4 november 2023

Vacatures Russische ambassades: "SPIONNEN GEVRAAGD"


 

De arrestatie van drie Bulgaarse 'sleeper agents'

 “Nu een substantieel deel van de Russische inlichtingenofficieren de afgelopen 2 jaar uit ambassades in Europese hoofdsteden is gezet, heeft het Kremlin zijn toevlucht genomen tot andere methoden om zijn spionagenetwerken in leven te houden.”[1]

De arrestatie van drie Bulgaren in Londen in februari 2023 wegens hun mogelijke aandeel in een Russisch spionagecomplot, legde bloot hoe ver het regime van Vladimir Poetin moet gaan om potentieel waardevolle informatie te verkrijgen, aldus de BBC.

De Bulgaren leefden een onopvallend bestaan, elk met zeer verschillende achtergronden. Zo was Orlin Roussev eigenaar van een bedrijf dat zich bezighield met berichtenverkeer zoals het onderscheppen van communicatie of elektronische signalen. Hij vertelde ook dat hij eerder als adviseur bij het Bulgaarse ministerie van Energie was betrokken. Katrin Ivanova runde een organisatie die diensten verleende aan Bulgaren die in het VK woonden. Dit hield onder meer in dat Bulgaarse landgenoten vertrouwd werden gemaakt met de "cultuur, waarden en normen van de Britse samenleving". De derde Bulgaar, Bizer Dzhambazov, zou volgens eigen zeggen chauffeur zijn voor ziekenhuizen.

Vier categorieën spionnen worden door Rusland ingezet

De Russische spionagenetwerken in heel Europa - en over de hele wereld – kunnen we in vier hoofdcategorieën onderverdelen:

*  Russische spionnen die op buitenlandse ambassades werken en zich voordoen als diplomaten;

* Ambtenaren of politici die Russische inlichtingendiensten hebben weten te bewegen uit sympathie voor Rusland, maar ook tegen betaling, (staatsgeheime) informatie verstrekken;

* Deep cover-agenten uit Rusland, 'illegals' genoemd, die in een buitenland een ogenschijnlijk normaal leven leiden, misschien een bedrijf runnen of hun gezin grootbrengen, en deze dekmantel soms tientallen jaren volhouden. Zij bedienen zich van een andere nationaliteit en zeggen meestal niet dat ze Rus zijn;

* Zogeheten ‘sleeper agents’, de categorie waartoe de Bulgaren die in Londen zijn ontmaskerd behoren.

'Sleepere agents' zijn in tegenstelling tot 'illegals' personen die naar een buitenland worden gestuurd, maar soms jarenlang niets doen. Zij zullen zonder op te vallen in de lokale maatschappij opgaan als normale burgers. Hun missie is te wachten en te observeren, contacten op te bouwen en mogelijk proberen toegang te krijgen tot mensen die – in de toekomst of wellicht nooit - het doelwit van Russische spionagediensten kunnen worden.

Welke Russische dienst is hiervoor ‘in charge’; verantwoordelijk? 

In het verleden was dit de GROe,  de buitenlandse militaire inlichtingendienst van Rusland, maar die taak lijkt nu enigszins verschoven richting de FSB,  de binnenlandse spionagedienst. Volgens Ryhor Nizhnikau, een Rusland-expert aan het Finse Instituut voor Internationale Zaken, FIIA, is de rol van de FSB recent uitgebreid met een externe afdeling die, bijvoorbeeld, verantwoordelijk is voor operaties in Oekraïne. De focus van de GROe zou nu meer zijn gericht op de activiteiten van Rusland in het Westen.


Vacatures op Russische ambassades: 

"Spionnen gevraagd"

Na de invasie van Oekraïne in februari 2022 werden honderden Russische spionnen tot persona non grata verklaard en uit hun ambassades in heel Europa gezet. Het waren gevoelige klappen voor het bestaande agentennetwerk die het spioneren door Russen in het buitenland enorm frustreerden. Doordat veel Russische diplomaten/spionnen, diverse landen zijn uitgezet moeten de Russische geheime diensten zich nu gaan verlaten op gewone Russen in het buitenland.

Rusland zou ook de ‘vacatures’, ontstaan op hun eigen ambassade in het Westen, kunnen opvullen met spionnen van andere ambassades, of misschien zelfs op mensen uit andere landen zoals Bulgarije. Waarschijnlijker is dat enkele ‘sleeper agents’ nu werk zijn gaan doen dat normaal gesproken door inlichtingenagenten op ambassade in het buitenland wordt gedaan. ‘Sleeper agents’ kunnen onopvallend of zelfs saai zijn; gewoon een vriend en je zou nooit vermoeden dat je ongemerkt deel uitmaakt van een buitenlandse inlichtingenoperatie.

Wat voor soort werk zou een agent voor Rusland kunnen doen?

Er zijn talloze recente voorbeelden van Russische agenten die in Europa op heterdaad werden betrapt. Zoals een 'illegal' die probeerde te infiltreren in  het Internationaal Strafhof in Den Haag. Of een bewaker van de Britse ambassade in Berlijn die werd gerekruteerd om voor Moskou te gaan spioneren. In Noorwegen deed een GROe-kolonel zich voor als een masterstudent uit Brazilië aan de  Universiteit van Tromsø, waar hij betrokken was bij een onderzoeksgroep die samenwerkte met Noorse overheidsinstanties aan hybride dreigingen die verband houden met het Noordpoolgebied, aldus de Noorse PST-veiligheidsdienst.

