Posts tonen met het label treinkaping. Alle posts tonen
Posts tonen met het label treinkaping. Alle posts tonen

15 maart 2019

DE VERGETEN TREINKAPING VAN 1973


DE VERGETEN TREINKAPING VAN 1973

Samenvatting

Twee Palestijnen van de “Arenden van de Palestijnse revolutie” (Eagles of the Palestinian Revolution) kaapten op 28 september 1973 (Joods Nieuwjaar) in het Tsjechisch-Oostenrijkse grensstation Marchegg voor het eerst in de geschiedenis – een wereldprimeur - een trein.
De trein – ook wel de “Chopin-Express” genoemd – vervoerde grote groepen Joods-Russische emigranten van Moskou via Warschau naar Wenen.

Tijdens de eerste minuten van de treinkaping werd de Tsjechische treinmachinist neergeschoten – hij overleefde – en werden drie Joodse emigranten en een Oostenrijkse douanebeambte gegijzeld.


De Palestijnen - Mustapha Soueidan (25) en Mahmoud Khaidi(27) - van de Libanese terreurgroep Al-Saiqa, onder leiding van Zuhair Muhsin, eisten stopzetting van de emigratie van Joden via Oostenrijk naar Israël, uit angst voor de verstoring van de demografische verhoudingen tussen Palestijnen en Joden in de regio ten nadele van de Palestijnen.

Deze eis werd door de Oostenrijkse bondskanselier Kreisky (zelf een Jood) na ingewikkelde onderhandelingen en uit angst voor meer geweld tenslotte ingewilligd. Dit tot grote woede van de Israëlische premier Golda Meir.


De eerste uren
In Marchegg, direct aan de Oostenrijks-Tsjechoslowaakse grens kaapten twee met machinegeweren bewapende Arabische terroristen (met Libanese paspoorten) met grof geweld een trein en gijzelden Joodse emigranten.
Bij de kaping werd de treinconducteur neergeschoten en raakte een tweede persoon gewond. Vijf mannen, een vrouw en een kind, en twee Oostenrijkse douanebeambten werden gevangen genomen.
De Russische trein kwam na een laatste tussenstop in Pressburg bij Bratislava, net over de Oostenrijkse grens in de Tsjechoslowaakse republiek, volgens dienstregeling om 10:37 uur aan in Marchegg.

In Oostenrijk werden Joodse emigranten door vertegenwoordigers van Israël tijdelijk opgevangen in Schloss Schönau in Neder-Oostenrijk waar zich een doorgangskamp bevond.
Hier werden ze, verzorgd en vervolgens - op voorwaarde dat ze daadwerkelijk wilden immigreren - door de lucht van de luchthaven van Wenen naar Israël vervoerd. Af en toe besloten Sovjet-emigranten in Schönau niet naar Israël te emigreren, maar in Europa te blijven of naar de Verenigde Staten te vertrekken.

De Palestijnen wilden niet dat grote groepen joden uit de Sovjet Unie naar Israël emigreerden uit angst voor destabilisatie van de politieke verhoudingen en zij probeerden met deze treinkaping de stroom Joden te stoppen.
Direct na de kaping van de Russische trein werden reizigers in gijzeling genomen. Twee passagiers konden ontkomen en schreeuwden dat de terroristen machinegeweren bij zich hadden. Een ouder echtpaar en drie personen van de familie Czaplik werden gegijzeld. Mevrouw Czaplik kon net op tijd met haar zoontje op de arm terug naar het perron ontsnappen en verschool zich weer in de trein. Haar 26-jarige man, de 70-jarige Elka Litvak, de 71-jarige Moshe Litvak en de douanebeambte Bobits bleven gevangen. 

Vlak daarna verlieten de terroristen het perron en bezetten zij het politiebureau dat zich in het stationsgebouw bevond. Een van de terroristen loste een korte salvo met zijn machinegeweer. De Tsjecho-Slowaakse machinist Ferdinand Beles werd daarbij in zijn dij geraakt en moest naar het ziekenhuis van Hainburg worden vervoerd. Al in het stationsgebouw begonnen de eerste voorzichtige ‘onderhandelingen’.

De terroristen hadden gestencilde pamfletten bij zich met daarop hun eisen. Hierin noemden zij zich “The Eagles of Palestine”. Zij lieten enkele exemplaren van die pamfletten achter in het stationsgebouw van Marchegg.

Uiteindelijk namen de terroristen een VW-busje van een medewerker van de Oostenrijkse spoorwegen in beslag.
Onder bedreiging van vuurwapens brachten de gijzelnemers hun gijzelaars nog diezelfde middag dicht opeengepakt in dit blauwe busje  via de nieuwe brug bij Hainburg over de Donau naar de luchthaven Schwechat bij Wenen.

Onderhandelingen op de luchthaven

Na aankomst op het vliegveld bleek dat de Palestijnen hun actie goed hadden voorbereid.
Het geconfisqueerde VW-busje reed met de gegijzelden en begeleid door een konvooi van politievoertuigen naar een platform van de luchthaven, waar een DC 9 van de Spaanse luchtvaartmaatschappij "Iberia" klaar stond voor vertrek.

Onmiddellijk verlieten alle passagiers dat vliegtuig en werd het luchtverkeer stilgelegd. Er werd een operationeel commandocentrum ingericht en politiehelikopters cirkelden boven het platform. De VW-bus met terroristen en hun gevangenen koos een strategische positie voor een terminalgebouw, omcirkeld door een team van onderhandelaars.


De terroristen merkten niet dat het toestel van Iberia vergrendeld werd. Op het moment dat het onderhandelingsteam het VW-bus had omringd, werd namelijk een boordwerktuigkundige van Iberia ongemerkt naar de machine gebracht en kon hij het toestel afsluiten. Al het binnenkomend vliegverkeer werd omgeleid naar de vliegvelden van Linz, Graz en Frankfurt. De Weense luchthaven was hermetisch gesloten voor alle luchtverkeer. Gedurende de dag was ook toegang voor ander verkeer op de luchthaven onmogelijk. Publiek en reizigers hadden de luchthaventerreinen veilig kunnen verlaten.

In de beurt van het terminalgebouw begonnen de onderhandelingen tussen de Palestijnen en een Oostenrijks onderhandelingsteam. De terroristen onderhandelden vastbesloten en hadden enige tijd zelfs de 'levels' van de handgranaten tussen de tanden geklemd.
Toen al snel bleek dat vertrek met de DC 9 geen optie meer was, eisten zij een vrije aftocht met een ander vliegtuig naar een Arabisch land dat hen wil opvangen. Hun Joodse gijzelaars moesten mee, maar de Oostenrijkse douanebeambte zou worden vrijgelaten.
De Oostenrijkse onderhandelaars wilden wel een ander toestel ter beschikking stellen, maar slechts op voorwaarde dat ook de gegijzelde Joden werden vrijgelaten.

De belangrijkste eis van de Palestijnen bleef echter een toezegging van de Oostenrijkse kanselier Kreisky voor radio en/of televisie dat hij het doorgangskamp in Schönau voor Joodse emigranten die naar Israël wilden, zou sluiten.

Op een getypt pamflet verklaarden de Arabische terroristen dat zij martelaren waren die streden voor een terugkeer van Palestijnen naar door Israël bezette gebieden. Opnieuw benadrukten zij dat de terugkeer uit de Sovjet Unie van Joodse immigranten naar Israël een gevaar vormde voor de Palestijnse onafhankelijkheid.

“Wij zijn van nature geen moordenaars, maar plegen deze daad vanwege de misdaden van de zionisten die onze kampen hebben gebombardeerd, onze vrouwen, kinderen en oude mensen hebben vermoord, onze leiders hebben vermoord en hebben verklaard dat ze onze mensen zullen bevechten en vernietigen waar zij zich ook bevinden.
We doen het omdat we het recht en de vastbeslotenheid hebben om de Zionisten te bevechten waar dan ook, omdat ze rekruten van de vijand zijn.
Het is niet onze eerste actie en het zal niet ons laatste zijn. Wij zullen niet nalaten ons land met geweld te bevrijden van de zionisten”.
De adelaars van de Palestijnse revolutie’

Arabische ambassadeurs

De Arabische terroristen wilden onderhandelen met de Libanese, Iraakse en de Egyptische ambassadeurs in Wenen. Die kwamen die avond naar het vliegveld. Op het platform bij de terminal werd alle verlichting aangedaan. Ook werden mobiele hoogwerkers van de luchthavenbrandweer geplaatst, voorzien van schijnwerpers. Het leek wel dag, maar de verlichting in de gebouwen op de luchthaven werd uitgeschakeld. Er was vanaf het platform geen enkele beweging in het gebouw waar te nemen.
             
