft verstrekt over het Cornelius Haga Lyceum kloppen.
Interessanter is wie die gegevens ‘naar buiten’ heeft gebracht en of dat met of buiten medeweten van de AIVD is gebeurd.


Een geheime analyse; “heb je niet van ons gekregen”!


Ooit, in het grijze verleden, verstrekte de voorloper van de AIVD, de BVD, nauwelijks of in ieder geval minder frequent gegevens aan beleidsmakers. Althans niet zodanig in de openbaarheid dat de media ermee aan de haal gingen.
Een geheime analyse werd zeer voorzichtig met slagen om de arm op papier gezet en ‘mondjesmaat op een regenachtige namiddag in een donker kantoor’ aan de geadresseerde beleidsmaker of minister overhandigd en waar nodig mondeling toegelicht. Altijd vergezeld van de niet uitgesproken maar immer goed begrepen zin “dit heb je niet van ons gekregen”! Kijk maar wat u ermee kunt.


Daarmee bedoel ik dat ook de BVD – net als nu de AIVD – met het verstrekken van gegevens aan beleidsambtenaren de geschiedenis bewust maar soms ook onbewust en zeker heimelijk beïnvloedde, maar ‘de waarheid’ nooit (openlijk) manipuleerde. Daarmee zou de dienst zijn geheime karakter en zijn werkwijzen teveel geweld aan doen.


Pas na de komst van de legendarische Arthur Docters van Leeuwen (eind jaren ’80) werd de AIVD langzamerhand iets transparanter dan een gesloten kluisdeur. Van openlijk manipuleren van beleidsmakers was geen sprake, wel werden meer dan voorheen gesprekken gevoerd.


AIVD-publicatie aangescherpt door NCTV


Precies een jaar geleden (juli 2018) meende de CTIVD dat een AIVD-publicatie was aangescherpt na invloed vanuit de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTV).

Die conclusie van de CTIVD was gebaseerd op het feit dat de analyse-afdeling van de NCTV voortdurend discussieerde met analisten van de AIVD.

Gaat de wisselwerking tussen beide diensten anno 2019 dan zover dat de AIVD zou hebben gedicteerd wat de NCTV over het Lyceum aan de buitenwereld moest vertellen? Of was dit een blunder van NCTV-directeur Aalbersberg die zijn voormalig baas, de burgemeester van Amsterdam, wilde 'pleasen' en te voortvarend informeerde? De Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) zoekt dit nu uit.

Conclusie: Tijd voor zelfreflectie


Een AIVD die onafhankelijker (van de NCTV) moet opereren en zelfstandiger moet exploiteren.
Dat zou een conclusie naar aanleiding van het onderzoek van de toezichthouder CTIVD moeten zijn die mij - en naar ik hoop ook de DG-AIVD Dick Schoof - niet zal en niet mag verbazen.
Het is de hoogste tijd voor meer zelfreflectie!

Een bewerkte versie verscheen in 
'de Volkskrant' van maandag 15 juli 2019



1 april 2019

Juridische mierenneukerij belemmert werk inlichtingendiensten


Slagkracht AIVD en MIVD onder druk


Juridische mierenneukerij belemmert werk inlichtingendiensten


De Nederlandse AIVD en MIVD zijn ontevreden over de extreem toegenomen regeldruk. De operationele slagkracht staat onder druk. Uitvoering operationele werkzaamheden komt in gedrang. Dat is de ongezouten kritiek op de toezichthouders van de veiligheidsdiensten

Ongezouten kritiek ministers op toezichthouders veiligheidsdiensten
Zelfs  de ministers van Binnenlandse zaken en van Defensie, Ollongren en Bijleveld-Schouten, leveren ongezouten kritiek in een Kamerbrief.

Hoewel er begrip is voor aanloopproblemen zoals bij elke nieuwe wet als de Wiv 2017 moeten de inzichten van de TIB voorkomen dat ministers de mogelijkheid tot het voeren van ( juridisch) beleid wordt ontnomen. Immers de TIB heeft aangegeven toestemmingsaanvragen niet in behandeling te nemen wanneer deze niet voldoen aan haar beleidsinvulling. Hiermee knabbelt de TIB aan de ministeriële verantwoordelijkheid.

Dat geldt in sterkere mate wanneer de TIB ook wil dat de AIVD in toestemmingsaanvragen voor de inzet van bijzondere bevoegdheden, zoals taps en hacks, al voor het onderzoek begint gaat opschrijven of er misschien ook met een buitenlandse dienst zal worden samengewerkt. Daar gaat de TIB niet over, want die beslissing wordt tijdens het primaire werkproces door de diensten zelf genomen en achteraf door de verantwoordelijke ministers getoetst.

Inlichtingenproces 

De TIB toetst een ministeriële toestemming voor de uitoefening van een bijzondere bevoegdheid die een grote inbreuk kan hebben op de persoonlijke levenssfeer van burgers. Dat staat zo in de wet.

Maar er is kritiek op de beoordelingssystematiek van de TIB. De Commissie voelt zich wettelijk verplicht goedkeuring te geven aan elke kleine vervolgstap in een onderzoek, zonder rekening te houden met het inlichtingenproces als geheel. Het gevolg is gebrek aan ruimte voor het “iteratieve en onvoorspelbare karakter van het onderzoeksproces dat zo kenmerkend is voor het werk van de diensten”. De TIB kijkt te veel naar de lettertjes van de wet zonder veel inzicht te hebben in het inlichtingenproces.

