Posts tonen met het label BOF. Alle posts tonen
Posts tonen met het label BOF. Alle posts tonen

9 april 2018

Wegingsnotitie inlichtingendiensten in categorie ‘kantklossen’



Minister-president Rutte, 

‘champions league kantklosser'

Na het referendum over de in de volksmond en door sommige media genoemde ‘sleepwet’ (de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten / Wiv2017) bevinden de voor- en tegenstanders zich nog steeds in de loopgraven van voor die tijd.


Minister-president Rutte bleek opnieuw meester om bestaande beleidsregels te voorzien van een zogenaamd nieuw patroon en in staat zichzelf te verheffen tot de permanent gepraktiseerde kantkloskunst.


In ‘zijn’ kabinetsbrief van 6 april 2018 (2018-0000207965) schrijf hij dat - vanwege zorgen bij de bevolking over de uitvoering van de wet – het kabinet “de nadrukkelijke wens (heeft) om de waarborgen uit de wet op onderdelen te verduidelijken” en de uitvoering in de praktijk “zo nodig in te perken door middel van beleidsregels”, maar dan wel zo dat de AIVD en de MIVD er geen nadeel van zullen ondervinden. 

Gallemiezen


Dat lijkt op ‘champions league kantklossen met oude patronen’ en daarom begrijp ik de onvrede bij tegenstanders van de wet over deze 'wijzigingen van cosmetische aard'. Maar net zoals bij gewone onderhandelingen; het komt bijna nooit voor dat je op alle punten wint.

Vanwege technologische ontwikkelingen en de internationalisering van de terrorismedreiging moeten de diensten meegaan met de tijd. Daar zijn voor- en tegenstanders het wel over eens. En ook over het verscherpte toezicht op de uitvoering van deze wet wordt grotendeels positief geoordeeld.

Tijdens debatten en hoorzittingen in allerlei zaaltjes in Nederland voorafgaand aan het referendum werden niet altijd goede argumenten tegen de wet gehoord. De tegenstanders waren vooral overtuigd van hun eigen onmacht, zich vertalend in totaal wantrouwen in de hele overheid. Wantrouwen en angst die hand in hand te hoop liepen tegen onverschillig optredende politici, die daardoor de acceptatie voor deze wet en begrip voor de werkwijzen van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten verder naar de gallemiezen hielpen.

Hoe beoordeel je ‘specifieke waarden’ van een democratie, wie heeft daar objectieve maatstaven voor en hoe lang is die specificatie houdbaar?

Een belangrijk, zo niet  HET  belangrijkste, kritiekpunt op deze inlichtingenwet is het delen van ongeëvalueerde bulkdata met andere ‘niet democratische’ landen, gekoppeld aan de angst van Nederlandse burgers dat persoonsgegevens in handen zouden komen van buitenlandse dictators.

Het kabinet gaat ervan uit dat de AIVD en de MIVD er zelf in slagen een afweging te maken met welke buitenlandse diensten zij wel of niet kunnen samenwerken en of met die diensten informatie wordt uitgewisseld. Met andere woorden, de Nederlandse regering laat gemakshalve de beoordeling van ‘veilige samenwerking met buitenlandse inlichtingendiensten’ over aan de inlichtingen- en veiligheidsdiensten zelf.  

Al met al, een regering, een kabinet en een parlement die uitvoering van werkzaamheden zoals gewoonlijk overlaat aan inlichtingendiensten zelf. Een volstrekt begrijpelijke keuze die opnieuw duidelijk maakt dat politici geen snars verstand hebben van inlichtingenwerk.

Het is volstrekt onzinnig te denken dat de Nederlandse diensten objectief kunnen beoordelen of en in welke mate een land,
- de mensenrechten naleeft,
- of de dienst democratisch is ingebed,
- of de dienst betrouwbaar en professioneel is,
- op welke wijze de dienst haar gegevens beschermt
- welke wettelijke bevoegdheden en mogelijkheden een dienst heeft en
- hoe het toezicht daarop georganiseerd is.