Na uitvoerig vooroverleg met verschillende Oostenrijkse ministers onderhandelden de Arabische ambassadeurs met de terroristen. Het doel was zonder verder bloedvergieten tot een oplossing te komen. Tot 9 uur die avond kon geen vooruitgang worden geboekt ondanks dat de onderhandelingen met de terroristen door onder anderen psychiater Dr. Sluga van het Mittersteig Institute werden voortgezet. Tegen aanwezige journalisten op de luchthaven Schwechat, zei luchthavendirecteur Tilsch dat de onderhandelingen erg moeizaam verliepen omdat de terroristen hun eisen steeds bijstelden.
Op televisie bij de Oostenrijkse staatsomroep (ORF) lichtte minister van Binnenlandse Zaken, Rösch, in een interview het Oostenrijkse regeringsstandpunt toe dat de terroristen absoluut niet zouden mogen vertrekken met de gegijzelde Joodse treinreizigers. Ook niet in het geval de terroristen zouden dreigen de gijzelaars neer te schieten.      

Israël en Joods Nieuwjaar

Het nieuws over de Arabische terreuraanval op Joodse treinpassagiers uit Moskou was in Israël als een bom ingeslagen en werd de feeststemming vanwege het Joodse Nieuwjaar op een verschrikkelijke manier bedorven.
Ministers van de Israëlische regering die het Joodse Nieuwjaar vierden, annuleerden hun vakantie om de ontwikkelingen in Wenen op de voet te kunnen volgen.

De Israëlische regering stond in voortdurend contact met hun ambassade in Wenen die op zijn beurt onafgebroken door de Oostenrijkse autoriteiten werd geïnformeerd over de inspanningen om tot een oplossing te komen. De Israëlische bevolking volgde onafgebroken het laatste nieuws vanuit Wenen via radio en televisie.

Voor de Israëlische autoriteiten was deze terroristische daad op zich geen verrassing omdat door de Black September-beweging (BSO) al vaker bedreigingen waren geuit tegen het Oostenrijkse doorgangskamp Schönau voor Joodse emigranten uit de Sovjet-Unie.


Moeizame onderhandelingen

Zo tegen 21:00 uur die avond weigerden de Palestijnen nog steeds alle gijzelaars vrij te laten. Het lange wachten in de VW–bus op het vliegveld maakte de ene terrorist erg nerveus, terwijl de andere verklaarde dat hij zeker niet moe was en bereid was lang te wachten; hij had genoeg pillen bij zich om zichzelf wakker te houden. Hieruit werd geconcludeerd dat de ontvoerders drugs gebruikten om vermoeidheid tegen te gaan.

Tussentijds verklaarde minister van Binnenlandse Zaken Rösch dat de terroristen op de luchthaven Schwechat de Libanese ambassadeur Joseph Shadid niet als onderhandelaar wilden accepteren, maar wel de ambassadeur van Egypte, Salah Gohar. Laatstgenoemde en de ambassadeur van Irak, Jassef Jassem al- Azzawi hadden zich zelfs bereid verklaard om de plaats van de drie gevangen Joodse treinreizigers in te nemen, zodra de terroristen naar een ander land konden vliegen. Twee Oostenrijkse psychologen hebben het voorstel voor deze plannen onmiddellijk afgeraden; elke stresssituatie met de ontvoerders moest worden vermeden. Aan hun wensen om voedsel voor gegijzelden en zich zelf werd tegemoet gekomen. Hun wens om ook een radio te krijgen werd door de algemeen directeur van de openbare veiligheid, Dr. Peterlunger, afgewezen.

In een televisie-uitzending verklaarde de algemeen-directeur van de openbare veiligheid, Dr. Peterlunger, dat hij urenlang met de terroristen over de meest uiteenlopende onderwerpen had gesproken en onderhandeld met als enig doel de gegijzelden vrij te praten en om te voorkomen dat de kapers nerveus zouden worden. De terroristen zelf beweerden herhaaldelijk dat zij geen moordenaars waren en dat vertragingstactieken van de Oostenrijkse overheid niet zouden slagen omdat ze waren getraind om wakker te blijven en ook genoeg pillen hadden om dat zeker 96 uur vol te houden.

Oplossing voor treinkaping en ontvoeringszaak in zicht

Het was een grote verrassing toen er een tweemotorig Cessna vliegtuigje, van het vliegveld in Graz, landde op de luchthaven van Wenen. Deze Cessna 414 kon met slechts één tussenstop enkele Arabische steden te bereiken. Na vliegenier Alexander Hincak, werd een tweede piloot, Karl Geiger, bereid gevonden indien nodig het toestel te besturen.

Inmiddels werden op het vliegveld brandweerwagens in stelling gebracht. Er werd alvast een opening in de kleine cirkel van politievoertuigen rond het VW-bus gemaakt. Daaruit zou de auto van de terroristen en gijzelaars kunnen vertrekken.

De federale regering van Oostenrijk kwam tegemoet aan de eisen van de Palestijnse terroristen en had met het oog op de toekomstige veiligheid van Sovjet burgers van Joodse afkomst besloten het complex in Schönau waar Joden in transit verbleven definitief te sluiten.
Bondskanselier Bruno Kreisky deelde mee dat de onderhandelingen zeer complex waren verlopen, maar dat hij had ingezet op het behoud van de levens van de vier gegijzelden. Hij voegde eraan toe dat de bemiddeling van de vier ambassadeurs van de Arabische staten cruciaal was geweest.

Hoewel de gijzeling nagenoeg zonder bloedvergieten was verlopen, werd de Oostenrijkse overheid en bondskanselier Bruno Kreisky in het bijzonder, overladen met felle kritiek omdat aan één van de eisen van de terroristen was toegegeven.
De reactie van Kreisky: "De federale regering heeft in een vergadering van de Buitengewone Raad van Ministers op 28 september 1973 - met het oog op de veiligheid van Joodse emigranten - besloten vanaf heden te stoppen met het opvangen van Joodse reizigers in het kamp Schönau. "
De ontvoerders hadden de voorwaarde gesteld dat deze beslissing van kanselier Kreisky over het sluiten van het opvangkamp Schönau over de Oostenrijkse radio werd voorgelezen. Ook in het Engels! En zo gebeurde.

Zodra het vliegtuigje klaar stond voor vertrek, werden de drie gegijzelde treinpassagiers en de douanebeambte na urenlange onderhandelingen op 29 september 1973 vrijgelaten en overgedragen aan de Oostenrijkse autoriteiten. De twee "al-Saiqa" – terroristen uit Libanon werden door twee piloten in de Cessna 414 via Joegoslavië naar Tripoli in Libië gevlogen.

Op 1 oktober hebben de piloten Alex Hinczak en Karl Geiger op hun terugreis een tussenlanding in Dubrovnik gemaakt en landden nog dezelfde avond in Wenen.
In een live radio-interview vertelden de piloten dat de twee Arabische terroristen tijdens de vlucht erg vriendelijk waren geweest. Na de landing in Tripoli was de benzine tot praktisch de laatste druppel ‘opgestookt’.
In Libië werden de twee Oostenrijkse piloten door de regering zeer vriendelijk ontvangen. De Libische regering vroeg hen zelfs – waarschijnlijk op verzoek van de Oostenrijkse ambassadeur in Tripoli - nog een dag in Libië te blijven.

Resultaat van de treinkaping en gijzeling

Jarenlang reisden vele duizenden joodse burgers uit de Sovjet-Unie, Polen en Roemenië via het tussenstation in Schönau naar Israël. Dit opvangkamp werd definitief gesloten.
In de toekomst zouden groepen Joodse emigranten uit de Sovjet-Unie nog wel via Oostenrijks grondgebied – maar niet meer via Schönau - kunnen reizen.
Dit was het resultaat van de zeer complexe en zeer intensieve onderhandelingen tussen de twee Palestijnse terroristen, de Oostenrijkse overheid en vier ambassadeurs uit Egypte, Irak, Libië en Libanon. De Oostenrijkse federale overheid was blij met deze humanitaire oplossing zonder bloedvergieten en de vrijlating van de gevangen genomen treinreizigers.

De politieke "prijs" die in Oostenrijk, in het bijzonder bondskanselier Bruno Kreisky in de maanden na de treinkaping moest betalen voor de vrijlating van de vier gijzelaars was hoog. Zijn regeringsverklaring werd zeker niet door het Israëlische kabinet o.l.v. Golda Meir, in dank afgenomen.