Een ander geval ging over een Russische agent die deed alsof zij uit Peru kwam en een juwelierszaak runde in Napels, vlak bij het Allied Joint Force Command van de NAVO.  Gedurende bijna tien jaar raakte ze bevriend met hoge NAVO-functionarissen en had ze zelfs een affaire met een van hen. Ze werd pas betrapt toen dat Belingcat-onderzoekers aan de hand van het serienummer ontdekten dat haar paspoort vals was.

Waarom Bulgaren goede Russische spionnen zijn

Voor kenners van de ‘intelligence community’ is het niet echt een verrassing dat Bulgaren betrokken zijn als ‘sleeper agents’ voor het Kremlin. Een Bulgaar zou meer receptief kunnen zijn om voor Rusland te spioneren dan bijvoorbeeld een Brit. Is een Bulgaar eenmaal als agent geworven, dan kan hij geld krijgen om als EU-ingezetene naar Groot-Brittannië te verhuizen, en daar een bedrijf te vestigen. Misschien wordt er in het begin alleen gevraagd daar te gaan wonen en in de maatschappij op te gaan, zonder subversieve activiteiten te hoeven uitvoeren.

Een andere verklaring waarom Bulgaren door Rusland zouden worden gerekruteerd is natuurlijk dat Bulgarije vroeger deel uitmaakte van het voormalige communistische blok; een van de belangrijkste visvijvers van de FSB en de GROe. In landen als Bulgarije - en andere Oostbloklanden - beschikken de Russen al vele jaren veel connecties. Veel inwoners van die landen spreken ook Russisch, een belangrijk bindmiddel. 

Kortom; het is voor een Russische spionagedienst relatief eenvoudig om in die oude Oostbloklanden 'nieuwe' EU-onderdanen met succes te rekruteren.

 


[1] Bronnen: David Mac Dougall en Scott Reid - 18/08/2023

5 april 2023

Toezichtscommissie I&V-diensten dreigde geheime operaties te openbaren

 

Voorzitter toezichthouder Moussault slaat ’zwijgplicht’ in de wind

Zij dreigde geheime operaties te openbaren

Uit het artikel in NRC van dinsdag 4 april 2023 over de invoering van de nieuwe Tijdelijke wet cyberoperaties“ blijkt dat de voorzitter van de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB), Mariette Moussault, graag had verteld welke verstrekkende operaties de AIVD en de MIVD uitvoeren. Zij vindt een goede discussie over de privacy van burgers belangrijker dan werken voor de staatsveiligheid.

Opmerkelijk voor een toezichthouder van ‘geheime’ diensten is dat Moussault  geen enkel begrip toont voor de ‘zwijgplicht’. Het is ronduit beschamend dat zij pas besluit haar mond te houden nadat haar duidelijk is gemaakt dat er sancties zullen worden toegepast op het openbaar maken van de AIVD- en de MIVD-operaties

Dat deze mogelijke openbaring van geheimen, een strafbaar feit, door uitspraken van ministers moesten worden verijdeld is volkomen in strijd met de bewering van het Tweede Kamerlid Renske Leijten (SP) dat deze “onafhankelijke toezichthouder heel goed weet wat wel en niet gezegd kan worden”.

Ondanks de wettelijk opgelegde discretie doet Moussault in deze krant uitlatingen die rechtstreeks uit de mond van een verongelijkt stampvoetend kind hadden kunnen komen. Zij kan nu makkelijk ongecontroleerd kletsen tegenover een ieder die haar verhaal naar believen gelooft en vervolgens dupliceert. NRC citeert haar bittere bewering dat de ‘Tijdelijke wet cyberoperaties’ verdergaande inbreuk op grondrechten van burgers mogelijk maakt.

Op  vragen over welke grondrechten inbeuk wordt gemaakt, antwoordt Moussault in vage bewoordingen: “We spreken meestal over het recht van privacy, maar eigenlijk staat er veel meer op het spel: het recht van meningsuiting, het recht van vrije vergadering. Het gaat om het medische geheim, om de journalistieke vrijheid.”

Het hele land wordt afgeluisterd

Om vervolgens luidkeels te roeptoeteren: “Er gebeuren héle grote dingen in Nederland, maar ik mag u niet zeggen hóe groot.” Dit is te gemakkelijk en ongenuanceerd stennis maken: “De AIVD en MIVD krijgen teveel macht, maar ik mag hier verder niets over zeggen omdat (het) staatsgeheime informatie zou zijn.”

Een ander (oud-)lid van de TIB, Bert Hubert, nota bene een ex-AIVD'er, gooit olie op het door hemzelf ontstoken vuur door zonder enige gene de Tweede Kamer een horrorscenario te schetsen: ‘Het plan is om het hele land af te luisteren’. Een onbetwistbare leugen! 

Moussault stelt dat het debat over de nieuwe “Tijdelijke wet cyberoperaties“ niet goed kan worden gevoerd en vindt een goede discussie over de privacy van burgers belangrijker dan het werk van de staatsveiligheid. Maar ook weer niet zo belangrijk om de consequenties van openbaarmaking van AIVD- en de MIVD-operaties te ondergaan: “(..) ik heb geen zin om vijftien jaar te gaan zitten.”

In de discussie ‘privacy versus veiligheid’ is Moussault vast niet vergeten dat de diensten AIVD en MIVD niet zelf mogen bepalen welke onderzoeken moeten worden uitgevoerd. De regering bepaalt hun onderzoeksgebieden samen met andere ministeries. Dit heet de 'Geïntegreerde Aanwijzing op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten'. Naar de precieze uitvoering van de werkzaamheden, de modus operandi, blijft het gissen; we moeten tegenstanders niet wijzer maken dan ze al zijn.