Vervolgens zegt het kabinet dat wanneer “een land minder [minder dan?] voldoet aan deze criteria, zullen de AIVD en MIVD terughoudender [terughoudender dan?] zijn met het uitwisselen van ‘gevoelige’ [wat is gevoelig?] informatie om te voorkomen [hoe doe je dat?] dat daar op ongewenste [hoe stel je dat vast?] manier gebruik van wordt gemaakt.


Wegingsnotities over samenwerking met democratische inlichtingendiensten hoort thuis in de categorie ‘kantklossen’


Hoe definieer je ‘specifieke waarden’ van een democratie, wie stelt daar objectieve maatstaven voor vast en hoe lang is die specificatie houdbaar?
Is de mening van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse zaken maatgevend? Of van de Verenigde Naties, WRR, Clingendael, universiteiten, de onafhankelijke toetsingscommissie TIB, of de toezichthouder op de inlichtingendiensten CTIVD? Het overlaten van die beoordeling aan Wikipedia lijkt onzinnig!

En dan de meest bespottelijke opmerking van het kabinet over het delen van ongeëvalueerde bulkdata met andere ‘niet democratische’ landen: “De verantwoordelijk ministers zullen streng toezien op de tijdige afronding van de wegingsnotities en op het delen van ongeëvalueerde gegevens”.
In de wetenschap dat de ministers van Binnenlandse zaken en van Defensie daartoe nooit in staat kunnen en zullen zijn, wordt “de CTIVD (..) gevraagd hierover aan de Tweede Kamer te rapporteren” en mee te nemen naar de wetsevaluatie over twee jaar.  

CTIVD in rol van aanjager?


De ervaring leert dat dit een hele kluif wordt voor de CTIVD. Niet vanwege onkunde of gebrek aan inzicht en toegang binnen de diensten, maar vooral omdat het de AIVD (en MIVD) al decennia lang zelf niet is gelukt om intern - permanent of ad hoc - die afwegingen over samenwerking met welke diensten dan ook structureel vorm te geven.

Moet de CTIVD hier soms de rol van aanjager binnen de diensten op zich nemen en ervoor zorgen dat wegingsnotities als waarborg in de samenwerking met alle buitenlandse diensten nog dit jaar worden opgesteld?

Gezien de onstandvastige politici en de onvoorspelbare geopolitieke ontwikkelingen in de Midden- en Oost-Europese landen wordt het opstellen van wegingsnotities over deze landen, vooral binnen de Europese Counter Terrorism Group (CTG), een hobby die past in de categorie ‘kantklossen’.

Al met al, een regering, een kabinet en ongetwijfeld een parlement dat de uitvoering van werkzaamheden zoals gebruikelijk overlaat aan de inlichtingendiensten zelf. Een volstrekt begrijpelijke keuze omdat dit opnieuw duidelijk maakt dat politici geen snars verstand hebben van inlichtingenwerk.

20 februari 2018

AIVD deelt niet "zomaar" gegevens


In een reactie op BoF:
https://www.bof.nl/2018/02/16/oud-medewerker-aivd-gaat-de-mist-in-met-de-feiten/#comments

Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 


Terzijde. Het klopt, er bestaat de “Wet van 3 december 1987, houdende regels betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten” Het is echter moeilijk die wet te vergelijken met de Wiv 2002 en 2017. Vooral de toestemmingen vooraf en het toezicht achteraf was niet of anders geregeld.

Wet 1987: ” de bevoegdheid om telefoons te tappen was destijds niet wettelijk geregeld”. Dat gold voor geen enkele bevoegdheid. Het afluisteren van een telefoon was een strafuitsluitingsgrond in het Wetboek van Strafrecht, waarin het afluisteren van een telefoon als een misdrijf werd gekwalificeerd. De uitsluitingsgrond gold specifiek voor de BVD en er waren voorwaarden aan verbonden, zoals handtekeningen van maar liefst 4 ministers. Binnenlandse Zaken, Justitie en Verkeer en Waterstaat (ivm PTT) en AZ. 

Hacken
Ja! In de nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (WIV2017) is hacken ook toegestaan. Dat is een vorm van gerichte interceptie. 
Dat is het verschil met OOG-interceptie, de Onderzoeks Opdracht Gerichte interceptie.  
Zowel hacken als OOG verloopt via de kabel, maar de term ongericht geeft veel onduidelijkheid. Dat is verbasterd tot het sleepnet. Een verkeerde term, want de AIVD kan niet zomaar met een ‘sleepnet’ het internet afstruinen.