Israël was faliekant tegen het sluiten van ‘kamp Schönau. Het voelde als een nederlaag, zeker op de dag waarop Joods Nieuwjaar werd gevierd. De Israëlische premier Golda Meir reisde slechts drie dagen later naar Wenen en deed op 2 oktober 1973 een beroep op Kreisky op zijn beslissing terug te komen. Kreisky ging niet akkoord met dit verzoek en gaf als reden dat er eerder bedreigingen tegen Schönau waren geweest en dat deze waarschijnlijk zouden voortduren. Hij kon niet langer de veiligheid van grote groepen Joden die via Schloss Schönau naar Israël reisden garanderen.

Nawoord

Op 24 oktober 1973 publiceerde in Nederland het landelijke christelijke Reformatorisch Dagblad het volgende artikel onder de kop “Besluit Schönau had solidariteitseffect”.

"De Oostenrijkse kanselier Bruno Kreisky heeft er dinsdag in het Oostenrijkse parlement voor gepleit, dat het land door moet gaan met het verlenen van vrije en ongehinderde doorgang aan Russische Joden, die naar Israël reizen.

De kanselier zei een en ander tijdens een speciaal debat over de gebeurtenissen van 28 en 29 september, toen twee Arabische terroristen vier personen, onder wie drie Russische Joden, gijzelden. De terroristen lieten de gijzelaars gaan, nadat Kreisky hen had verzekerd dat het doorgangskamp voor Russische Joden, Schönau, zou worden gesloten. Kreisky legde er in zijn rede de nadruk op, dat het nooit een eis van de terroristen is geweest om de joden ongehinderde doorgang via Oostenrijk te belemmeren.
Maar Kreisky heeft herhaalde malen te kennen gegeven dat hij niet zal terugkomen op zijn besluit. In zijn rede zei hij nogmaals dat de „herhaalde dreigingen om aanvallen te ondernemen op Schönau tot de conclusie hebben geleid dat de mensen in het kamp, vooral na de gebeurtenissen in München (Olympische Spelen 1972, red.), voortdurend in levensgevaar verkeren.

Kreisky zei ervan overtuigd te zijn dat de terroristen hun dreigement de gijzelaars te zullen doden zouden hebben uitgevoerd. „Sinds 1968 hebben Palestijnse terroristen 22 aanvallen gedaan, die resulteerden in 89 doden onder burgers, acht doden onder de terroristen en 106 gewonden", zo zei Kreisky. Als terroristische aanvallen zouden zijn ondernomen op het kamp Schönau, „zou Oostenrijk in de ogen van de bevolking zijn veranderd in een tweede oorlogstoneel in het Midden-Oosten conflict", zo meende de Oostenrijkse kanselier.

Het besluit van Kreisky om het doorgangskamp te sluiten in ruil voor de vrijlating van de gijzelaars, zou de goedkeuring van de Oostenrijkse bevolking hebben weggedragen, vooral na de kritiek die er uit alle delen van de wereld op is gekomen. De kritiek zou volgens waarnemers hebben geresulteerd in een „solidariteitseffect" onder de Oostenrijkers.

Het doorgangskamp in Schönau werd op 12 december 1973 definitief gesloten. Ter vervanging werd in de Babenberger kazerne Wöllersdorf door een regionale afdeling van het Rode Kruis van Neder-Oostenrijk een nieuwe opvanglocatie voor vluchtelingen en andere reizigers ingericht. In feite ondervonden Joodse emigranten uit de Sovjet-Unie geen verslechtering van hun zorg bij hun aankomst in Oostenrijk."

Palestijnse overwinning?

De sluiting van Schönau betekende niet het einde van de Joodse emigratie. In dat opzicht had de gijzelneming zijn doel gemist. Of niet?

Hier twee screenshots van de Amerikaanse CIA





Begin november 1973 gaven de twee terroristen een interview waarin zij vertelden dat hun actie in Marchegg eigenlijk deel uitmaakte van een afleidingsmanoeuvre voor de Yom Kippur-oorlog. 

Maar het echte doel moet toch de stopzetting van de emigratiegolf van Joden naar Israël zijn geweest. Dat is af te leiden uit een tweede poging van diezelfde Palestijnse terroristische groepering “Al Saiqa” om twee jaar later in september 1975 in Nederland (Amersfoort) weer een trein met Joodse emigranten uit Moskou te kapen, dit maal de “Warschau – Hoek van Holland – Express”. Met hetzelfde doel, namelijk de stopzetting van de emigratie van duizenden Joden naar Israël.
Deze treinkaping werd op het nippertje door de Nederlandse BVD in samenwerking met de Amsterdamse politie voorkomen.

In Nederland gijzelingsactie door Syriërs verijdeld

Al Saiqa pleegde in de jaren zeventig verschillende aanslagen in West-Europa. Die waren onder meer bedoeld om een einde te maken aan de emigratie van Russische Joden naar Israël. De Britse journalist en militair historicus, Colin Smith, verwijst in zijn boek 'Carlos: Portrait of a Terrorist', naar een artikel van eind 1975 in de krant 'The Times', waarin wordt beweerd dat de Sovjet-Unie nadrukkelijk betrokken was bij de in Nederland verijdelde gijzelingsactie door de vier Syriërs, omdat Moskou de braindrain van Joden wilde stoppen.
Nederland heeft zich daar nooit over uitgelaten. Maar hoe is het anders te verklaren dat Mr Aleksandr Rylov van de Russische ambassade in Den Haag contact zocht met het Nederlandse ministerie van Justitie en zijn hulp aanbood bij de identificatie van de Syriërs aan de hand van hun paspoortnummers. Het ministerie hield echter de boot af.

Nederlands consulaat in Moskou
De analyse van ‘The Times’ was dat indien de treinkaping en de gijzeling van Russische joden in Amersfoort was gelukt, de Sovjet autoriteiten druk hadden kunnen uitoefenen op de Nederlandse regering (de Nederlandse ambassade behartigde de Israëlische belangen in Moskou) om te stoppen met het afgeven van visa aan Sovjet joden met het doel te emigreren. Niemand had immers belang bij het feit dat deze treinen met joodse emigranten doelwit waren van terroristische aanslagen.
Precies dat nu was de reden waarom Bruno Kreisky het opvangkamp Schönau in Oostenrijk had gesloten.
“De herhaalde dreigingen om aanvallen te ondernemen op Schönau hebben mij doen concluderen dat de mensen in het kamp, vooral na de gebeurtenissen in München (OlympischeSpelen 1972, red.), voortdurend in levensgevaar verkeren.”

MET DANK AAN THOMAS RIEGLER

28 januari 2018

Waarom tegenstanders blij met ‘sleepwet’ moeten zijn

Waarom tegenstanders ‘sleepwet’ blij moeten zijn

De nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (WIV2017) beperkt de AIVD en de MIVD meer in hun werkzaamheden dan veel mensen denken. Vóór het jaar 2002 was er helemaal geen wet, maar moesten de diensten wel hun werk doen. Dat gebeurde in het geheim soms zonder ministeriële toestemming. Nu is toestemming vooraf, evenals controle achteraf in de wet geregeld. Achterdochtige tegenstanders van de zogenoemde ‘sleepwet’ moeten veel positiever zijn.

Metadata

Bits of Freedom (BoF) is positief kritisch en leidt de discussie over wat er wel en (nog) niet goed is geregeld en stelt vijf verbeteringen [1] in de WIV voor. Een daarvan gaat over de drie artikelen van de ‘sleepwet’, de naam die hier wel onterecht [2] wordt gebruikt. Onterecht omdat BoF stelt dat in de WIV is geregeld dat er ‘bijvoorbeeld ongefilterde communicatie tussen een stad als Utrecht en Syrië wordt onderschept, waarbij telefoongesprekken van onschuldige (!) burgers worden afgeluisterd en e-mailtjes meegelezen’. Nee, providers verstrekken slechts metadata, gegevens van telefoonnummers of IP-adressen, niet de inhoud van gesprekken of van e-mails!

BoF stelt ook dat de diensten nu meer gegevens mogen binnenhalen dan voorheen. Dit is een schijnbeweging. Diensten mogen nu al gegevens via de lucht binnenhalen, maar dat inlichtingenmiddel droogt op door veranderde technologische ontwikkelingen. Het verloren terrein mag ter compensatie worden aangevuld door interceptie op de kabel. 