TIB schiet haar doel voorbij

Deze Toetsingscommissie zou een onafhankelijke commissie moeten zijn. Zij toetst vooraf of de inzet van specifieke bijzondere bevoegdheden door de AIVD en de MIVD ‘rechtmatig’ is. Praktisch gezien houdt dit onder andere in dat de TIB verzocht wordt toestemming te verlenen voor bijvoorbeeld ‘kabelinterceptie’, waarna de verkregen data, deels en mits opportuun, zouden kunnen worden gedeeld met ‘buitenlandse zusterdiensten’. Soms worden de verzoeken van de diensten door de TIB afgewezen met als reden; een disproportionele inbreuk op de privacy. Maar de TIB is toch geen privacy waakhond?

Wanneer gaat privacy boven cyberdreigingen?

Wordt het een keuze tussen twee goede of twee kwade zaken? Veiligheid of privacy? Uiteindelijk verlangen burgers vooral veiligheid. Door krachtige interventie moet het vertrouwen van de burgers in de overheid groeien. Het wantrouwen in die overheid zal alleen maar toenemen wanneer de privacy door kwaadwillenden, waaronder buitenlandse mogendheden, stelselmatig wordt geschonden. Om deze en andere redenen is het noodzakelijk dat de ‘Tijdelijke wet cyberoperaties’ wordt ingevoerd. Veiligheidsdiensten zijn door wettelijk opgelegde geheimhouding echter aan handen en voeten gebonden en kunnen geen adequate voorlichting geven over de meeste dreigingen die ons boven het hoofd kunnen hangen.

De voorzitter van de TIB, Mariëtte Moussault, weet dit. In deze functie zou zij daarom de veiligheid van Nederland boven haar eigen opvattingen inzake privacy moeten stellen. Zittende en toekomstige leden van de TIB moeten het credo omarmen; “de toezichthouder is meer dan een privacy waakhond”.

Conclusie

Veiligheid van Nederland gaat boven subjectieve opvattingen inzake privacy 

In de aanloop naar de invoering van de ‘Tijdelijke wet cyberoperaties’ had de voorzitter van de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB), Mariette Moussault, graag verteld over operaties die de AIVD en de MIVD uitvoeren. Zij vindt dat door deze nieuwe wet de veiligheidsdiensten teveel inbreuk kunnen maken op grondrechten van burgers. Omdat zij door twee ministers is verboden staatsgeheime informatie te verstrekken, maakt zij luidkeels stennis in de media. Zij speelt vals spel omdat zij weet dat de inlichtingendiensten geen adequaat tegenspel kunnen bieden, noch informatie kunnen geven over de werkelijke dreigingen die ons boven het hoofd hangen.

Elke toekomstige  voorzitter van de TIB, zou de veiligheid van Nederland boven de eigen, subjectieve opvattingen inzake privacy moeten stellen. Deze toezichthouder is meer dan een privacy waakhond.

 

https://www.nrc.nl/nieuws/2023/04/04/mogen-aivd-en-mivd-al-genoeg-of-moet-wet-ruimer-a4161325?s=09

14 april 2021

NCTV een wanordelijke grabbelton

NCTV een wanordelijke grabbelton  

Met pek en veren 

Alsof het een canonliedje was, zongen journalisten deze afgelopen dagen de oorspronkelijke teksten van een artikel van de NRC over “Onmin en uitglijders” bij de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) uit volle borst mee. Het liedje beschrijft hoe NCTV-medewerkers, chefs en in het bijzonder Paul Abels door collega’s, met pek en veren werden ingesmeerd en door journalisten aan de schandpaal werden genageld.

Bij de NCTV komen meningsverschillen tussen jongere en oudere medewerkers, allochtonen en autochtonen, gelovigen en ongelovigen, gestaald kader en nieuwkomers niet vaak naar buiten. Bij de Coördinator gaan de meningsverschillen over de aanpak van openbare orde, over terrorismebestrijding en over verbreding in de aandacht voor ‘de’ islam. Bij gebrekkige interactie tussen leiding en werkvloer, sudderen meningsverschillen door en loopt de druk op de ketel (te) hoog op. Dan zoekt de spanning een andere uitweg, in bovengenoemd geval, richting de media.

Grabbelton

De coördinerende taak van de NCTV mag bekend worden verondersteld, de resultaten laten zich regelmatig lezen in allerlei rapportages en in de media. Soms uitstekend onderbouwd, soms goed, soms onder de maat. Die onderbouwingen zijn gebaseerd op uiteenlopende gegevens uit een grote grabbelton, die dagelijks wordt gevuld door allerlei overheidsinstanties. Die wanordelijke brei gegevens moet worden geduid. Vaak moeten analisten van de NCTV terug naar de oorspronkelijke leveranciers om verduidelijking en preciezere betekenis van die gegevens te vragen.

Soms blijkt dat enkele leveranciers, zoals AIVD en MIVD volgens de wet geen nadere gegevens kunnen of mogen leveren. Naast de beperkende bronbescherming, mogen Inlichtingendiensten volgens Nederlandse en Europese wetgeving niet stelselmatig uit open bronnen - zoals internet - gegevens van personen verzamelen. Bovendien vindt de AIVD dat hij zeker geen onderzoeken rakend aan de openbare orde of het strafrecht mag uitvoeren. Op deze manier wordt de analist van de NCTV gedwongen zelf meer te onderzoeken, al ontbreekt de wettelijke basis.