Je moet zelf wel lange tijd met beide voeten echt midden in het inlichtingenwerk hebben gestaan om te realiseren dat het bijna onmogelijk is vooraf gedetailleerd te omschrijven waar je nou precies naar op zoek bent. Een dynamisch en gedegen onderzoek waar je ook zaken moet kunnen uitsluiten is zelden voorspelbaar.

Buitensporige bureaucratie 

Inlichtingendiensten vinden dat de TIB pas in actie moet komen wanneer er een substantiële inbreuk op de persoonlijke levenssfeer dreigt. De diensten willen niet voor elk wissewasje worden opgezadeld met buitensporig bureaucratische werkzaamheden. Dat levert voor de diensten een onwerkbare situatie op, met onacceptabele risico’s voor de uitvoering van de operationele werkzaamheden tot gevolg.

Mierenneukerij 

Natuurlijk houden de AIVD en MIVD zich aan de nieuwe Wiv2017; zij hebben er immers zelf aan meegeschreven. Wel hadden zij zich beter op veranderingen moeten voorbereiden.

Maar in onzekere tijden van spanning over (internationaal) terrorisme mag in de ogen van de diensten juridische mierenneukerij niet het ‘gewone werk’ belemmeren. Het is beter tijd en energie te steken in het observeren van personen die Nederland schade willen toebrengen.

In een schriftelijke reactie  zegt de TIB verbaasd en teleurgesteld te zijn dat de ministers  wel al de Tweede Kamer hebben geïnformeerd, terwijl eerder toezeggingen waren gedaan om eerst met de TIB te overleggen.

De TIB wil snel met de ministers rond de tafel om te praten over verschillen van inzicht tussen de TIB en de ministers.

Evaluatie inlichtingenwet nu al noodzakelijk

Om een clash tussen toezichthouders en ministers te voorkomen moet nu al worden gewerkt aan een versnelde wetswijziging.
De wetsevaluatie gepland in mei 2020 moet beter nog dit jaar plaatsvinden. In ieder geval voordat verregaande bureaucratie leidt tot aantasting van de slagkracht van de AIVD en MIVD in een ‘wereld vol grillige ontwikkelingen en onvoorspelbare dreigingen’.


Bijgewerkt: 6 april 2019 - 15:30


15 maart 2019

DE VERGETEN TREINKAPING VAN 1973


DE VERGETEN TREINKAPING VAN 1973

Samenvatting

Twee Palestijnen van de zogeheten “Arenden van de Palestijnse revolutie” (Eagles of the Palestinian Revolution) kaapten op 28 september 1973 (Joods Nieuwjaar) in het Tsjechisch-Oostenrijkse grensstation Marchegg voor het eerst in de geschiedenis – een wereldprimeur - een trein.
De trein – ook wel de “Chopin-Express” genoemd – vervoerde grote groepen Joods-Russische emigranten van Moskou via Warschau naar Wenen.

Tijdens de eerste minuten van de treinkaping werd de Tsjechische treinmachinist neergeschoten – hij overleefde – en werden drie Joodse emigranten en een Oostenrijkse douanebeambte gegijzeld.


De Palestijnen - Mustapha Soueidan (25) en Mahmoud Khaidi(27) - van de Libanese terreurgroep Al-Saiqa, onder leiding van Zuhair Muhsin, eisten stopzetting van de emigratie van Joden via Oostenrijk naar Israël, uit angst voor de verstoring van de demografische verhoudingen tussen Palestijnen en Joden in de regio ten nadele van de Palestijnen.

Deze eis werd door de Oostenrijkse bondskanselier Kreisky (zelf een Jood) na ingewikkelde onderhandelingen en uit angst voor meer geweld tenslotte ingewilligd. Dit tot grote woede van de Israëlische premier Golda Meir.


De eerste uren
In Marchegg, direct aan de Oostenrijks-Tsjechoslowaakse grens kaapten twee met machinegeweren bewapende Arabische terroristen (met Libanese paspoorten) met grof geweld een trein en gijzelden Joodse emigranten.
Bij de kaping werd de treinconducteur neergeschoten en raakte een tweede persoon gewond. Vijf mannen, een vrouw en een kind, en twee Oostenrijkse douanebeambten werden gevangen genomen.
De Russische trein kwam na een laatste tussenstop in Pressburg bij Bratislava, net over de Oostenrijkse grens in de Tsjechoslowaakse republiek, volgens dienstregeling om 10:37 uur aan in Marchegg.

In Oostenrijk werden Joodse emigranten door vertegenwoordigers van Israël tijdelijk opgevangen in Schloss Schönau in Neder-Oostenrijk waar zich een doorgangskamp bevond.
Hier werden ze, verzorgd en vervolgens - op voorwaarde dat ze daadwerkelijk wilden immigreren - door de lucht van de luchthaven van Wenen naar Israël vervoerd. Af en toe besloten Sovjet-emigranten in Schönau niet naar Israël te emigreren, maar in Europa te blijven of naar de Verenigde Staten te vertrekken.