De ongerichte interceptie komt bijvoorbeeld aan de orde als de AIVD bepaalde ‘kenmerken’ weet die verbonden zijn aan Ddos aanvallen op banken. Dan kun je dus op bepaalde kabels gaan zoeken naar het opduiken van die - zoals techneuten dat noemen – ‘signatures’. Dat lukt je niet met hacken.

Wel kun je bij bedreigde instellingen of potentiële targets technische apparatuur aanbrengen die dergelijke aanvallen herkennen. Dat is ook niet ongericht en valt in Nederland onder de C taak, de beveiligingstaak van de AIVD.

Buitenlandse regimes op Nederlandse kabels?
Er moet onderscheid worden gemaakt tussen gerichte en ongerichte interceptie. Dat laatste is keihard nodig. Denk aan de belangstelling van vele (buitenlandse) organisaties, landen en regeringen die er moet zijn geweest voor in de EU verblijvende Syriëgangers die natuurlijk communiceerden met familie, vrienden en medestanders in hun 'oorlogsland van herkomst'.

Dan is het interessant om te achterhalen langs welke fibers dergelijke communicatie loopt.
Als je dat lukt? Dan pas kan de volgende stap (met weer speciale toestemming) worden gezet. Maar de AIVD krijgt geen aftapmogelijkheid gericht op grote groepen Nederlanders.

Massaal en stelselmatig betaat niet

Wanneer BoF beweert dat met de nieuwe wet er straks massaal en stelselmatig communicatie kan worden opgevist met een sleepnet, vraag ik BoF niet alleen wat wordt bedoeld met ‘massaal en stelselmatig’, maar ik beweer ook dat dit niet kan.
Ten eerste is deze bevoegdheid (met toestemming) simpelweg gekoppeld aan een onderzoeksopdracht. Ja, natuurlijk wordt er soms veel naar binnen gehaald, maar dat moet op relevantie worden beoordeeld en als het niet relevant is moet het worden weggegooid. Ook daarop wordt toezicht uitgeoefend.

Verderop zegt BoF, dat de diensten alle communicatie die langs de wifi-hotspots van een grote provider in een stad komt, mogen opvissen. Ook dat kan niet, is te willekeurig, te bewerkelijk dus nauwelijks uitvoerbaar noch werkbaar. Tijd, middelen, geld en personeel ontbreken simpelweg.

AIVD niet op zoek naar 'onschuldige' en 'schuldige' burgers
Daarnaast heeft BoF (en ook vele andere tegenstanders van de WIV2017) het steeds over “onschuldige burgers” die niet in het vizier horen van de geheime diensten.
Dit slaat natuurlijk in wezen nergens op. Veel retoriek. Geldt dit dan alleen voor ‘schuldige’ burgers? Wie zijn dat? Hoe weet je nu wie schuldig is?
Los van het feit dat het een term is die voor de AIVD niet relevant is. ‘Schuld’ is een strafrechtelijke term.

"Zomaar" gegevens delen bestaat niet
Een ander misverstand dat de BoF aanhaalt gaat over gegevens die de geheime diensten binnen halen en on-geanalyseerd kunnen delen met buitenlandse diensten.

Het delen van dit soort gegevens met buitenlandse diensten gebeurt slechts met een beperkt aantal diensten, met diensten van wie de AIVD ook informatie krijgt. Alleen diensten met wie de AIVD - na zorgvuldige weging - heel nauw samenwerkt en vertrouwt.

Stel, je treft een laptop aan bij een target, dat aankomt op Schiphol, met 3 Terra aan gegevens. Hij komt uit het VK. Moet dan al die informatie op die laptop eerst worden geanalyseerd? Natuurlijk niet. Je vraagt alles over dat target aan de samenwerkende diensten in Groot-Brittannië en je kunt (behoort?) de nog niet geanalyseerde gegevens gewoon alvast delen. Ze zijn namelijk relevant voor het internationale (CTG-)onderzoek. Waarom? Omdat het target die bij zich had.