Politieke druk


Waar wet- en regelgeving achterblijft, wordt de NCTV’er creatief om toch aan de hoge verwachtingen van politiek en bestuur te kunnen voldoen. De minister-president, het kabinet, de Tweede Kamer, hoge ambtenaren als SG’s en DG’s betuigen immers met regelmaat hun grote tevredenheid. Ambtelijke betrekkingen op hoog niveau mondden uit in vriendschappelijke relaties. Vervolgens zetten diepe wensen en hoge verwachtingen van politiek en bestuur weer enorme druk op de resultaten.

Waar inlichtingendiensten, mede gedwongen door toezichthouders zich aan de wet houden, daar neemt de politieke druk op de NCTV buitenproportioneel toe. Ook zonder wettelijke grondslag eist de Kamer toch snelle resultaten. Dat dwingt de analisten tot creativiteit; ‘Tom Poes verzin een list’.

Die listen vertaalden zich in ongeoorloofde stelselmatige zoektochten en digitale volgacties onder valse vlag naar potentieel gevaarlijke burgers. Wie zegt dat er niet ongeoorloofd wordt getapt of gehackt? Alles is nu mogelijk.

Het geval wil dat vanwege bezuinigingen in 2015 medewerkers van de AIVD overstapten naar de NCTV. En dat waren niet de domsten. Zij brachten ervaring in het inlichtingenwerk en slimme ideeën mee, daar was de NCTV blij mee. Een aantal jaren later kwam een nieuwe golf personeel de Terrorismebestrijder versterken. Jonge mensen die misschien beter de weg wisten op het wereldwijde web. Ook daar was de NCTV blij mee.

De kat, de bel

Het tij keerde. Scoringsdrift liep uit de hand, medewerkers gingen voor eigen eer en glorie, het ‘bedrijf’ kwam op de tweede plaats. De gevestigde orde moest soms onderzoeksresultaten en rapportages relativeren, laten herschrijven of vertragen. Het knetterde op de gang. Er moest snel wat gebeuren. Maar ambtelijke molens malen langzaam en ongeduldige jonge
medewerkers bonden met de hulp van de NRC de spreekwoordelijke kat een luidruchtige, vals klinkende bel aan.

Het resultaat van deze vlucht naar voren zal, behoudens obligate Kamervragen en -antwoorden, strengere wet- en regelgeving opleveren, een mogelijk onderzoek door de Rekenkamer en de waarschijnlijke installatie van een Toezichthouder.

De Tweede kamer

Dat werd hoogtijd, want hoe verdeeld de interne verhoudingen ook zijn en hoe groot de bestuurlijke en politieke druk ook was, de NCTV ging stelselmatig zijn boekje te buiten. De keerzijde van te nemen politieke maatregelen is dat het werk van de Coördinator onder nog grotere druk zal komen te staan. Daarmee wordt de kwaliteit van terrorismebestrijding niet gediend.

Dat de Tweede Kamer geen goed doordachte uitspraken doeT over kwesties waar beleid, wetgeving en uitvoering door elkaar kronkelen, heeft recente parlementaire geschiedenis ons wel geleerd.

 

19 januari 2021

Spionagewet moet digitale infrastructuur beschermen


Nederland maakt zich grote zorgen over dagelijkse digitale aanvallen op de infrastructuur

Hightech bedrijven moeten voorzichtiger worden om uit commerciële overwegingen informatie te delen die nationale economische belangen schade toebrengen

Kroonjuwelen van Nederland in gevaar

Nederlandse veiligheidsdiensten hebben grote zorgen over de voortdurende buitenlandse digitale aanvallen die een duurzame en veilige economische samenleving bedreigen. Deze aanvallen zijn niet alleen gericht op de vitale infrastructuur maar ook op bedrijven die belangrijke bijdragen leveren aan de Nederlandse economie.

Een nieuwe spionagewet moet Nederlandse bedrijven, zoals binnen de hightech-industrie dwingen om uit zowel commerciële overwegingen als uit nationaal economische belangen hun gegevens nog beter te beschermen.

De AIVD wil die dreigingen het hoofd kunnen bieden en gaat daarom nog beter samenwerken met de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en andere partners. Hiervoor is het platform Cyber Intel/Info Cel(CIIC) opgericht, waar inlichtingendiensten met Justitie en Politie sneller informatie kunnen uitwisselen. AIVD en MIVD moeten het voortouw nemen, immers zij kunnen als enige bijzondere inlichtingenmiddelen inzetten. Dat geeft die diensten een kennisvoorsprong.

Dat kost geld, serieus veel geld

De minister-president en de betrokken ministers van Binnenlandse zaken en Defensie hebben hun wensenlijsten ingediend over wat de AIVD en de MIVD moeten gaan doen. Die lijsten komen in de Geïntegreerde Aanwijzing Inlichtingen- en Veiligheid (GA I&V). Die ‘Aanwijzingen’ worden weer vertaald in jaarplannen en ter goedkeuring naar de Tweede Kamer gestuurd.

In het Jaarplan van 2021 voor de AIVD is een nieuw onderzoeksgebied opgenomen; structureel onderzoek naar economische veiligheid. Een taak die eenvoudig inpasbaar is in artikel 8 van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten en nauw aansluit bij onderzoek naar gevaren voor ‘andere gewichtige belangen voor de staat. Bestrijding van geavanceerde en langdurige digitale aanvallen door statelijke actoren krijgt hiermee prioriteit. Dat kan alleen door extra inzet van bijzondere inlichtingenmiddelen, met als resultaat dat de AIVD nog meer in staat is vijandelijke actoren te onderkennen die niet alleen de vitale infrastructuur, maar ook onze economische belangen moeten beschermen.