De Palestijnen wilden niet dat grote groepen joden uit de Sovjet Unie naar Israël emigreerden uit angst voor destabilisatie van de politieke verhoudingen en zij probeerden met deze treinkaping de stroom Joden te stoppen.
Direct na de kaping van de Russische trein werden reizigers in gijzeling genomen. Twee passagiers konden ontkomen en schreeuwden dat de terroristen machinegeweren bij zich hadden. Een ouder echtpaar en drie personen van de familie Czaplik werden gegijzeld. Mevrouw Czaplik die de terroristen ook wilden gijzelen, kon net op tijd met haar zoontje op de arm terug naar het perron ontsnappen en verschool zich weer in de trein. Haar 26-jarige man, de 70-jarige Elka Litvak, de 71-jarige Moshe Litvak en de douanebeambte Bobits bleven gevangen. 

Vlak daarna verlieten de terroristen het perron en bezetten zij het politiebureau dat zich in het stationsgebouw bevond. Een van de terroristen loste een korte salvo met zijn machinegeweer. De Tsjecho-Slowaakse machinist Ferdinand Beles werd daarbij in zijn dij geraakt en moest naar het ziekenhuis van Hainburg worden vervoerd. Al in het stationsgebouw begonnen de eerste voorzichtige ‘onderhandelingen’.

De terroristen hadden gestencilde pamfletten bij zich met daarop hun eisen. Hierin noemden zij zich “The Eagles of Palestine”. Zij lieten enkele exemplaren van die pamfletten achter in het stationsgebouw van Marchegg.

Een toevallig aanwezige vrachtwagenchauffeur uit Wenen trad op als tolk. Uiteindelijk namen de terroristen een VW-busje van een medewerker van de Oostenrijkse spoorwegen in beslag.
Onder bedreiging van vuurwapens brachten de gijzelnemers hun gijzelaars nog diezelfde middag dicht opeengepakt in dit blauwe busje  via de nieuwe brug bij Hainburg over de Donau naar de luchthaven Schwechat bij Wenen.

Onderhandelingen op de luchthaven

Na aankomst op het vliegveld bleek dat de Palestijnen hun actie goed hadden voorbereid.
Het geconfisqueerde VW-busje reed met de gegijzelden en begeleid door een konvooi van politievoertuigen naar een platform van de luchthaven, waar een DC 9 van de Spaanse luchtvaartmaatschappij "Iberia" klaar stond voor vertrek.

Onmiddellijk verlieten alle passagiers dat vliegtuig en werd het luchtverkeer stilgelegd. Er werd een operationeel commandocentrum ingericht en politiehelikopters cirkelden boven het platform. De VW-bus met terroristen en hun gevangenen koos een strategische positie voor een terminalgebouw, omcirkeld door een team van onderhandelaars.


De terroristen merkten niet dat het toestel van Iberia vergrendeld werd. Op het moment dat het onderhandelingsteam het VW-bus had omringd, werd namelijk een boordwerktuigkundige van Iberia ongemerkt naar de machine gebracht en kon hij het toestel afsluiten. Al het binnenkomend vliegverkeer werd omgeleid naar de vliegvelden van Linz, Graz en Frankfurt. De Weense luchthaven was hermetisch gesloten voor alle luchtverkeer. Gedurende de dag was ook toegang voor ander verkeer op de luchthaven onmogelijk. Publiek en reizigers hadden de luchthaventerreinen veilig kunnen verlaten.

In de beurt van het terminalgebouw begonnen de onderhandelingen tussen de Palestijnen en een Oostenrijks onderhandelingsteam. De terroristen onderhandelden vastbesloten en hadden enige tijd zelfs de handels van de handgranaten tussen de tanden geklemd.
Toen al snel bleek dat vertrek met de DC 9 geen optie meer was, eisten zij een vrije aftocht met een ander vliegtuig naar een Arabisch land dat hen wil opvangen. Hun Joodse gijzelaars moesten mee, maar de Oostenrijkse douanebeambte zou worden vrijgelaten.
De Oostenrijkse onderhandelaars wilden wel een ander toestel ter beschikking stellen, maar slechts op voorwaarde dat ook de gegijzelde Joden werden vrijgelaten.

De belangrijkste eis van de Palestijnen bleef echter een toezegging van de Oostenrijkse kanselier Kreisky voor radio en/of televisie dat hij het doorgangskamp in Schönau voor Joodse emigranten die naar Israël wilden, zou sluiten.

Op een getypt pamflet verklaarden de Arabische terroristen dat zij martelaren waren die streden voor een terugkeer van Palestijnen naar door Israël bezette gebieden. Opnieuw benadrukten zij dat de terugkeer uit de Sovjet Unie van Joodse immigranten naar Israël een gevaar vormde voor de Palestijnse onafhankelijkheid.

“Wij zijn van nature geen moordenaars, maar plegen deze daad vanwege de misdaden van de zionisten die onze kampen hebben gebombardeerd, onze vrouwen, kinderen en oude mensen hebben vermoord, onze leiders hebben vermoord en hebben verklaard dat ze onze mensen zullen bevechten en vernietigen waar zij zich ook bevinden.
We doen het omdat we het recht en de vastbeslotenheid hebben om de Zionisten te bevechten waar dan ook, omdat ze rekruten van de vijand zijn.
Het is niet onze eerste actie en het zal niet ons laatste zijn. Wij zullen niet nalaten ons land met geweld te bevrijden van de zionisten”.
De adelaars van de Palestijnse revolutie’

Arabische ambassadeurs

De Arabische terroristen wilden onderhandelen met de Libanese, Iraakse en de Egyptische ambassadeurs in Wenen. Die kwamen die avond naar het vliegveld. Op het platform bij de terminal werd alle verlichting aangedaan. Ook werden mobiele hoogwerkers van de luchthavenbrandweer geplaatst, voorzien van schijnwerpers. Het leek wel dag, maar de verlichting in de gebouwen op de luchthaven werd uitgeschakeld. Er was vanaf het platform geen enkele beweging in het gebouw waar te nemen.
             