Loopgravenoorlog

Vaak ontbreekt het aan kennis van de geschiedenis van diensten, aan geduld om de Memorie van Toelichting te lezen en dus aan begrip voor deze wet. Vooral een warboel aan opiniestukken in de media vertroebelen de discussie. Daarom heeft de overheid de plicht de burgers goed voor te lichten. In ieder geval is de website van de AIVD flink uitgebreid. Of de kennis ook daadwerkelijk wordt opgepikt is twijfelachtig.
Tegenstanders van de WIV houden pokhouterig vast aan de populistische term ‘sleepwet’ en zijn bang voor ernstige aantasting van hun privacy. Opmerkelijk dat zij wel naïef achter populisten aanlopen.
Zelfs de zondagavondclown Arjen Lubach wist zonder zelf de impact van zijn satire te beseffen het klapvolk te bewegen tegen een wet te gaan stemmen waarvan de inhoud hen onbekend is. Hier dreigt een dommige ‘zwartepiet’ discussie, waarbij verschillende stellingen niet worden onderbouwd en naar meningen niet meer wordt geluisterd. Een loopgravenoorlog! 

Syrische terroristen

Vóór het jaar 2002 was er helemaal geen wet en moesten de diensten in het geheim, soms met toestemming van de minister vooraf maar nauwelijks controle achteraf, operaties opzetten voor de bestrijding van terrorisme. Bijvoorbeeld in 1975, toen vier Syrische terroristen in Amersfoort een trein uit Rusland met Joden wilden kapen. Na een tip van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) arresteerde de Amsterdamse politie de vier mannen. Hoe werkte dat toen?[3]  

Interceptie

Buitenlandse inlichtingendiensten stelden (delen van) telefoonnummers van personen en organisaties ter beschikking aan westerse veiligheidsdiensten – ook aan de BVD - om telefonische contacten tussen terroristen in het Midden-Oosten en West-Europa vast te kunnen stellen. Telefoongesprekken vanuit Nederland naar Syrië kwamen in 1975 nog niet automatisch tot stand. Je moest eerst bellen met de Amsterdamse telefooncentrale. Daar werd door provider PTT (nu KPN) de verbinding opgezet en de metadata ‘wie belt met wie’ overgezet op ponskaarten.

  
Lange lijsten metadata werden dagelijks en handmatig door de BVD bekeken of er ook contacten met verdachte telefoonnummers tussen zaten. Onbelangrijke telefoonnummers (circa 99%) werden direct weggegooid. Nog geen 1% werd direct inhoudelijk onderzocht. Op een dag bleek dat er vanuit een hotel in Amsterdam was gebeld met verdachte contacten in Damascus/Syrië. Dit spoor leidde uiteindelijk terug naar vier Syrische terroristen in een Amsterdams hotel. Vervolgens werd uit verdere analyse duidelijk dat zij in Nederland (Amersfoort) een trein wilden kapen en werden zij in de nacht voor de geplande aanslag gearresteerd.

Blijkbaar kon een terreuractie ook zonder onderzoeksopdracht of aanwijzingen van het kabinet, worden voorkomen. Op eigen initiatief, intelligent bedacht en met vakmanschap uitgevoerd. Strikt genomen is daar (nog steeds) geen opdracht voor nodig. 

Onderzoeksopdracht

Nu komt er een nieuwe WIV2017. Daardoor mogen AIVD en MIVD minder zelfstandig werken en krijgen meer gecontroleerde opdrachten voor interceptie en moet niet alleen de minister maar ook de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) toestemming geven en is er ook controle achteraf (CTIVD).


Qua werkwijze is inhoudelijk weinig, maar procedureel juridisch veel veranderd. Ook nu wordt bij een doelgerichte opdracht (onderzoek cyberaanvallen) in stap 1 gekeken of al metadata bekend zijn of nog moeten worden binnengehaald (bulkinterceptie). Metadata zijn stukjes van een puzzel.

Bij de tweede stap (ook hiervoor is apart toestemming nodig) wordt er geanalyseerd welke stukjes van de puzzel ontbreken. Bijvoorbeeld hoe maak je een telefoonnummer compleet, of op welk adres of in welk land zit een target, spion of terrorist. Niet meer met de hand maar met de computer. Op zoek naar patronen, net zoals Google of Bellingcat doet. Waar gaan targets vaak naar toe, met wie hebben ze vaak contact? Kloppen deze gegevens misschien met al bestaande informatie.

Zodra de puzzel duidelijker wordt, bestaat de kans te weten waar de dreiging vandaan komt, maar nog niet precies ‘hoe groot het gevaar is’. Meer onderzoek is nodig en na opnieuw toestemming gaat het onderzoek verder, misschien is aftappen nodig op zoek naar de inhoud.
Zijn er uiteindelijk aanwijzingen van een concrete dreiging dan kan er een brief naar het Openbaar Ministerie (O.M.) met conclusies en aanbevelingen. Dan is het werk voor de AIVD in principe gedaan en moet het O.M. zelfstandig bewijs gaan verzamelen. 

Conclusie

Wanneer het werk van de BVD van vroeger wordt afgezet tegen dat van de AIVD anno 2018, is duidelijk dat nu wel wettelijk is vastgelegd wat de diensten vóór 2002 in het geheim deden. Deze verbetering geldt niet alleen voor de toestemming vooraf en controle achteraf, de wet beschrijft ook een zichtbare bescherming (klachtenregeling) van de privacy.

Wanneer het besef doordringt dat de controle beter is geregeld dan in ons omringende landen, is eveneens duidelijk dat tegenstanders van de verfoeide ‘sleepwet’ eigenlijk heel tevreden moeten zijn.

Er is heel veel verbeterd! Maar laten we deze wet over twee jaar wel goed evalueren.




[1] https://www.bof.nl/2018/01/16/livestream-voor-eenbeterewet-nl/
[2] https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2017Z18166&did=2017D37427
[3] http://3secretfingers.blogspot.de/2016/06/arrestatie-syriers-na-datamining.html

Op 31 januari 2018 verscheen een bewerking van dit artikel op
 https://www.netkwesties.nl/1127/waarom-tegenstanders-sleepwet-blij-mogen.htm

23 juni 2016

Arrestatie Syriërs na datamining (longread/popular)

Treinkaping Syrische terroristen verijdeld 

UPDATE:13 OKTOBER 2016

Inleiding
Vier Syriërs wilden in 1975 in Amersfoort een internationale trein met Russische Joden kapen, maar na een tip van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) arresteerde de Amsterdamse politie de vier terroristen.
De Syriërs werden in Hotel Neutraal op het Damrak van hun bed gelicht. Bij de inval in hun kamer vond de politie pistolen, pistoolmitrailleurs en een namaakbom, met draden en een batterij. Een terreuraanslag door vier bewapende vrijheidsstrijders van de Syrische verzetsbeweging ‘al Saiqa’ was voorkomen.
"Datamining inlichtingendiensten cruciaal bij arrestatie in Rusland opgeleide Syrische terroristen"
Buitenlandse inlichtingendiensten hadden met behulp van (signal intelligence) SIGINT  (delen van) telefoonnummers in het Midden-Oosten onderschept en deze metadata gedeeld met de BVD. Lange lijsten werden door de BVD dagelijks en handmatig vergeleken met gegevens van telefoongesprekken uit Nederland met het buitenland. Die gesprekken kwamen in 1975 nog niet geautomatiseerd tot stand, maar door tussenkomst van een telefoniste.

In dit artikel wordt een historische casus uitgewerkt waaruit blijkt dat ‘massagegevens’ en uitvoerige bemoeienis van partnerdiensten een grote rol kunnen spelen in het verhinderen van terroristische aanslagen. Niet om te beweren dat geheime diensten altijd maar vrij baan moeten hebben, maar wel om eens licht te werpen op het effect van de inzet van een ingrijpende bevoegdheid. Natuurlijk moeten we oog hebben voor de historische context – het gaat om een zaak in de jaren zeventig – maar het laat zien waartoe de inzet van enkele inlichtingenmiddelen kan leiden.
Deze verhinderde aanslag heeft interessante dingen laten zien. In de eerste plaats is uiteraard de betrokkenheid van de Sovjet-Unie. Daarnaast waren de telefoonlijsten van de Israëliërs van doorslaggevend belang om te ontdekken wie in Nederland regelmatig met het Midden-Oosten telefoneerde.
Natuurlijk kreeg de BVD hiermee ook onschuldige burgers in het vizier, die met het uiteindelijke complot niets te maken hadden. Maar het middel was wel effectief: het werd wel mogelijk om de vier samenzweerders in een hotel te lokaliseren en te laten oppakken.
Over het effect van hun werk zwijgen inlichtingen- en veiligheidsdiensten doorgaans. Ze kunnen vanwege geheimhouding geen namen en rugnummers, laat staan aantallen verhinderde aanslagen vermelden. Of de inzet van ingrijpende bevoegdheden – zoals metadata analyse en de gegevensverzameling van een groot aantal burgers – echt nodig is, blijft daardoor inherent ingewikkeld. Die vraag zal nooit makkelijk te beantwoorden zijn en het debat daarover zal altijd, in veranderende omstandigheden, opnieuw gevoerd moeten worden. Historici kunnen echter wel een tipje van de sluier oplichten over het verleden. Door onderzoek te doen naar de effecten van het inlichtingen- en veiligheidswerk, de concrete resultaten van de inzet van inlichtingenmiddelen, kunnen zij wel iets zeggen over nut en noodzaak van dit werk. Tijd dus om meer van dit soort cases te onderzoeken.