Dat kost geld, serieus veel geld. Het parlement moet evenwel beseffen dat structurele investeringen absoluut opwegen tegen de baten.

De overheid kan beveiliging niet aan de markt overlaten.

Ons land behoort tot de meest ontwikkelde en innovatieve landen ter wereld. Andere landen zijn geïnteresseerd in informatie over onze politieke, militaire en economische situatie en zijn uit op diefstal van wetenschappelijke en technologische kennis. Internationaal opererende Nederlandse bedrijven waarderen de zorgen van de inlichtingendiensten. Een gemeenschappelijke aanpak verdient de voorkeur, vindt ook de branchevereniging voor de hightechindustrie FME.

Enerzijds zijn bedrijven niet opgewassen tegen grote, vaak onzichtbare, digitale aanvallen door statelijke actoren als Rusland, China of Iran. Alleen de Nederlandse veiligheidsdiensten zijn in staat de strijd aan te gaan met andere landen.

Anderzijds mag de beveiliging van wetenschappelijke en technologische kennis niet op de overheid worden afgeschoven. Er zijn industriële sectoren die, ondanks waarschuwingen van de overheid, om commerciële redenen hun kennis met ‘vijandige staten’ blijven delen. Maar ook zij moeten beseffen dat zij vaker met veiligheidsdiensten moeten meewerken tegen spionagepraktijken van vijandige staten. Net als gebeurt bij de handel in strategische goederen.

Spionagewet

De dagelijkse digitale aanvallen door vijandige staten moeten door overheid en bedrijfsleven in gezamenlijkheid worden gepareerd. Een nieuwe spionagewet moet hightech bedrijven dwingen uit eigen commerciële overwegingen als ook vanwege nationaal economische belangen hun gegevens nog beter te beschermen. De vergunningsplicht voor Nederlandse bedrijven die in de cybertechnologie internationaal willen blijven samenwerken moet naast vermelding in het Wassenaar Arrangement nadrukkelijk ook in de nieuwe wet worden opgenomen.

De AIVD moet toch in ieder geval constateren dat de problematiek van systematische onzichtbare digitale aanvallen door andere landen inmiddels gerekend kan worden tot de 'gewichtige belangen van de Staat', bedoeld in artikel 8 van de Wet op Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv). 

De Directeur-Generaal van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst AIVD, Erik Akerboom, zocht – met een overtuigend beeldend voorbeeld - de publiciteit na de ontdekking in december 2020 van een 'ouderwetse' Russische spionage operatie gericht tegen Nederlandse hightech bedrijven. Hij wilde de Nederlandse overheid en industrie ervan doordringen dat we in alle opzichten een rijk land zijn van wie de kroonjuwelen dreigen te worden gestolen.

Vicepremier Kajsa Ollongren vindt dat het bedrijfsleven en kennisinstellingen ook hun verantwoordelijkheid moeten nemen in het voorkomen van spionage. Zij roept de hightechsector op hun gegevens beter te beschermen.

Het ministerie van Onderwijs en Wetenschap ziet dat Nederlandse kennisinstellingen steeds vaker doelwit zijn van spionage en wil in uitzonderlijke gevallen onderzoeksprojecten met andere landen (tijdelijk) kunnen verbieden.

De Cyber Security Raad informeert leden van de Vaste commissie Justitie en Veiligheid van de Tweede Kamer dat een komende digitale ontwrichting in onze samenleving de economische veiligheid een buitensporig grote klap zal toebrengen. Sterker nog, digitale dreigingen voor economie, maatschappij en democratie brengen de soevereiniteit van Nederland in gevaar

Conclusie

Een nieuwe spionagewet moet hightech bedrijven dwingend opleggen minder informatie te delen met buitenlandse actoren. De AIVD heeft een nieuwe spionagewet nodig waarin structureel onderzoek naar economische veiligheid is verankerd. Deze taak is bovendien inpasbaar in artikel 8 van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten en sluit perfect aan bij onderzoek naar ‘andere gewichtige belangen voor de staat’. 

Het parlement moet beseffen dat structurele - ook financiële - investeringen absoluut opwegen tegen aantasting van de vitale infrastructuur. 


3 oktober 2020

Relaties tussen AIVD en MIVD en private digitale beveiligers

Hoe ver reikt de bewuste strategie voor coöperatie?

Chief Information Security Officers

De overstap van digitale specialisten van AIVD en MIVD naar het nieuwe bedrijf Eye staat niet op zichzelf. Dat is al tientallen jaren het geval. 

Triangular is een recenter voorbeeld en ook Ronald Prins switchte voor de tweede keer van publieke naar private sfeer. Blijven er 'innige relaties' bestaan?

Niet achter de geraniums

De AIVD heeft al sedert de jaren '70/'80, toen nog BVD,  (ex-)werknemers met specifieke technische kennis zien vertrekken naar de private sector; security en andere beveiligingsbedrijven. Vaak waren dat medewerkers die na hun pensioengerechtigde leeftijd de diensten moesten verlaten maar zich te jong voelden om 'achter de geraniums te gaan zitten’. Vervolgens bleken zij in de private sector meestal loyale aanspreekpunten voor de dienst(en): meer betrouwbare ogen en oren in de samenleving is een prettige bijkomstigheid.

De vraag luidt of de AIVD/MIVD bij vertrek van medewerkers afspraken hebben gemaakt met Eye. Zoals bedrijven, opgericht door oud-medewerkers van inlichtingendiensten in de VS en Israël, nog steeds ‘innige relaties’ kunnen onderhouden met de inlichtingendiensten.