Na uitvoerig vooroverleg met verschillende Oostenrijkse ministers onderhandelden de Arabische ambassadeurs met de terroristen. Het doel was zonder verder bloedvergieten tot een oplossing te komen. Tot 9 uur die avond kon geen vooruitgang worden geboekt ondanks dat de onderhandelingen met de terroristen door onder anderen psychiater Dr. Sluga van het Mittersteig Institute werden voortgezet. Tegen aanwezige journalisten op de luchthaven Schwechat, zei luchthavendirecteur Tilsch dat de onderhandelingen erg moeizaam verliepen omdat de terroristen hun eisen steeds bijstelden.
Op televisie bij de Oostenrijkse staatsomroep (ORF) lichtte minister van Binnenlandse Zaken, Rösch, in een interview het Oostenrijkse regeringsstandpunt toe dat de terroristen absoluut niet zouden mogen vertrekken met de gegijzelde Joodse treinreizigers. Ook niet in het geval de terroristen zouden dreigen de gijzelaars neer te schieten.      

Israël en Joods Nieuwjaar

Het nieuws over de Arabische terreuraanval op Joodse treinpassagiers uit Moskou was in Israël als een bom ingeslagen en werd de feeststemming vanwege het Joodse Nieuwjaar op een verschrikkelijke manier bedorven.
Ministers van de Israëlische regering die het Joodse Nieuwjaar vierden, annuleerden hun vakantie om de ontwikkelingen in Wenen op de voet te kunnen volgen.

De Israëlische regering stond in voortdurend contact met hun ambassade in Wenen die op zijn beurt onafgebroken door de Oostenrijkse autoriteiten werd geïnformeerd over de inspanningen om tot een oplossing te komen. De Israëlische bevolking volgde onafgebroken het laatste nieuws vanuit Wenen via radio en televisie.

Voor de Israëlische autoriteiten was deze terroristische daad op zich geen verrassing omdat door de Black September-beweging (BSO) al vaker bedreigingen waren geuit tegen het Oostenrijkse doorgangskamp Schönau voor Joodse emigranten uit de Sovjet-Unie.


Moeizame onderhandelingen

Zo tegen 21:00 uur die avond weigerden de Palestijnen nog steeds alle gijzelaars vrij te laten. Het lange wachten in de VW–bus op het vliegveld maakte de ene terrorist erg nerveus, terwijl de andere verklaarde dat hij zeker niet moe was en bereid was lang te wachten; hij had genoeg pillen bij zich om zichzelf wakker te houden. Hieruit werd geconcludeerd dat de ontvoerders drugs gebruikten om vermoeidheid tegen te gaan.

Tussentijds verklaarde minister van Binnenlandse Zaken Rösch dat de terroristen op de luchthaven Schwechat de Libanese ambassadeur Joseph Shadid niet als onderhandelaar wilden accepteren, maar wel de ambassadeur van Egypte, Salah Gohar. Laatstgenoemde en de ambassadeur van Irak, Jassef Jassem al- Azzawi hadden zich zelfs bereid verklaard om de plaats van de drie gevangen Joodse treinreizigers in te nemen, zodra de terroristen naar een ander land konden vliegen. Twee Oostenrijkse psychologen hebben het voorstel voor deze plannen onmiddellijk afgeraden; elke stresssituatie met de ontvoerders moest worden vermeden. Aan hun wensen om voedsel voor gegijzelden en zich zelf werd tegemoet gekomen. Hun wens om ook een radio te krijgen werd door de algemeen directeur van de openbare veiligheid, Dr. Peterlunger, afgewezen.

In een televisie-uitzending verklaarde de algemeen-directeur van de openbare veiligheid, Dr. Peterlunger, dat hij urenlang met de terroristen over de meest uiteenlopende onderwerpen had gesproken en onderhandeld met als enig doel de gegijzelden vrij te praten en om te voorkomen dat de kapers nerveus zouden worden. De terroristen zelf beweerden herhaaldelijk dat zij geen moordenaars waren en dat vertragingstactieken van de Oostenrijkse overheid niet zouden slagen omdat ze waren getraind om wakker te blijven en ook genoeg pillen hadden om dat zeker 96 uur vol te houden.

Oplossing voor treinkaping en ontvoeringszaak in zicht

Het was een grote verrassing toen er een tweemotorig Cessna vliegtuigje, van het vliegveld in Graz, landde op de luchthaven van Wenen. Deze Cessna 414 kon met slechts één tussenstop enkele Arabische steden te bereiken. Na vliegenier Alexander Hincak, werd een tweede piloot, Karl Geiger, bereid gevonden indien nodig het toestel te besturen.

Inmiddels werden op het vliegveld brandweerwagens in stelling gebracht. Er werd alvast een opening in de kleine cirkel van politievoertuigen rond het VW-bus gemaakt. Daaruit zou de auto van de terroristen en gijzelaars kunnen vertrekken.