Privacy van ondergeschikt belang
Het delen van niet geëvalueerde gegevens wordt steeds besproken in relatie tot data verkregen uit kabelgewonden interceptie. Maar het gebeurt ook op een andere manier.

Denk aan de terrorist uit Rotterdam die na een tip van de AIVD werd gearresteerd. Hij had een laptop bij zich met veel daarop opgeslagen data. Tegenwoordig kun je meerdere terabytes kwijt op zelfs een extern opslag device. Al snel bleek er een belangrijke link met een ander land binnen de CTG-groep. Een land dat al met ernstige aanslagen te maken had gehad. Snelheid is dan geboden. Dan gaan de NL-autoriteiten natuurlijk niet eerst al die data analyseren of daar mogelijk iets tussen zit dat betrekking heeft op een Nederlandse onderdaan. Dan wordt simpelweg alles gedeeld met de collegedienst in kwestie. In de belangenafweging, terrorismedreiging versus bescherming van de privacy van Nederlanders, is dat laatste echt van ondergeschikt belang.

De ontvangende dienst moet zich natuurlijk wel aan de afspraken houden over de voorwaarden waaronder dergelijke informatie wordt verstrekt. Gebeurt dat niet, dan heeft dat gevolgen voor de samenwerking. Op zichzelf bezien is dat ook niet zo’n ingewikkeld besluit om te nemen, omdat de laptop in direct verband stond met dat target en aldus alle informatie op die laptop op dat moment als relevant kan worden beoordeeld.

Het delen van gegevens is sterk beperkt
Over het delen van nog grotere hoeveelheden data meestal verkregen uit kabelgebonden interceptie die voorafgaand aan het delen niet uitputtend kan worden beoordeeld, gelden voor verstrekking natuurlijk dezelfde eisen. Bovendien zal dat met slechts een beperkter aantal diensten gebeuren. Die moeten ook eerst door de weging komen (toestemming minister) om op dat niveau überhaupt voor samenwerking in aanmerking te komen.

Lastig is soms de samenwerking met landen als de VS (Bertholee in College Tour) en Israël, om er maar even twee te noemen. Die samenwerking vereist zeer goede afspraken en toezicht op de nakoming daarvan. Dat laatste is weleens lastig.
Natuurlijk zullen de AIVD en ook de MIVD proberen zoveel mogelijk Nederlandse kenmerken (e-mailadressen, telefoonnummers) te verwijderen. Maar ook dan geldt het vertrouwensbeginsel tussen de diensten heel sterk. Mocht een collega dienst dat vertrouwen beschamen en bij voorbeeld data uit door een Nederlandse dienst verstrekte dataset verkeerd gebruiken, dan heeft dat gevolgen.

Uitwisseling vooral bij contra-terrorisme
Dergelijke datasets zullen overigens alleen voor de belangrijkste onderzoeken worden gedeeld. Dus bij contra-terrorisme, bijvoorbeeld. Het is goed je te realiseren dat ‘de kabel’ alleen voor de belangrijkste onderzoeken betrokken kan worden. Niet voor radicalisering, economische veiligheid, die soort minder belangrijke onderwerpen.




28 januari 2018

Waarom tegenstanders blij met ‘sleepwet’ moeten zijn

Waarom tegenstanders ‘sleepwet’ blij moeten zijn

De nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (WIV2017) beperkt de AIVD en de MIVD meer in hun werkzaamheden dan veel mensen denken. Vóór het jaar 2002 was er helemaal geen wet, maar moesten de diensten wel hun werk doen. Dat gebeurde in het geheim soms zonder ministeriële toestemming. Nu is toestemming vooraf, evenals controle achteraf in de wet geregeld. Achterdochtige tegenstanders van de zogenoemde ‘sleepwet’ moeten veel positiever zijn.