Maar waarom zou een inlichtingendienst die zeer goed in staat is om coverfirma's op te bouwen - die op geen enkele wijze een zichtbare link hebben naar de diensten - nu wel verantwoordelijk willen/moeten zijn voor eventueel door de dienst gestuurde activiteiten van personeel van bijvoorbeeld Eye-verzekeringen? 

Jacht- en Visclub

AIVD en MIVD onderhouden verschillende professionele relaties met bedrijven. Ten eerste zijn dat voor de hand liggende contacten met Nederlandse en internationale multinationals, maar ook kleinere bedrijven. Deze contacten bestaan deels om uitvoering te kunnen geven aan de in de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten opgenomen C-taak: het bevorderen van veiligheidsmaatregelen tegen concrete of voorstelbare dreigingen bij vitale instanties - van overheid tot bedrijfsleven - die van essentieel belang zijn voor het maatschappelijke leven.

Omdat de veiligheidsdiensten ook inlichtingendiensten zijn gebruiken zij deze contacten ook voor vertrouwelijke gegevensvergaring. Soms wordt structureel samengewerkt in officiële semi-intellectuele bijeenkomsten met lezingen en borrels. Voorbeelden daarvan waren de 'de Jachtclub' en 'de Visclub' door Constant Hijzen genoemd in zijn boek 'Vijandbeelden'.

In ‘de Jachtclub’ zaten beveiligingsambtenaren (BVA's) binnen de overheid, en in ‘de Visclub’ de beveiligingsinspecteurs (BVI's) van bedrijven die onderdeel waren van de vitale industrie. Deze BVA’s en BVI’s doorliepen de basiscursus van de veiligheidsdienst met het doel om het contact met de rest van het overheidsapparaat en het bedrijfsleven te onderhouden. Later speelden deze veiligheidsfunctionarissen een belangrijke rol in het spotten van betrouwbare gesprekspartners in binnen- en buitenland.

Ten tweede zijn er diverse bedrijven en andere organisatievormen -  de zogeheten undercover firma's - die de AIVD en MIVD zelf oprichten om in het geheim te kunnen werken. Waarover hier niets meer!

Triangular en Hunt&Hackett

Tot slot zijn er bedrijven zoals Eye, maar ook andere. Zo noemt Eye onder het kopje ‘vertrouwde partners’ de firma's 'Triangular Group' en 'Cyberveilig Nederland'. Triangular Group Intelligence, onderdeel van Triangular Group is in 2014 opgericht door ex-medewerkers van inlichtingendiensten en Special Forces, Ray Klaassens en Onno van Boven. Ze posten op hun LinkedIn pagina: ‘Wij zijn ontzettend blij met onze nieuwe partner EYE! EYE is een zeer gerenommeerde partij op het gebied van cybersecurity met wortels binnen onze Nederlandse inlichtingendiensten.’

Cyberveilig Nederland is de belangenvereniging van de cybersecurity sector waarin inmiddels een ruime en groeiende achterban van cybersecurity dienstverleners is vertegenwoordigd. 


Deze vereniging is de samensteller van het Cybersecurity Woordenboek. 
Dat Eye Control BV en de Triangular Group nauwe relaties hebben met Cyberveilig Nederland ligt voor de hand. Minder bekend is dat deze vereniging ook twee oud-AIVD'ers in de hoogste gelederen kent.

Ook Ronald Prins, oud-AIVD medewerker, oprichter van Fox-IT en recent lid van de  Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB), richtte deze maand een nieuw cybersecurity bedrijf (Hunt & Hackett) op. 

Prins: "Ik kan mijn kracht beter inzetten om Nederland via een bedrijf veiliger te maken dan dat ik dan via de overheidszijde kon.” 
Opnieuw zag Prins dat inlichtingendiensten door bestaande wet- en regelgeving gemuilkorfd worden en wil zelf de statelijke actoren Rusland, China en Iran gaan bestrijden. 

Samenwerkingsverbanden van diverse cybersecurity bedrijven hebben vanzelfsprekend blijvende aandacht van onze veiligheidsdiensten. Ongetwijfeld worden er met deze organisaties open en wellicht zelfs zakelijke relaties onderhouden, want dat levert beide partijen voordelen op.

Bedrijven als frontorganisatie?

Samenwerking is al intensief. In een vacature roept de MIVD (dus de militaire inlichtingendienst) op te solliciteren als cybersecurity-professional bij Defensie om relaties met het bedrijfsleven te onderhouden: ‘Defensie werkt samen met tal van Nederlandse en internationale bedrijven. Bij sommige opdrachten krijgen die bedrijven bijzondere informatie en/of staatgeheimen in handen. Als cybersecurity-professional zorg jij dat deze informatie altijd veilig is. Hoe? Door dagelijks in gesprek te gaan met bedrijven en die veiligheid te toetsen. Of dat nu bij de ZZP’ers op een zolderkamer is of met de leider van een multinational… Als een van de weinige medewerkers van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) laat jij je gezicht zien in de commerciële buitenwereld.’

Zoveel wordt duidelijk: wie een mooie entree wil maken in de wereld van digitale beveiliging kan zich als specialist ontwikkelen bij AIVD en MIVD, met een uitstekende opleiding in deze complexe wereld van de cybersecurity. Daarna kunnen ze als volleerde specialisten de lucratieve overstap maken naar het bedrijfsleven.

 Hoe ver reikt de bewuste strategie voor coöperatie?