De federale regering van Oostenrijk kwam tegemoet aan de eisen van de Palestijnse terroristen en had met het oog op de toekomstige veiligheid van Sovjet burgers van Joodse afkomst besloten het complex in Schönau waar Joden in transit verbleven definitief te sluiten.
Bondskanselier Bruno Kreisky deelde mee dat de onderhandelingen zeer complex waren verlopen, maar dat hij had ingezet op het behoud van de levens van de vier gegijzelden. Hij voegde eraan toe dat de bemiddeling van de vier ambassadeurs van de Arabische staten cruciaal was geweest.

Hoewel de gijzeling nagenoeg zonder bloedvergieten was verlopen, werd de Oostenrijkse overheid en bondskanselier Bruno Kreisky in het bijzonder, overladen met felle kritiek omdat aan één van de eisen van de terroristen was toegegeven.
De reactie van Kreisky: "De federale regering heeft in een vergadering van de Buitengewone Raad van Ministers op 28 september 1973 - met het oog op de veiligheid van Joodse emigranten - besloten vanaf heden te stoppen met het opvangen van Joodse reizigers in het kamp Schönau. "
De ontvoerders hadden de voorwaarde gesteld dat deze beslissing van kanselier Kreisky over het sluiten van het opvangkamp Schönau over de Oostenrijkse radio werd voorgelezen. Ook in het Engels! En zo gebeurde.

Zodra het vliegtuigje klaar stond voor vertrek, werden de drie gegijzelde treinpassagiers en de douanebeambte na urenlange onderhandelingen op 29 september 1973 vrijgelaten en overgedragen aan de Oostenrijkse autoriteiten. De twee "al-Saiqa" – terroristen uit Libanon werden door twee piloten in de Cessna 414 via Joegoslavië naar Tripoli in Libië gevlogen.

Op 1 oktober hebben de piloten Alex Hinczak en Karl Geiger op hun terugreis een tussenlanding in Dubrovnik gemaakt en landden nog dezelfde avond in Wenen.
In een live radio-interview vertelden de piloten dat de twee Arabische terroristen tijdens de vlucht erg vriendelijk waren geweest. Na de landing in Tripoli was de benzine tot praktisch de laatste druppel ‘opgestookt’.
In Libië werden de twee Oostenrijkse piloten door de regering zeer vriendelijk ontvangen. De Libische regering vroeg hen zelfs – waarschijnlijk op verzoek van de Oostenrijkse ambassadeur in Tripoli - nog een dag in Libië te blijven.

Resultaat van de treinkaping en gijzeling

Jarenlang reisden vele duizenden joodse burgers uit de Sovjet-Unie, Polen en Roemenië via het tussenstation in Schönau naar Israël. Dit opvangkamp werd definitief gesloten.
In de toekomst zouden groepen Joodse emigranten uit de Sovjet-Unie nog wel via Oostenrijks grondgebied – maar niet meer via Schönau - kunnen reizen.
Dit was het resultaat van de zeer complexe en zeer intensieve onderhandelingen tussen de twee Palestijnse terroristen, de Oostenrijkse overheid en vier ambassadeurs uit Egypte, Irak, Libië en Libanon. De Oostenrijkse federale overheid was blij met deze humanitaire oplossing zonder bloedvergieten en de vrijlating van de gevangen genomen treinreizigers.

De politieke "prijs" die in Oostenrijk, in het bijzonder bondskanselier Bruno Kreisky in de maanden na de treinkaping moest betalen voor de vrijlating van de vier gijzelaars was hoog. Zijn regeringsverklaring werd zeker niet door het Israëlische kabinet o.l.v. Golda Meir, in dank afgenomen.

Israël was faliekant tegen het sluiten van ‘kamp Schönau. Het voelde als een nederlaag, zeker op de dag waarop Joods Nieuwjaar werd gevierd. De Israëlische premier Golda Meir reisde slechts drie dagen later naar Wenen en deed op 2 oktober 1973 een beroep op Kreisky op zijn beslissing terug te komen. Kreisky ging niet akkoord met dit verzoek en gaf als reden dat er eerder bedreigingen tegen Schönau waren geweest en dat deze waarschijnlijk zouden voortduren. Hij kon niet langer de veiligheid van grote groepen Joden die via Schloss Schönau naar Israël reisden garanderen.

Nawoord

Op 24 oktober 1973 publiceerde in Nederland het landelijke christelijke Reformatorisch Dagblad het volgende artikel onder de kop “Besluit Schönau had solidariteitseffect”.

"De Oostenrijkse kanselier Bruno Kreisky heeft er dinsdag in het Oostenrijkse parlement voor gepleit, dat het land door moet gaan met het verlenen van vrije en ongehinderde doorgang aan Russische Joden, die naar Israël reizen.

De kanselier zei een en ander tijdens een speciaal debat over de gebeurtenissen van 28 en 29 september, toen twee Arabische terroristen vier personen, onder wie drie Russische Joden, gijzelden. De terroristen lieten de gijzelaars gaan, nadat Kreisky hen had verzekerd dat het doorgangskamp voor Russische Joden, Schönau, zou worden gesloten. Kreisky legde er in zijn rede de nadruk op, dat het nooit een eis van de terroristen is geweest om de joden ongehinderde doorgang via Oostenrijk te belemmeren.
 