De reis naar Nederland
De vier terroristen waren in twee groepen naar Nederland gekomen.
De eerste groep bestaande uit de 34-jarige Amin Selamih en de 27 jaar oude Joseph As'ad Azar - alias: Ziad Homsi/Homcy - vertrok op 15 augustus 1975 per vliegtuig van Damascus naar Rome. Per trein reisden zij verder naar Modena. Daar werd een grijze Alfa Romeo met het kenteken MO 255182, gekocht waarmee de twee terroristen naar Amsterdam vertrokken. In Modena werden ook de wapens opgehaald bij een niet geïdentificeerde Arabier.
De tweede groep, Abdul Sattar Ahmed Ammar (24) - alias: al-Afghani - en Abdallah Mustapha Ataya (32) reisde op 31 augustus 1975 per vliegtuig van Damascus naar Boedapest en op 3 september 1975 van Boedapest naar Amsterdam.

Selamih en Azar namen hun intrek in Hotel Neutraal op het Damrak 8 in Amsterdam, met kamernummer 54. Zij kregen opdracht vanuit Damascus om op 3 september de strijdmakkers Abdullah Ataya en Abdul Satar Ammar af te halen van Schiphol. De laatste twee namen intrek op kamer 59 in hetzelfde Hotel Neutraal.

Op 4 september 1975 hielden de vier in het hotel een vergadering over de gijzeling die ze de volgende dag zouden uitvoeren. In Amersfoort wilden ze om zes over halfnegen ‘s-ochtends de laatste wagon van de Warschau Express op weg naar Hoek van Holland kapen, omdat ze dachten dat daarin Russische Joden zaten. Tijdens hun bijeenkomst verdeelden ze alvast de in Italië aangeschafte wapens; 1x handpistool Makarow, 1x handpistool Pietro Beretta en 2x machinepistool Skorpion.

De vier Syriërs, die behoorden tot de Palestijnse verzetsorganisatie ‘al Saiqa’, hadden een in het Engels en het Frans gesteld - gestencild - pamflet bij zich met eisen aan de Nederlandse regering, namens de "Eagles of the Palestinian Revolution".
De eisen waren dat Nederland Russische Joden niet langer hielp naar Israël te emigreren en dat premier Joop den Uyl in een tv-rede zijn steun zou betuigen aan de Palestijnse zaak. De Nederlandse regering werd bij niet-inwilliging van de eisen verantwoordelijk gesteld voor het lot van de gijzelaars.

Arrestatie in Amsterdam
Wat de terroristen niet wisten was dat de Nederlandse autoriteiten hen al in het vizier hadden. Nog voordat ze naar Amersfoort konden vertrekken, werden ze in de nacht van 4 op 5 september in de boeien geslagen. Het hotelpersoneel had vooraf nauwkeurige beschrijvingen gegeven van het uiterlijk van de gasten en de indeling van hun kamers. Het arrestatieteam ging razendsnel te werk. Voordat de Syriërs maar een reactie konden bedenken, waren ze al overrompeld. Een van de agenten zou zelfs vanaf de kamerdeur in één zweefduik op het bed van de Syriërs zijn gedoken.

Enkele uren later in de morgen van 5 september 1975, tijdens een zogeheten Aurora-bijeenkomst, die elke dinsdag en vrijdag plaats vond in de kamer van het hoofd van de BVD, deed het plaatsvervangend diensthoofd Hans Neervoort, de triomfantelijke mededeling dat de Amsterdamse politie dankzij informaties van de dienst een Palestijnse terroristische actie had weten te voorkomen.

Mossad en NSA schieten BVD te hulp
Nederland kon voortijdig ingrijpen dankzij de oplettendheid van de Amerikaanse National Security Agency (NSA) en de Israëlische Mossad, die contacten tussen West-Europa en het Midden-Oosten scherp in de gaten hielden, onder meer via luisterposten in de regio. De NSA en de Mossad waren gespitst op Palestijns terrorisme sinds de bloedige aanslagen op Israëlische atleten tijdens de Olympische Spelen in München in 1972.
Uit allerlei voor- en nabeschouwingen over de Oktoberoorlog van 1973 wordt duidelijk dat de Israëliërs beschikten over ingenieus werkende afluistersystemen. Op de berg Hermon bijvoorbeeld, op de Golan-hoogvlakte bij Mitzpe Shlagim ("Snow Lookout") werd dataverkeer geïntercepteerd.

In het NRC Handelsblad van 21 november 1998 beschrijven Cees Wiebes en Bob de Graaff hoe de BVD verschillende keren hulp kreeg van de Amerikaanse CIA. Ten tijde van de gijzeling van de Franse Ambassade door leden van het Japanse Rode Leger in 1974 in Den Haag stelde de CIA een ruimte tegenover de Franse ambassade en middelen ter beschikking. Er werd een camera gericht op de Franse ambassade en er werden richtmicrofoons gebruikt om de gesprekken tussen de gijzelnemers op te kunnen vangen. Verder stelde de CIA afgeluisterd berichtenverkeer van de National Security Agency (een Amerikaanse inlichtingendienst) beschikbaar. Toen de BVD niet in staat bleek om uit de afgetapte berichten telefoonnummers uit het Midden Oosten te vissen, deed de CIA dat zelf binnen enkele uren.

Datamining
Na de Olympische Spelen in München spraken veiligheidsdiensten af meer samen te werken om nieuw onheil te kunnen voorkomen. Op het hoofdkantoor van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) kwamen per telex dagelijks lijsten binnen met telefoonnummers van verdachte personen en organisaties in het Midden-Oosten. In een tijd zonder vergevorderde automatisering vormden die gegevens hooguit het ruwe materiaal voor een ingewikkelde aanpak van mogelijke terroristen. Deze prille vorm van datamining, het speuren naar de potentieel gevaarlijke contacten, was het zoeken naar een speld in een hooiberg.

PTT belangrijke partner BVD
Het spoor naar de vier Syrische terroristen dankte de BVD ook aan de PTT.
Op een paar honderd meter afstand van Hotel Neutraal aan het Damrak, in het PTT-gebouw achter het Paleis op de Dam, aan de Nieuwezijds Voorburgwal 182, hoek Raadhuisstraat en Spuistraat, zat de centrale waar in die tijd nog alle gesprekken met het buitenland moesten worden aangevraagd.
Gegevens van gesprekken met het Midden-Oosten werden overgezet op ponskaarten. Die vergeleek de BVD met door collega-diensten aangeleverde nummers van verdachte personen en organisaties. Op die manier werd duidelijk dat er vanuit Hotel Neutraal was gebeld met verdachte contacten in het Midden-Oosten.

In het boek van historicus Dick Engelen “Frontdienst” staat uitgebreid te lezen hoe de BVD in de zeventiger jaren van de 20e eeuw lange lijsten met data afkomstig uit het buitenland dagelijks en handmatig vergeleek met PTT-gegevens van telefoongesprekken gevoerd vanuit Nederland.
Niemand kon toen vermoeden dat veertig jaar later de ontwikkelingen in de wereld op het gebied van dataverzameling die vlucht zou nemen die het heeft gedaan. De techniek heeft ervoor gezorgd dat het opvragen van data min of meer ‘de gewoonste zaak van de wereld’ is en alleen nog de meest fervente vechters voor privacy kan verontrusten. Na het eerste decennium van de 21e eeuw is het vanzelfsprekend om in het kader van terrorismebestrijding samenwerking te signaleren tussen ‘geheime’ diensten en telecomproviders.