Een belangrijke reden voor de overgang is ook: bedrijven zijn anders dan AIVD en MIVD niet gebonden aan de strenge voorwaarden van de inlichtingenwet (Wiv 2017). Maar ze vallen net als elk bedrijf of elke burger wel als ‘doelwit’ onder de informantenbevoegdheid (Art. 39 Wiv).  De diensten zijn bevoegd zich (..) te wenden tot (..) eenieder die geacht wordt de benodigde gegevens te kunnen verstrekken.

Maar daarmee hoeven ze niet verloren te zijn voor de nationale veiligheid. Boeiend is de vraag of er sprake is van verdergaande formele samenwerking tussen de diensten en bedrijven. Zo blijft er beslist een band tussen bovengenoemde beveiligingsinstanties en de oude werkgevers AIVD en MIVD. Eens een ‘spion’, altijd een ‘spion’. En de inlichtingenwereld is er niet naar om dat aan de grote klok te hangen.

Eens een ‘spion’, altijd een ‘spion’

Dat geldt zeker voor de volgende intrigerende vraag: zetten de AIVD en MIVD, net als collega’s in de Verenigde Staten en Israël, met de hulp van oud-medewerkers bij bedrijven in gezamenlijkheid een gestructureerd soort van frontorganisatie op teneinde effectiever te kunnen werken dan in louter het overheidsdomein onder een strenge wetgeving?

Bestaat er een interessant programma om specialisten bij de AIVD en MIVD op te leiden voor latere functies in de complexe wereld van de cybersecurity? Cybersecurity instanties die zich niet of nauwelijks aan de Nederlandse inlichtingenwet hoeven te houden en tegelijkertijd ten behoeve van de diensten vallen onder de 'informantenbevoegdheid', artikel 39 WIV.  Ja, want de diensten zijn bevoegd zich (..) te wenden tot (..) eenieder die geacht wordt de benodigde gegevens te kunnen verstrekken.

Er blijft beslist een band tussen bovengenoemde beveiligingsbedrijven in de 'nieuwe wereld' en de oude werkgevers AIVD en MIVD. 

Eens een ‘spion’, altijd een ‘spion’.

Echter de vraag of en hoe deze bedrijven in Nederland operationeel worden ingezet, zal niet worden beantwoord. Vanwege de ‘heilige compartimentering’ binnen de inlichtingendienst zullen slechts weinigen het echt weten. En wat dan nog?


Dit is een bewerking van het artikel in 'Netkwesties' van 2 oktober 2020 

https://www.netkwesties.nl/1460/boeiende-relaties-tussen-aivd-en-mivd.htm

9 juli 2020

Toetsingscommissie TIB en inlichtingendiensten niet in balans

Vertrouwen Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) en inlichtingen- en veiligheidsdiensten AIVD en MIVD geschaad

Na twee jaar nog steeds geen goede balans tussen operationele noodzaak van AIVD en MIVD en de rechtsbescherming van de burger. De TIB ontdekt te vaak onregelmatigheden

De TIB schrijft in haar jaarverslag dat de inlichtingen- en veiligheidsdiensten AIVD en MIVD bij verzoeken om inzet van bepaalde bijzondere bevoegdheden de toetsingscommissie niet altijd volledig en een aantal malen ook onjuist heeft geïnformeerd. Dat laat de noodzaak zien dat de commissie alert moet blijven en dat haar bestaan legitiem is.

De toetsingscommissie is zelfs geneigd zich als een extra controlerend juridisch onderdeel van de diensten te profileren. Uit het jaarverslag blijkt dat verzoeken op basis van enkel en alleen het schriftelijke verzoek als ‘rechtmatig’ of als ‘onrechtmatig’ worden beoordeeld. 

Met enige regelmaat is het echter nodig om verhelderende vragen aan de diensten te stellen en vindt een definitieve beoordeling plaats na beantwoording daarvan. Het komt meer dan eens voor dat verzoeken gebreken vertonen, terwijl het de taak is van de afdelingen 'juridische zaken' van de diensten die gebreken te voorkomen, voordat die verzoeken naar de TIB worden gestuurd. 

Bovendien moet de TIB vaststellen of aan alle wettelijke vereisten wordt voldaan en beoordeelt daarnà verzoeken die met kleine verbeteringen opnieuw worden ingediend. Een taak die eigenlijk door de diensten zelf moet worden uitgevoerd.


Obstructie DG AIVD Rob Bertholee

Het is niet waarschijnlijk dat de AIVD en MIVD structureel onjuiste informatie verstrekten. De TIB noemt echter wel een dissonant uit de jaren 2018 en 2019. In één individuele casus is komen vast te staan dat het toenmalige hoofd AIVD, Rob Bertholee, het niet nodig vond bepaalde informatie aan de TIB te verstrekken, terwijl hij wel degelijk wist dat die informatie relevant was voor de beoordeling. Dat is schadelijk voor de vertrouwensrelatie tussen de TIB en de AIVD. Vooraf toetsen is in veel gevallen dus noodzakelijk gebleken.

Verstoring operationele onderzoeken

Zoals altijd zijn er meer kanten aan een verhaal. Het te nauwgezet toepassen van wetten, artikelen en regeltjes kunnen het inlichtingenproces ongewenst vertragen of zelfs stoppen. Het afwijzen door de TIB van verzoeken tot uitbreiding van onderzoekscapaciteit verstoort de noodzakelijke continuïteit in lopende inlichtingenoperaties. Het niet mogen doorpakken naar vervolgonderzoeken is schadelijk in een proces van ‘logische intelligence’.