Maar Kreisky heeft herhaalde malen te kennen gegeven dat hij niet zal terugkomen op zijn besluit. In zijn rede zei hij nogmaals dat de „herhaalde dreigingen om aanvallen te ondernemen op Schönau tot de conclusie hebben geleid dat de mensen in het kamp, vooral na de gebeurtenissen in München (Olympische Spelen 1972, red.), voortdurend in levensgevaar verkeren.

Kreisky zei ervan overtuigd te zijn dat de terroristen hun dreigement de gijzelaars te zullen doden zouden hebben uitgevoerd. „Sinds 1968 hebben Palestijnse terroristen 22 aanvallen gedaan, die resulteerden in 89 doden onder burgers, acht doden onder de terroristen en 106 gewonden", zo zei Kreisky. Als terroristische aanvallen zouden zijn ondernomen op het kamp Schönau, „zou Oostenrijk in de ogen van de bevolking zijn veranderd in een tweede oorlogstoneel in het Midden-Oosten conflict", zo meende de Oostenrijkse kanselier.

Het besluit van Kreisky om het doorgangskamp te sluiten in ruil voor de vrijlating van de gijzelaars, zou de goedkeuring van de Oostenrijkse bevolking hebben weggedragen, vooral na de kritiek die er uit alle delen van de wereld op is gekomen. De kritiek zou volgens waarnemers hebben geresulteerd in een „solidariteitseffect" onder de Oostenrijkers.

Het doorgangskamp in Schönau werd op 12 december 1973 definitief gesloten. Ter vervanging werd in de Babenberger kazerne Wöllersdorf door een regionale afdeling van het Rode Kruis van Neder-Oostenrijk een nieuwe opvanglocatie voor vluchtelingen en andere reizigers ingericht. In feite ondervonden Joodse emigranten uit de Sovjet-Unie geen verslechtering van hun zorg bij hun aankomst in Oostenrijk."

Palestijnse overwinning?

De sluiting van Schönau betekende niet het einde van de Joodse emigratie. In dat opzicht had de gijzelneming zijn doel gemist. Of niet?

Hier twee screenshots van de Amerikaanse CIA





Begin november 1973 gaven de twee terroristen een interview waarin zij vertelden dat hun actie in Marchegg eigenlijk deel uitmaakte van een afleidingsmanoeuvre voor de Yom Kippur-oorlog. 

Maar het echte doel moet toch de stopzetting van de emigratiegolf van Joden naar Israël zijn geweest. Dat is af te leiden uit een tweede poging van diezelfde Palestijnse terroristische groepering “Al Saiqa” om twee jaar later in september 1975 in Nederland (Amersfoort) weer een trein met Joodse emigranten uit Moskou te kapen, dit maal de “Warschau – Hoek van Holland – Express”. Met hetzelfde doel, namelijk de stopzetting van de emigratie van duizenden Joden naar Israël.
Deze treinkaping werd op het nippertje door de Nederlandse BVD in samenwerking met de Amsterdamse politie voorkomen.

In Nederland gijzelingsactie door Syriërs verijdeld

Al Saiqa pleegde in de jaren zeventig verschillende aanslagen in West-Europa. Die waren onder meer bedoeld om een einde te maken aan de emigratie van Russische Joden naar Israël. De Britse journalist en militair historicus, Colin Smith, verwijst in zijn boek 'Carlos: Portrait of a Terrorist', naar een artikel van eind 1975 in de krant 'The Times', waarin wordt beweerd dat de Sovjet-Unie nadrukkelijk betrokken was bij de in Nederland verijdelde gijzelingsactie door de vier Syriërs, omdat Moskou de braindrain van Joden wilde stoppen.
Nederland heeft zich daar nooit over uitgelaten. Maar hoe is het anders te verklaren dat Mr Aleksandr Rylov van de Russische ambassade in Den Haag contact zocht met het Nederlandse ministerie van Justitie en zijn hulp aanbood bij de identificatie van de Syriërs aan de hand van hun paspoortnummers. Het ministerie hield echter de boot af.

Nederlands consulaat in Moskou
De analyse van ‘The Times’ was dat indien de treinkaping en de gijzeling van Russische joden in Amersfoort was gelukt, de Sovjet autoriteiten druk hadden kunnen uitoefenen op de Nederlandse regering (de Nederlandse ambassade behartigde de Israëlische belangen in Moskou) om te stoppen met het afgeven van visa aan Sovjet joden met het doel te emigreren. Niemand had immers belang bij het feit dat deze treinen met joodse emigranten doelwit waren van terroristische aanslagen.
Precies dat nu was de reden waarom Bruno Kreisky het opvangkamp Schönau in Oostenrijk had gesloten.
“De herhaalde dreigingen om aanvallen te ondernemen op Schönau hebben mij doen concluderen dat de mensen in het kamp, vooral na de gebeurtenissen in München (OlympischeSpelen 1972, red.), voortdurend in levensgevaar verkeren.”

MET DANK AAN THOMAS RIEGLER

16 november 2018

AIVD verzuipt in vereisten nieuwe Wiv2017





Dick Schoof heeft bij AIVD veel werk te doen

Vaak is de toestemming die ministers geven aan inlichtingendiensten om bijzondere bevoegdheden in te zetten onrechtmatig. De oorzaak is een gebrekkige interne organisatie bij de diensten. De TIB oordeelt zelfs dat verstrekte gegevens onnauwkeurig en onvolledig zijn.



Dat staat in het tussenrapport van de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden(TIB) van november waarover NRC eerder berichtte. Over de rapportage is een aantal Kamervragen gesteld door Kathalijne Buitenweg van GroenLinks.