Bronbescherming bijna fataal
De samenwerking tussen BVD en PTT was in 1975 zo geheim dat voor deze operatie als geheel zelfs een codenaam was bedacht. De codenaam beschermde niet alleen de bron(nen), maar eveneens de nationale en internationale samenwerking - ook wel modus operandi genoemd. Die bronbescherming gaf de nodige problemen bij de noodzakelijke exploitatie van gegevens richting Justitie, politie en het Openbaar Ministerie. De (Hoofd-)officier van Justitie wilde tegen mogelijke terroristen wel actie ondernemen, maar op grond waarvan? In ieder geval niet op grond van anonieme bronnen bij de BVD.

Bij een ingelast bezoek door de Amsterdamse vreemdelingendienst aan Neutraal bleek tijdens een controle van de administratie dat er ‘vier Arabieren’ met Syrische paspoorten logeerden. De hotelier vertelde dat er inderdaad was gebeld met buitenlandse nummers en dat de betreffende mannen op dat moment niet aanwezig waren. Het verzoek van de politie om even op de kamer te mogen kijken werd ingewilligd. Daar werden de wapens toen al gevonden, maar om de Syriërs te kunnen arresteren moesten ze blijven liggen. Tot het moment van de inval bleef de politie het hotel observeren.
Het op zich volstrekt logische bezoek van de Amsterdamse vreemdelingenpolitie aan de hoteleigenaar van Neutraal was een gouden greep. De politie kon na verkregen informatie van de eigenaar een proces-verbaal indienen bij Justitie, die vervolgens tot arrestatie kon overgaan.
In het boek van journalist Siem Eikelenboom "Niet bang om te sterven" staat ook dat er voorafgaande aan de arrestatie van de vier Syriërs een tip van de BVD bij de politie was binnengekomen. De BVD schrijft hierover in een editie van “PANORAMA” die de periode van 1 april tot 1 oktober 1975 behandelt:

“Dankzij informaties van de Dienst afkomstig, kon de Amsterdamse Politie op 5 september 1975 overgaan tot de arrestatie van vier op Syrische paspoorten in Nederland vertoevende Palestijnen. Volgens hun verklaringen en de op hen gevonden papieren waren zij van plan om in opdracht van Saiqa - de door de Syrische regering gesteunde Palestijnse verzetsorganisatie - de inzittenden van de Russische wagen van de Warschau-expres, op het moment dat deze zich op weg naar Hoek van Holland op het station in Amersfoort bevond, in gijzeling te nemen. De bedoeling was daarna de Nederlandse regering bepaalde uitspraken af te dwingen met betrekking tot Israël en de Palestijnse kwestie.”

Het pro-Syrische ‘Al Saiqa’
Al Saiqa werd kort na de junioorlog van 1967 opgericht als militaire arm van de ‘Vanguards of the Popular War of Liberation’. Ideologisch volgde ze de lijn van de Syrische Baath-partij; daardoor te beschouwen als instrument van de Syrische regering en in hoge mate afhankelijk van de Syrische inlichtingendienst.
Al Saiqa werd geleid door Zuheir Mohsen, een hoge Syrische legerofficier. Mohsen was tevens een van de topmensen binnen de Palestinian Liberation Organization, waarvan Al Saiqa deel uitmaakt.
Hij was verantwoordelijk voor militaire zaken in het Executief Comité van de PLO. Vanwege de contacten van Al Saiqa met de Syrische inlichtingendienst en gelet op de positie van Mohsen, is het waarschijnlijk dat de Syrische autoriteiten op de hoogte waren van de al Saiqa activiteiten.

Eerdere Saiqa activiteiten in Europa
Op 30 augustus 1973 werden op de luchthaven van Beiroet twee Saiqa leden, die in het bezit waren van wapens, gearresteerd. Het tweetal was van plan naar Bratislava te reizen. Treinen die Joodse emigranten uit Rusland naar het doorgangskamp Schönau in Oostenrijk brachten, stopten in Bratislava.
Op 8 september 1973 werden twee personen, voorzien van Libanese paspoorten door de Oostenrijkse douane aan de grens tussen Tsjecho-Slowakije en Oostenrijk aangehouden en teruggestuurd; ze waren afkomstig uit Bratislava. Op 28 september 1973 kwamen - mogelijk dezelfde - twee personen terug met de trein uit Bratislava; zij waren in het bezit van machinepistolen en handgranaten en gijzelden een drietal treinreizigers. Volgens een door de terroristen meegebracht pamflet behoorden zij tot de organisatie "Eagles of the Palestinian Revolution". Bij deze gijzeling van drie Russische Joden, eisten de terroristen de sluiting van een doorgangsoord voor Russische Joden in Schönau.

De Oostenrijkse regering onder leiding van Bruno Kreisky (zelf Joods) gaf toe.

De Oostenrijkse kanselier Bruno Kreisky heeft op dinsdag 23 oktober 1973 in het Oostenrijkse parlement ervoor gepleit, dat het land door moet gaan met het verlenen van vrije en ongehinderde doorgang aan Russische Joden, die naar Israël reizen. De kanselier zei een en ander tijdens een speciaal debat over de gebeurtenissen van 28 en 29 september, toen twee Arabische terroristen vier personen, onder wie drie Russische Joden, gijzelden. De terroristen lieten de gijzelaars gaan, nadat Kreisky hen had verzekerd dat het doorgangskamp voor Russische Joden, Schönau, zou worden gesloten. Kreisky legde er in zijn rede de nadruk op, dat het nooit een eis van de terroristen is geweest om de joden ongehinderde doorgang via Oostenrijk te belemmeren.
Sinds de gijzeling van 28 en 29 september 1973 is de opvang van Joden in Schönau normaal doorgegaan. De Oostenrijkse regering vraagt zich momenteel af op welke manier de Joden doorgang zal moeten worden verleend, zonder dat zij in het kamp Schönau worden opgevangen. Het landgoed Schönau, sinds 1971 doorvoercentrum voor meer dan 80.000 Sovjet-Joden die vla Oostenrijk naar Israël emigreerden, sluit maandag na het vertrek van de laatste groep. De regering van kanselier Kreisky besloot hiertoe 29 september in ruil voor de levens van vier gijzelaars die door Arabische guerrillastrijders gevangen waren genomen.

Nederland was na Oostenrijk een logisch volgend doel voor al Saiqa omdat het land een prominente rol speelde bij de emigratie van Russische Joden. Nadat de Sovjet-Unie als reactie op de Zesdaagse Oorlog van 1967 de diplomatieke betrekkingen met Israël had verbroken, verzorgde het Nederlandse consulaat in Moskou, en daarmee het ministerie van Buitenlandse zaken in Den Haag, de uitreisvisa van deze groep.

Opleidingscentrum in Moskou
Net als de leden van andere Palestijnse bevrijdingsorganisaties kregen de strijders van Al Saiqa trainingen in de Sovjet-Unie. In het opleidingscentrum van het toenmalige KGB in Balashikha, ten noordoosten van Moskou, leerden ze militaire vaardigheden, maar ook de fijne kneepjes van politieke indoctrinatie. Zeker twee van de vier naar Nederland gestuurde terroristen, Amin Selamih en Joseph Assad Azar, hadden een dergelijke opleiding gevolgd. Selamih verklaarde na zijn arrestatie: "Tijdens mijn opleiding in Rusland tot verzetsstrijder heb ik met allerlei wapens leren omgaan"

Jonathan Haslam, een Britse Professor aan ‘the History of International Relations’ at the University of Cambridge , heeft het in in zijn boek ‘Near and Distant Neighbours’ over trainingen die de Russen sinds september 1973 aan de PLO gaven. Hij vermeldt ook dat de Russen – waarschijnlijk gebruikmakend van de aanwezigheid van de PFLP - wapens verstrekten aan onder meer de Italiaanse ‘Brigate Rosso’ (Rode Brigade) en hen ook les gaven in het maken van bommen.

Tijdens de ochtendbespreking van de BVD, Aurora genoemd, op vrijdag 10 oktober 1975 kwam ter sprake dat het hoofd van de BVD, Andries Kuipers, in Rome enige tijd doorbracht bij de zogeheten Europese cursus. Een BVD-medewerker direct betrokken bij deze verijdelde gijzelingszaak kan zich herinneren dat Kuipers tijdens deze cursus van een Italiaanse collega te horen had gekregen dat er met enige regelmaat wapenleveranties plaatsvonden vanuit de Sovjet-Unie aan terroristische organisaties in Italië, waar de Communistische Partij (Partito Comunista Italiano/ PCI) bij
betrokken zou zijn. In Modena (waar al Saiqa de wapens had opgehaald bij een niet geïdentificeerde Arabier) was de PCI met een percentage van rond de 50% tussen 1946 en 1990 steeds de grootste politieke partij.