Voor mensen die weinig of niets weten van ‘inlichtingenwerk in uitvoering’ en zelfs inlichtingenwerk en opsporingsactiviteiten door elkaar halen geef ik een simpele vergelijking. ‘Spionnenwerk’ lijkt op het(on)gericht zoeken naar artikelen in bijvoorbeeld bouwmarkten of het browsen op websites van mode- of meubelzaken. Na het vinden van gewenste artikelen wordt vaak gezocht naar bijpassende accessoires als hoed, das, gordijnen of vloerkleed. Websites vermelden ook zelf: “Klanten die dit item hebben gekocht, kochten ook...’.  Eerst nieuw boodschappenbriefje maken zoals de TIB dat wil, is dan raar.

AIVD en MIVD nog veel in het nadeel

In het inlichtingenproces herkennen we deze methodiek. De AIVD zoekt maar vindt toevallig ook nog iets anders. Dat heet bijvangst en leidt vaak tot nieuw onderzoek. Dit inlichtingenproces moet met zo weinig formele tussenstops of herstarts plaatsvinden, omdat de continuïteit en de dynamiek de resultaten ten goede zullen komen.

Dat moet de TIB dan niet als ‘onrechtmatig’ afkeuren. Het is namelijk prima te verdedigen dat verkenningen van zijwegen in reeds lopende operationele onderzoeken, vanwege de geboden accuratesse en snelheid niet langer (nogmaals) vooraf worden getoetst.

Doodzonde

Samenvattend. Het onzorgvuldig informeren van de TIB door de AIVD moet worden voorkomen. Een bewust foutief of weigeren te informeren van de TIB is een doodzonde, die sancties tot gevolg moet hebben. De TIB heeft aangetoond dat zij nog bestaansrecht heeft. De commissie is zelfs geneigd zich als een extra controlerend juridisch onderdeel van de diensten te profileren.

De huidige bezetting van drie leden van de TIB gaat zich absoluut wreken; er moeten meer leden bijkomen. 
Twee leden hebben brede ervaring binnen de rechterlijke macht, het derde lid bezit technische deskundigheid. 
Het uitgangspunt van de werkwijze van de TIB is dat alle leden alle verzoeken lezen en vervolgens gezamenlijk beoordelen. 
De TIB betrekt daarbij ook uitspraken van het Europees Hof van de Rechten voor de Mens. Dat kost veel tijd en is soms lastig wanneer sprake is van verlof of ziekte van een van de leden.

Dit pleit voor uitbreiding van de TIB. Het is immers van groot belang om bij de beoordeling een goede balans te vinden tussen operationele noodzaak en rechtsbescherming van de burger.

Omdat is gebleken dat de AIVD de TIB niet altijd volledig en een aantal maal ook onjuist had geïnformeerd, was de TIB bovendien gedwongen de dienst extra vragen te stellen.  De TIB voert ook gesprekken met andere partijen dan de diensten, zoals experts uit de wetenschap, maatschappelijk betrokken organisaties, dienstverleners en andere (internationale) instanties die de rechtmatigheid van overheidshandelingen toetsen.  
 
De TIB heeft haar werkproces moeten aanpassen om de continuïteit van de onafhankelijke toetsing van de inzet van bijzondere bevoegdheden te garanderen. Ook moesten werkzaamheden worden uitgesteld. De bottleneck is dat de wet (Wiv 2017) geen ruimte biedt voor de aanstelling van plaatsvervangend leden. Dit alles bij elkaar is een mer à boire. 

Uitbreiding van de TIB moet dan ook dringend overwogen worden. Die nieuwe leden moeten beslist meer verstand hebben van - en liever nog, ervaring in – het inlichtingenwerk dan de huidige. Het is soms nodig om goed te kunnen beoordelen of continuïteit van de operationaliteit  in voorkomende gevallen belangrijk is dan (tijdelijk) uitstel door de TIB zelf. 

Of dat zelfs toetsing van de inlichtingenoperatie achteraf door de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) de voorkeur verdient.
De TIB schrijft in het jaarverslag dat er met regelmaat overleg plaatsvindt tussen de Toetsingscommissie en de Commissie van Toezicht (CTIVD). Deze bijeenkomsten hebben het oogmerk ervoor te zorgen dat er sprake blijft van een gezamenlijke wetsinterpretatie ter bevordering van een uniforme en consistente rechtstoepassing. 

In het jaarverslag van de CTIVD in hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het rechtseenheid overleg met de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB). 
De CTIVD constateert hoge risico’s op onrechtmatig handelen bij de toepassing van geautomatiseerde data-analyse door de AIVD en de MIVD. Dit is een wettelijke algemene bevoegdheid van de diensten waarvoor geen toestemming van de minister of toetsing door de TIB is vereist. Hier ligt dus een primaire rol voor de CTIVD.

Tenslotte moet in de evaluatie van de wet (WIV 2017) later dit jaar bijzondere aandacht worden besteed aan de verhouding prestatiedruk van het inlichtingenwerk versus de mate van toetsing en toezicht. Belangrijk is dat zichtbaar wordt of processen en methoden niet te vaak tussentijds onnodig worden vertraagd, verstoord of zelfs gestopt.

Het blijft voor alle partijen een uitdaging de goede balans te vinden tussen de continuïteit van operationele methodieken van het inlichtingenwerk en het voldoen aan vertragende verplichtingen in de wet. 

De bureaucratie van de TIB - hoe wettig ook- zorgt dat balans nu te veel in het nadeel van de AIVD en MIVD uitslaat.

 

Binnenlandse Veiligheidsdienst BVD voorkomt terreuraanslag

Het is 5 september 1975 Nederland is 50 jaar geleden ontsnapt aan Syrische terroristische aanslag Palestijnse terroristen plegen regelmatig ...