“Op alle slakken zout"

De AIVD en MIVD beschouwen de werkwijze van de TIB als gevolg van de eisen van de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdienst (Wiv2017) degelijk maar ook minutieus. Die nauwgezetheid kost de diensten veel tijd. Die houding van “op alle slakken zout leggen”, ergert de diensten.

Hoewel er geen sprake is van opzettelijke misleiding van de ministers, moeten AIVD-juristen, de centrale staf en de directeur zich de kritieken van de toetsingscommissie wel degelijk aantrekken. Er is immers sprake van incompetentie.
De AIVD voert de complexiteit van de nieuwe wet aan als verzachtende omstandigheid voor de extra werkdruk, maar had die eenvoudig kunnen incalculeren omdat de eigen juristen die wet hebben opgesteld.

Die werkdruk van de diensten wordt door de nieuwe wettelijke vereisten steeds hoger. Zo moeten versneld wegingsnotities worden opgesteld zodat de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) kan beoordelen met welke landen de diensten informatie mogen delen. Ook hier hadden de diensten op moeten anticiperen; een gestroomlijnde inlichtingendienst moet gegevens over andere diensten in andere landen standaard paraat hebben en bijhouden.

Op de vraag of de nieuwe situatie het werk van de AIVD belemmert, zei scheidend AIVD-baas Bertholee: "Omdat de wet complex is, vraagt het meer werk van ons. Of het in de toekomst zou leiden tot aantasten van de slagkracht, dat kan ik niet uitsluiten. Maar als dat zou blijken, ga ik zeker naar mijn minister die ik beloofd heb het te melden als onze middelen niet volstaan."

Dat is voor nu een loze opmerking. Ten eerste omdat de middelen wel volstaan, maar de interne organisatie van de AIVD is achter gebleven bij de ontwikkelingen en ten tweede omdat ondanks zijn klachten over veel werk de wetgever zegt de TIB absoluut noodzakelijk te vinden om te voldoen aan de eisen van het EVRM. Regering wil geen tik op de vingers van EHRM.

Bureaucratie ten koste van werkplezier

Na de invoering van de WIV2017 worden zoveel meer gegevens binnengehaald dat analisten het werk niet meer aankunnen. Jonge medewerkers krijgen te weinig aandacht en hebben gebrek aan vaardigheden, onmisbaar voor het uitvoeren van het inlichtingenwerk.
Voeg daarbij de enorm toegenomen last van administratieve handelingen die nu zelfs door academici moeten worden uitgevoerd, dan moet worden gevreesd voor ontevreden mopperende medewerkers die de werksfeer om zeep helpen of naar elders vertrekken.
Worden zij versneld en tijdig opgeleid, dan wordt vervolgens pijnlijk duidelijk dat op hun beurt het middenkader eveneens in kennis achter loopt en te kort schiet. Onaanvaardbare managementproblemen. Dat maakt interne reflectie en herstructurering noodzakelijk.

AIVD-code: ‘Wij AIVD’

Het hoger management van de AIVD erkent dat de organisatie achterloopt bij de nieuwe eisen die worden gesteld. Zij komt zelf in de tweede helft van 2018 met een ‘AIVD-code’, waarin een opsomming van vier kernkwaliteiten die dienstmedewerkers nodig hebben om toekomstige ambities waar te maken. Deze ‘AIVD-code’ kom je overal tegen op posters in de gangen van het hoofdkwartier in Zoetermeer.

Die kernkwaliteiten zijn ‘wendbaar’, ‘gewetensvol’, ‘verbindend’ en ‘moedig’. Het doel is het bevorderen van de cohesie en de coherentie binnen de dienst, waaraan het tot nu bij tussenpozen mankeerde.
Willen deze kernkwaliteiten realiteit worden, dan moet de AIVD zich in versneld tempo aanpassen aan de gewijzigde omstandigheden, adequaat uitvoering geven aan de wet en zorgvuldiger met personeel en opleidingen omgaan.

Dick Schoof moet reorganiseren

 
Tweede helft november 2018 trad Dick Schoof aan als nieuwe directeur van de AIVD. Hij kreeg het direct voor de kiezen en moest noodgedwongen veel op de interne organisatie sturen.
De nieuwe AIVD-baas moet ook meer aandacht geven aan de interne werksfeer, zodat niet alleen aansprekende prestaties daar in positieve zin aan bijdragen, maar zodat plezier in het werk een meer permanent karakter krijgt.
Aanpakken van de groeistuipen en afrekenen met achterstallig onderhoud. Eerst dan kunnen behaalde successen ook in de toekomst worden gecontinueerd.



16 juli 2018

INLICHTINGENSOAP over IS-reizigers



Wie controleert wie bij AIVD, NCTV, CTIVD en Justitie?



Waren degenen die naar IS-gebied afreisden wellicht onwetend over de oorlog die IS voerde? Ja hoor, vond de inlichtingendienst AIVD aanvankelijk. Onmogelijk, vindt onze dienst terrorismebestrijding. 

De Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) vindt dat de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding een rapport van de AIVD over Nederlandse Jihadstrijders veranderde . Dat levert problemen op in de rechtszaal met beoordeling van teruggekeerde personen die voor IS actief waren. 