Metadata

Bits of Freedom (BoF) is positief kritisch en leidt de discussie over wat er wel en (nog) niet goed is geregeld en stelt vijf verbeteringen [1] in de WIV voor. Een daarvan gaat over de drie artikelen van de ‘sleepwet’, de naam die hier wel onterecht [2] wordt gebruikt. Onterecht omdat BoF stelt dat in de WIV is geregeld dat er ‘bijvoorbeeld ongefilterde communicatie tussen een stad als Utrecht en Syrië wordt onderschept, waarbij telefoongesprekken van onschuldige (!) burgers worden afgeluisterd en e-mailtjes meegelezen’. Nee, providers verstrekken slechts metadata, gegevens van telefoonnummers of IP-adressen, niet de inhoud van gesprekken of van e-mails!

BoF stelt ook dat de diensten nu meer gegevens mogen binnenhalen dan voorheen. Dit is een schijnbeweging. Diensten mogen nu al gegevens via de lucht binnenhalen, maar dat inlichtingenmiddel droogt op door veranderde technologische ontwikkelingen. Het verloren terrein mag ter compensatie worden aangevuld door interceptie op de kabel. 

Loopgravenoorlog

Vaak ontbreekt het aan kennis van de geschiedenis van diensten, aan geduld om de Memorie van Toelichting te lezen en dus aan begrip voor deze wet. Vooral een warboel aan opiniestukken in de media vertroebelen de discussie. Daarom heeft de overheid de plicht de burgers goed voor te lichten. In ieder geval is de website van de AIVD flink uitgebreid. Of de kennis ook daadwerkelijk wordt opgepikt is twijfelachtig.
Tegenstanders van de WIV houden pokhouterig vast aan de populistische term ‘sleepwet’ en zijn bang voor ernstige aantasting van hun privacy. Opmerkelijk dat zij wel naïef achter populisten aanlopen.
Zelfs de zondagavondclown Arjen Lubach wist zonder zelf de impact van zijn satire te beseffen het klapvolk te bewegen tegen een wet te gaan stemmen waarvan de inhoud hen onbekend is. Hier dreigt een dommige ‘zwartepiet’ discussie, waarbij verschillende stellingen niet worden onderbouwd en naar meningen niet meer wordt geluisterd. Een loopgravenoorlog! 

Syrische terroristen

Vóór het jaar 2002 was er helemaal geen wet en moesten de diensten in het geheim, soms met toestemming van de minister vooraf maar nauwelijks controle achteraf, operaties opzetten voor de bestrijding van terrorisme. Bijvoorbeeld in 1975, toen vier Syrische terroristen in Amersfoort een trein uit Rusland met Joden wilden kapen. Na een tip van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) arresteerde de Amsterdamse politie de vier mannen. Hoe werkte dat toen?[3]  

Interceptie

Buitenlandse inlichtingendiensten stelden (delen van) telefoonnummers van personen en organisaties ter beschikking aan westerse veiligheidsdiensten – ook aan de BVD - om telefonische contacten tussen terroristen in het Midden-Oosten en West-Europa vast te kunnen stellen. Telefoongesprekken vanuit Nederland naar Syrië kwamen in 1975 nog niet automatisch tot stand. Je moest eerst bellen met de Amsterdamse telefooncentrale. Daar werd door provider PTT (nu KPN) de verbinding opgezet en de metadata ‘wie belt met wie’ overgezet op ponskaarten.

  
Lange lijsten metadata werden dagelijks en handmatig door de BVD bekeken of er ook contacten met verdachte telefoonnummers tussen zaten. Onbelangrijke telefoonnummers (circa 99%) werden direct weggegooid. Nog geen 1% werd direct inhoudelijk onderzocht. Op een dag bleek dat er vanuit een hotel in Amsterdam was gebeld met verdachte contacten in Damascus/Syrië. Dit spoor leidde uiteindelijk terug naar vier Syrische terroristen in een Amsterdams hotel. Vervolgens werd uit verdere analyse duidelijk dat zij in Nederland (Amersfoort) een trein wilden kapen en werden zij in de nacht voor de geplande aanslag gearresteerd.

Blijkbaar kon een terreuractie ook zonder onderzoeksopdracht of aanwijzingen van het kabinet, worden voorkomen. Op eigen initiatief, intelligent bedacht en met vakmanschap uitgevoerd. Strikt genomen is daar (nog steeds) geen opdracht voor nodig. 