Joodse exodus uit Rusland
Al Saiqa pleegde in de jaren zeventig verschillende aanslagen in West-Europa. Die waren onder meer bedoeld om een einde te maken aan de emigratie van Russische Joden naar Israël. De Britse journalist en militair historicus, Colin Smith, verwijst in zijn boek 'Carlos: Portrait of a Terrorist', naar een artikel van eind 1975 in de krant 'The Times', waarin wordt beweerd dat de Sovjet-Unie nadrukkelijk betrokken was bij de in Nederland verijdelde gijzelingsactie door de vier Syriërs, omdat Moskou de braindrain van Joden wilde stoppen.
Nederland heeft zich daar nooit over uitgelaten. Maar hoe is het anders te verklaren dat Mr Aleksandr Rylov van de Russische ambassade in Den Haag contact zocht met het Nederlandse ministerie van Justitie en zijn hulp aanbood bij de identificatie van de Syriërs aan de hand van hun paspoortnummers. Het ministerie hield echter de boot af.

 Nederlands consulaat in Moskou
De analyse van ‘The Times’ was dat indien de treinkaping en de gijzeling van Russische joden was gelukt, de Sovjet autoriteiten druk hadden kunnen uitoefenen op de Nederlandse regering (de Nederlandse ambassade behartigde immers de Israëlische belangen in Moskou) om te stoppen met het afgeven van visa aan Sovjet joden met het doel te emigreren. Niemand had immers belang bij het feit dat deze treinen met joodse emigranten doelwit waren van terroristische aanslagen. Precies dat nu was de reden waarom Bruno Kreisky het opvangkamp Schönau in Oostenrijk had gesloten.

Ook het dagblad ‘De Telegraaf’ waagde zich aan bespiegelingen over de rol van Moskou. Deze krant kopte op 30 oktober 1975:
“Russen speelden vreemde rol in gijzelcomplot”.

“De Russen hebben een merkwaardige rol gespeeld in het onlangs voorkomen complot van de vier Syriërs die hier in Nederland de Russische wagon van een D-trein wilden overvallen en die inmiddels zijn veroordeeld.
De leider van het complot en een van de andere terroristen blijken volledig in de Sovjet-Unie te zijn opgeleid. Het ging hier zowel om een politieke opleiding als om een training in het omgaan met wapens.

Zodra het nieuws van de arrestatie van de vier Syriërs bekend werd, vervoegde een functionaris van de Russische ambassade in Den Haag bij het ministerie van Justitie om de paspoortnummers van de gearresteerden op te vragen. Hij beweerde dat zijn ambassade mogelijk behulpzaam zou kunnen zijn bij de identificatie van de aangehoudenen.
De Nederlandse autoriteiten zijn niet op dit verzoek ingegaan. Onduidelijk is wat de werkelijke motieven van dit Russische aanbod tot assistentie zijn geweest. Onduidelijk is ook waarom de Nederlandse regering de Russische rol zowel bij de opleiding van de Syrische terroristen als bij de ontknoping van het complot geheim heeft willen houden.
Voor ingewijden staat het vast, dat de Nederlandse regering. wanneer de overval, die op het station van Amersfoort had moeten plaatsvinden, zou zijn doorgegaan danig in verlegenheid zou zijn gebracht tegenover de Sovjetregering.

Dit te meer omdat het onzeker was, of de Syriërs zonder het gebruik van springstoffen de Russische slaapwagens hadden kunnen binnendringen. Westelijk van het „IJzeren Gordijn" pleegt de Russische slaapwagenconducteur de toegangsdeuren, ook die naar de andere wagons, afgesloten te houden, behoudens voor het laten in- of uitstappen van passagiers. Aannemende, wat waarschijnlijk lijkt, dat de conducteur niet in het complot zat, zou deze waarschijnlijk niet hebben opengedaan en zou een kleine springlading nodig zijn geweest om de deuren te forceren. De Syriërs hadden daartoe springstoffen bij zich.

Dit alles zou de Nederlandse regering in de positie hebben gebracht dat zij tegenover de Sovjetregering haar leedwezen had moeten betuigen, maar in de praktijk gebruiken de sovjets dergelijke situaties altijd om er een voordeeltje uit te slaan en vermoedelijk zou ons land gedwongen zijn het verstrekken van consulaire faciliteiten aan emigrerende Russische joden op onze ambassade in Moskou te beperken.

Wilden Russen Den Haag in verlegenheid brengen?
De aanwijzingen stapelen zich op dat de Russen zelf meer hebben geweten van de plannen van de vier gearresteerde en inmiddels veroordeelde Syriërs, die in de Russische slaapwagon van de D-trein uit Hoek van Holland gijzelaars hadden willen nemen. Het wordt niet uitgesloten en zelfs waarschijnlijk geacht dat de Russen via deze Syriërs Nederland als consulaire zaakwaarnemer voor Israël in Moskou, tot iets hadden willen dwingen, mogelijk tot het beperken of zelfs stopzetten van de uitgifte van inreis- of doorreisvisa voor joden die uit de Sovjet-Unie naar Israël willen emigreren.”

Reactie Binnenlandse veiligheidsdienst
Dat ‘De Telegraaf’ hier een punt had, bleek uit het feit dat de top van de BVD reageerde als door een wesp gestoken. De BVD was namelijk van mening dat er sprake moest zijn van een lek. (Aurora vrijdag 31 oktober 1975).
Of er daadwerkelijk sprake was van een lek en waar dit lek zich zou moeten bevinden is niet eenvoudig te achterhalen. Wel werd met grote spoed door de BVD onmiddellijk contact opgenomen met het hoofd van de afdeling Voorlichting van Buitenlandse zaken om een gezamenlijk persbeleid af te spreken.

Nederlandse regering capituleert niet
Nederland had even getwijfeld wat het met de arrestanten moest doen, gaf minister van Justitie Dries van Agt destijds toe voor de televisiecamera’s. Berechten of uitwijzen? De vier beschikten over Syrische paspoorten (pikant detail: in twee van de vier stond als beroep ‘vrijheidsstrijder’ vermeld). Maar de kans bestond dat Damascus zou ontkennen dat die documenten echt waren. Dan konden de mannen niet worden uitgewezen.
En waarom zou je eigenlijk voor die weg kiezen? De vier in Nederland gevangen houden hield het risico in dat sympathisanten hier acties zouden gaan ondernemen met hun wapenbroeders als inzet. Van Agt noemde een mogelijke uitwijzing daarom ‘wijken voor terreur die nog niet eens realiteit is, maar waarvan je vreest dat die zou kunnen komen; dat is weer een stap verder in de capitulatie voor terreur.’

REACTIE door VAN AGT NA mijn BEROEP OP ZIJN GEHEUGEN VAN VEERTIG DAARVOOR



Berechting
Al voordat het Palestijns terrorisme in september 1969 ook in Nederland had toegeslagen, was in november 1968 de relatie van de BVD met de Israëlische inlichtingendienst bestendigd en versterkt. Zo verleenden Mossad-medewerkers ook hulp bij de vertaling van de verklaringen die de vier in ons land gearresteerde terroristen aflegden bestemd voor de rechtbank.
De in Libanon geboren Josef Asad Azar, bijgenaamd Homcy, liet in gesprekken met de BVD en de Mossad doorschemeren dat hij en zijn vriend Amin Selamih goede contacten hadden met ‘al Saiqa’ en de PLO in Damascus of dat zij zelfs deel uitmaakten van de inlichtingendienst van de PLO.
Op de zitting zelf werd nog eens duidelijk dat de Syriërs van plan waren geweest de in beslag genomen wapens ‘metterdaad’ te gebruiken.

Volgens de rechtbank verklaarde Selamih het volgende:

"Op of omstreeks 22 augustus 1975 kwam ik samen met Josef Asad Azar per auto uit Italië in Amsterdam. In Italië hebben wij de wapens gekocht. In opdracht van een onderafdeling van de PLO in Damascus - waarvan ik lid ben - moesten wij, Selamih en Azar, in samenwerking met twee andere strijdmakkers, Abdullah Ataya en Abdul Satar Ammar, aandacht vragen voor de Palestijnse kwestie en eventueel gezamenlijk een gijzelingsactie ondernemen.”

Desondanks woog de rechtbank de beoogde gijzeling in het uiteindelijke vonnis niet mee, omdat er nog geen begin was gemaakt met de uitvoering van die actie. De vier werden wegens overtreding van de Vuurwapenwet op 8 oktober 1975 veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.