De toezichthouder op de geheime diensten (CTIVD) waarschuwde woensdag 11 juli 2018 in de rechtszaal voor het gebruik van een AIVD-rapport over jihadisten. Het is volgens de toezichthouder op een aantal punten ‘onzorgvuldig’.

Het gaat over vermeende fouten in de openbare AIVD-publicatie Leven Bij ISIS, De Mythe Ontrafeld. Het rapport van begin 2016 geeft informatie over personen die sinds 2014 vanuit Nederland naar IS-gebied zijn gereisd.

Politieke sturing

De CTIVD zegt in een ‘Nieuwsbericht’ van 11 juli 2018 met de titel ‘Brieven over tekortkomingen openbare AIVD-publicatie’ (gericht aan de Raad voor de rechtspraak, de Nederlandse Orde van Advocaten en de Vereniging Asieladvocaten en -Juristen Nederland) dat het rapport is aangescherpt op verzoek van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTV). De zinsnede dat uitreizigers ‘zich niet kunnen beroepen op onwetendheid over de situatie ter plaatse’ heeft de AIVD niet vrijwillig opgenomen.

Volgens de toezichthouder op de AIVD werd pas na aandringen van de NCTV de conclusie opgenomen dat mensen die naar IS afreizen ‘willens en wetens’ de keuze maken om zich bij een terroristische groepering aan te sluiten.

Nieuwe baas AIVD

Volgens de website van de AIVD is het rapport wel geheel accuraat. De AIVD gaat niet in op de 'beschuldiging' dat de Nationaal Coördinator – nu nog geleid door Dick Schoof  en binnenkort de nieuwe baas van de AIVD – heeft zitten wriemelen in dit AIVD-rapport.

Kennelijk wordt wel vaker voorkomende politieke sturing door Justitie - nu dan op een AIVD-rapport –binnen de intelligence community in Nederland niet met ergernis ontvangen.

CTIVD weinig benul van inlichtingen

Wel lijkt er verontwaardiging over de publicatie van de CTIVD. 

Daarop duidt de zinsnede op de AIVD-website ‘De CTIVD is kritisch op de woorden cruciaal en kerntaak, maar onderschrijft na kennisgenomen te hebben van de brondocumenten dat deze activiteiten vaak plaatsvonden’. 

Prof. Paul Abels, bijzonder hoogleraar Inlichtingenstudies van de Universiteit Leiden, die zelf werkte bij AIVD en NCTV, waarschuwde bij zijn aantreden dat de samenstelling van de CTIVD veel te eenzijdig was met alleen
strafrechtjuristen en geen deskundigen met een inlichtingenachtergrond. Hij stelde dat een inlichtingenanalyse iets geheel anders is dan het leveren van strafrechtelijk bewijs. 

Volgens een bron in de inlichtingenwereld die anoniem wenst te blijven snapt de toezichthouder niet dat de NCTV een eigen analyse-afdeling heeft ,die als sparringpartner fungeert en voortdurend discussieert met analisten van de verschillende diensten. Het is, nog steeds volgens deze bron, dan ook onzin te veronderstellen dat de NCTV de AIVD zou hebben gedicteerd wat de geheime dienst moest opschrijven. Wel hebben de analisten van de NCTV commentaar mogen leveren op het concept van het rapport. Er is geen sprake van onenigheid tussen de AIVD en de NCTV. In inlichtingenkringen klinkt er wel verwijt door aan het adres van de CTIVD die in deze kwestie ‘politiek bedrijft door weken na de publicatie van het rapport de uitkomsten nog eens in een brief aan advocaten en OM te sturen.

Geloofwaardigheid in het geding?

Toch moeten AIVD-analisten zich volgens mij op zijn minst ongemakkelijk voelen. Zijn de onafhankelijkheid van de ‘geheime dienst’ en de geloofwaardigheid van zijn rapporten door de invloed van de NCTV van het ministerie van Justitie en Veiligheid in het geding? Ook in het buitenland?


Het beïnvloeden van rapporten en onderzoeken is justitieambtenaren niet vreemd. Het debacle van het WODC-onderzoek naar bijvoorbeeld de wietpas ligt nog vers in het geheugen, maar dat vond tenminste nog plaats binnen het ministerie van J&V zelf. Nu strekt dat ministerie zijn tentakels uit naar het ministerie van Binnenlandse Zaken waaronder de AIVD valt. Je kunt je ook nog afvragen wat in deze de rol is geweest - of juist niet is geweest - van de ‘toezichthouder’ op de NCTV: de inspectiedienst J&V. zie ook dit rapport over Jihadbestrijding.


Wees onafhankelijk en heb lef

En dat precies na een interview met Rob Bertholee in het boek 'Haagsche Bazen' van Berenschot over leiderschap. Hierin zegt de vertrekkende AIVD-baas, als uitsmijter: ‘Laat je niet intimideren door de positie van je ambtelijke of politieke baas. En dan bedoel ik niet intimidatie van persoon tot persoon, maar door de functie. Dat zie ik té vaak gebeuren.

En dan denk ik: jij bent hier als DG verantwoordelijk voor. Dit is jouw vakgebied. Zeg dan wat je ervan vindt. Wees onafhankelijk en heb lef.’


Het is maar goed dat veel Kamerleden met reces zijn….



Wat is autonome rol AIVD nog waard?

Dick Schoof, DG-AIVD, moet wennen aan zijn rol bij de geheime dienst. Hij zoekt zijn heil nu nog vaak bij zijn oude werkgever het minis...