Onderzoeksopdracht

Nu komt er een nieuwe WIV2017. Daardoor mogen AIVD en MIVD minder zelfstandig werken en krijgen meer gecontroleerde opdrachten voor interceptie en moet niet alleen de minister maar ook de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) toestemming geven en is er ook controle achteraf (CTIVD).


Qua werkwijze is inhoudelijk weinig, maar procedureel juridisch veel veranderd. Ook nu wordt bij een doelgerichte opdracht (onderzoek cyberaanvallen) in stap 1 gekeken of al metadata bekend zijn of nog moeten worden binnengehaald (bulkinterceptie). Metadata zijn stukjes van een puzzel.

Bij de tweede stap (ook hiervoor is apart toestemming nodig) wordt er geanalyseerd welke stukjes van de puzzel ontbreken. Bijvoorbeeld hoe maak je een telefoonnummer compleet, of op welk adres of in welk land zit een target, spion of terrorist. Niet meer met de hand maar met de computer. Op zoek naar patronen, net zoals Google of Bellingcat doet. Waar gaan targets vaak naar toe, met wie hebben ze vaak contact? Kloppen deze gegevens misschien met al bestaande informatie.

Zodra de puzzel duidelijker wordt, bestaat de kans te weten waar de dreiging vandaan komt, maar nog niet precies ‘hoe groot het gevaar is’. Meer onderzoek is nodig en na opnieuw toestemming gaat het onderzoek verder, misschien is aftappen nodig op zoek naar de inhoud.
Zijn er uiteindelijk aanwijzingen van een concrete dreiging dan kan er een brief naar het Openbaar Ministerie (O.M.) met conclusies en aanbevelingen. Dan is het werk voor de AIVD in principe gedaan en moet het O.M. zelfstandig bewijs gaan verzamelen. 

Conclusie

Wanneer het werk van de BVD van vroeger wordt afgezet tegen dat van de AIVD anno 2018, is duidelijk dat nu wel wettelijk is vastgelegd wat de diensten vóór 2002 in het geheim deden. Deze verbetering geldt niet alleen voor de toestemming vooraf en controle achteraf, de wet beschrijft ook een zichtbare bescherming (klachtenregeling) van de privacy.

Wanneer het besef doordringt dat de controle beter is geregeld dan in ons omringende landen, is eveneens duidelijk dat tegenstanders van de verfoeide ‘sleepwet’ eigenlijk heel tevreden moeten zijn.

Er is heel veel verbeterd! Maar laten we deze wet over twee jaar wel goed evalueren.




[1] https://www.bof.nl/2018/01/16/livestream-voor-eenbeterewet-nl/
[2] https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2017Z18166&did=2017D37427
[3] http://3secretfingers.blogspot.de/2016/06/arrestatie-syriers-na-datamining.html

Op 31 januari 2018 verscheen een bewerking van dit artikel op
 https://www.netkwesties.nl/1127/waarom-tegenstanders-sleepwet-blij-mogen.htm

5 september 2015

KPN betrokken bij AIVD-werkzaamheden

Een bewerking van deze blog is op 
3 september 2015 afgedrukt op 
de Opiniepagina van het NRC

Amsterdamse politie arresteerde na tip van BVD op 5 september 1975 vier Syriërs en verijdelde kaping van trein met uit Rusland afkomstige joodse emigranten.
De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en militaire collega-dienst (MIVD) krijgen meer bevoegdheden. Daarover is een hoop gedoe. Organisaties als Amnesty International en Bits of Freedom maken zich grote zorgen; Nederland moet niet een nog grotere politiestaat worden. De KPN denkt slim mee te kunnen zeilen met deze kritieken. Waar belangengroeperingen opkomen voor privacy en mensenrechten, mengt de KPN zich uit economische en financiële motieven brutaal in de discussie.

KPN betrokken bij AIVD-werkzaamheden 
Hypocriet bekritiseert de KPN de ‘nieuwe’ verplichting om medewerking te verlenen aan de nieuwe wet, omdat die in strijd zou zijn met het communicatiegeheim. Dat argument is er met de haren bijgesleept. De KPN -en diens voorloper PTT - zijn al decennia lang betrokken bij de werkzaamheden van de AIVD en de Binnenlandse veiligheidsdienst (BVD). Daar waren ze zelfs trots op!