27 februari 2016

KPN werkt al eeuwen samen met politie

Samenwerking KPN en AIVD of politie heeft wel degelijk nut

De KPN maakt zich zorgen over hackbevoegdheid politie, maar werkt al eeuwen samen met politie en inlichtingendiensten


Dat de politie straks de bevoegdheid krijgt om te hacken is 'heel zorgelijk', zegt Jaya Baloo van KPN, verantwoordelijk voor de veiligheid van IT bij het telecombedrijf, in een gesprek met Huib Modderkolk van de Volkskrant. [27 februari 2016]

Al eerder [NRC, 3 september 2015] schreef ik dat de bezwaren van KPN tegen medewerking aan nieuwe inlichtingenwetten hypocriet zijn. Het bedrijf doet al decennia klussen voor inlichtingendiensten.

Samenwerking KPN en AIVD heeft wel degelijk nut

Telecombedrijven als de KPN zijn verplicht mee te werken aan onderschepping van communicatie. Het nieuwe tapbeleid gaat verder, spitst zich toe op kabelverkeer en is ongerichter dan ooit, waardoor er meer niet-verdachte burgers in het sleepnet van inlichtingendiensten raken.

"Nederland is door verdragen gebonden aan de waarborging van persoonlijke vrijheden", schreef KPN in 2015 als reactie op het voorstel voor een nieuwe inlichtingenwet.
"De medewerkingsplicht voor ondernemingen is voorzien van vergaande geheimhoudingsplichten en onttrekt zich – zoals de ervaring leert – aan enige mate van adequate rechtsbescherming."

KPN zegt in februari 2016 dat veilige communicatie bevochten moet worden. Natuurlijk probeert KPN de klant te paaien, met als voorbeeld de strijd tussen Apple en de FBI over het ontsleutelen van de beveiligde iPhone. " (...) de zorgplicht die wij (..) voor onze klanten hebben staat onder druk.'

KPN surft hier mee op de kritiek van burgerrechtenorganisaties. Dat is hypocriet, want het is de telecombedrijven vooral te doen om de kosten die ermee gemoeid zijn en om de klanten gerust te sussen.

KPN werkt al eeuwen samen met politie

Bovendien werkt KPN – en dienst voorganger PTT – al decennia samen met de inlichtingen- en politiediensten. Daar is het bedrijf altijd trots op geweest: de strijd tegen terrorisme dient immers een nobel doel.

Dankzij samenwerking tussen PTT/KPN en de Amsterdamse politie werd in 1975 een treinkaping door vier Syriërs voorkomen. Inlichtingendiensten hadden met behulp van SIGINT (signal intelligence) delen van telefoonnummers in het Midden-Oosten onderschept en deze metadata gedeeld met de BVD, nu AIVD. Deze metadata leidden tot de ontdekking van de Syriërs, die in een hotel in Amsterdam voorbereidingen troffen voor de treinkaping.

Samenwerking hard nodig

Met de hulp van de PTT/KPN konden AIVD en politie deze terroristische aanslag voorkomen. De samenwerking tussen telecombedrijven en inlichtingdiensten bewees dus toen al zijn nut. 
En die samenwerking zal juist nu hard nodig blijven.

5 september 2015

KPN betrokken bij AIVD-werkzaamheden

Een bewerking van deze blog is op 
3 september 2015 afgedrukt op 
de Opiniepagina van het NRC

Amsterdamse politie arresteerde na tip van BVD op 5 september 1975 vier Syriërs en verijdelde kaping van trein met uit Rusland afkomstige joodse emigranten.
De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en militaire collega-dienst (MIVD) krijgen meer bevoegdheden. Daarover is een hoop gedoe. Organisaties als Amnesty International en Bits of Freedom maken zich grote zorgen; Nederland moet niet een nog grotere politiestaat worden. De KPN denkt slim mee te kunnen zeilen met deze kritieken. Waar belangengroeperingen opkomen voor privacy en mensenrechten, mengt de KPN zich uit economische en financiële motieven brutaal in de discussie.

KPN betrokken bij AIVD-werkzaamheden 
Hypocriet bekritiseert de KPN de ‘nieuwe’ verplichting om medewerking te verlenen aan de nieuwe wet, omdat die in strijd zou zijn met het communicatiegeheim. Dat argument is er met de haren bijgesleept. De KPN -en diens voorloper PTT - zijn al decennia lang betrokken bij de werkzaamheden van de AIVD en de Binnenlandse veiligheidsdienst (BVD). Daar waren ze zelfs trots op!

In de strijd tegen het terrorisme was, is en blijft het verzamelen van metadata, de uitwisseling van gegevens met het buitenland en de samenwerking tussen veiligheidsdiensten en telecommunicatie bedrijven onvermijdelijk.
De KPN zeurt nu, maar is de eigen rol in de geschiedenis van de veiligheidsdiensten vergeten. In nauwe samenwerking met de BVD heeft de KPN/PTT onbaatzuchtig een treinkaping door Syrische terroristen in Amersfoort weten te voorkomen, mede dankzij stapels metadata die door buitenlandse inlichtingendiensten werden aangeleverd.

De AIVD en minister Plasterk zijn erg terughoudend in het verstrekken van mededelingen over successen in de strijd tegen het terrorisme. Gespit op het internet en in boeken werkt echter verhelderend.
Met de kennis van nu is het zelfs bewonderenswaardig dat de toenmalige BVD, maar ook het Nederlandse telecombedrijf PTT, veertig jaar geleden op een “op amateuristische lijkende manier van werken”, een terroristische aanslag kon voorkomen.

Syrische ‘al Saiqa’ -verzetsbeweging
De Amsterdamse politie arresteerde op 5 september 1975 vier Syriërs en verijdelde de kaping van een trein met uit Rusland afkomstige joodse emigranten. Bijna onmiddellijk daarna werd bekend dat na een tip van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) een terreuraanslag door vier bewapende vrijheidsstrijders van de Syrische ‘al Saiqa’ -verzetsbeweging was voorkomen. De Syriërs waren door een arrestatieteam van de Amsterdamse politie in Hotel Neutraal op het Damrak van hun bed gelicht. Bij de inval in hun kamer werden pistolen, pistoolmitrailleurs en een namaakbom, met draden en een batterij gevonden.

Metadata
Buitenlandse inlichtingendiensten hadden met behulp van SIGINT (signal intelligence) (delen van) telefoonnummers in het Midden-Oosten onderschept en deze metadata gedeeld met de BVD. Lange lijsten werden door de BVD dagelijks en handmatig vergeleken met gegevens van telefoongesprekken uit Nederland met het buitenland. Die gesprekken kwamen in 1975 nog niet geautomatiseerd tot stand, maar door tussenkomst van een telefoniste.


De Nederlandse veiligheidsdienst BVD kwam na afspraken met de PTT vier (onvoorzichtig) opererende Syriërs op het spoor, die vanuit het Hotel Neutraal meermaals telefoneerden met verdachte personen of instanties in het Midden-Oosten.
Het verzamelen – en niet het aftappen – van communicatie in samenwerking met telecombedrijven bewees onomstotelijk zijn nut. Het succes in de strijd tegen het terrorisme was compleet door voorafgaande verstrekking van metadata door buitenlandse inlichtingendiensten.
Hierdoor heeft de AIVD/BVD in samenwerking met KPN/PTT en dankzij vrachten metadata die door buitenlandse inlichtingendiensten werden aangeleverd een treinkaping weten te voorkomen.

Het verijdelen van deze terreuraanslag licht helaas slechts een tipje op van de sluier die over de geheime dienst ligt.

Aanpassing communicatiebeleid AIVD

Het is spijtig dat de AIVD niet meer van zijn successen in de openbaarheid brengt; het zou een hoop gedoe in de media kunnen voorkomen. Inzichtelijke berichtgeving over de wettelijke waarborgen bij het gebruik van de interceptiebevoegdheid en de verwerking van die gegevens, moet eveneens bijdragen aan het verminderen van de zorgen dat Nederland afglijdt naar een politiestaat.
Een aanpassing in het communicatiebeleid van de AIVD is net zo dringend noodzakelijk als de wijziging van de nieuwe inlichtingenwet zelf.


Binnenlandse Veiligheidsdienst BVD voorkomt terreuraanslag

Het is 5 september 1975 Nederland is 50 jaar geleden ontsnapt aan Syrische terroristische aanslag Palestijnse terroristen plegen regelmatig ...