In de strijd tegen het terrorisme was, is en blijft het verzamelen van metadata, de uitwisseling van gegevens met het buitenland en de samenwerking tussen veiligheidsdiensten en telecommunicatie bedrijven onvermijdelijk.
De KPN zeurt nu, maar is de eigen rol in de geschiedenis van de veiligheidsdiensten vergeten. In nauwe samenwerking met de BVD heeft de KPN/PTT onbaatzuchtig een treinkaping door Syrische terroristen in Amersfoort weten te voorkomen, mede dankzij stapels metadata die door buitenlandse inlichtingendiensten werden aangeleverd.

De AIVD en minister Plasterk zijn erg terughoudend in het verstrekken van mededelingen over successen in de strijd tegen het terrorisme. Gespit op het internet en in boeken werkt echter verhelderend.
Met de kennis van nu is het zelfs bewonderenswaardig dat de toenmalige BVD, maar ook het Nederlandse telecombedrijf PTT, veertig jaar geleden op een “op amateuristische lijkende manier van werken”, een terroristische aanslag kon voorkomen.

Syrische ‘al Saiqa’ -verzetsbeweging
De Amsterdamse politie arresteerde op 5 september 1975 vier Syriërs en verijdelde de kaping van een trein met uit Rusland afkomstige joodse emigranten. Bijna onmiddellijk daarna werd bekend dat na een tip van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) een terreuraanslag door vier bewapende vrijheidsstrijders van de Syrische ‘al Saiqa’ -verzetsbeweging was voorkomen. De Syriërs waren door een arrestatieteam van de Amsterdamse politie in Hotel Neutraal op het Damrak van hun bed gelicht. Bij de inval in hun kamer werden pistolen, pistoolmitrailleurs en een namaakbom, met draden en een batterij gevonden.

Metadata
Buitenlandse inlichtingendiensten hadden met behulp van SIGINT (signal intelligence) (delen van) telefoonnummers in het Midden-Oosten onderschept en deze metadata gedeeld met de BVD. Lange lijsten werden door de BVD dagelijks en handmatig vergeleken met gegevens van telefoongesprekken uit Nederland met het buitenland. Die gesprekken kwamen in 1975 nog niet geautomatiseerd tot stand, maar door tussenkomst van een telefoniste.


De Nederlandse veiligheidsdienst BVD kwam na afspraken met de PTT vier (onvoorzichtig) opererende Syriërs op het spoor, die vanuit het Hotel Neutraal meermaals telefoneerden met verdachte personen of instanties in het Midden-Oosten.
Het verzamelen – en niet het aftappen – van communicatie in samenwerking met telecombedrijven bewees onomstotelijk zijn nut. Het succes in de strijd tegen het terrorisme was compleet door voorafgaande verstrekking van metadata door buitenlandse inlichtingendiensten.
Hierdoor heeft de AIVD/BVD in samenwerking met KPN/PTT en dankzij vrachten metadata die door buitenlandse inlichtingendiensten werden aangeleverd een treinkaping weten te voorkomen.

Het verijdelen van deze terreuraanslag licht helaas slechts een tipje op van de sluier die over de geheime dienst ligt.

Aanpassing communicatiebeleid AIVD

Het is spijtig dat de AIVD niet meer van zijn successen in de openbaarheid brengt; het zou een hoop gedoe in de media kunnen voorkomen. Inzichtelijke berichtgeving over de wettelijke waarborgen bij het gebruik van de interceptiebevoegdheid en de verwerking van die gegevens, moet eveneens bijdragen aan het verminderen van de zorgen dat Nederland afglijdt naar een politiestaat.
Een aanpassing in het communicatiebeleid van de AIVD is net zo dringend noodzakelijk als de wijziging van de nieuwe inlichtingenwet zelf.


Binnenlandse Veiligheidsdienst BVD voorkomt terreuraanslag

Het is 5 september 1975 Nederland is 50 jaar geleden ontsnapt aan Syrische terroristische aanslag Palestijnse terroristen plegen regelmatig ...