16 juli 2018

INLICHTINGENSOAP over IS-reizigers



Wie controleert wie bij AIVD, NCTV, CTIVD en Justitie?

INLICHTINGENSOAP over IS-reizigers

Waren degenen die naar IS-gebied afreisden wellicht onwetend over de oorlog die IS voerde? Ja hoor, vond de inlichtingendienst AIVD aanvankelijk. Onmogelijk, vindt onze dienst terrorismebestrijding. 

De Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) vindt dat de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding een rapport van de AIVD over Nederlandse Jihadstrijders veranderde . Dat levert problemen op in de rechtszaal met beoordeling van teruggekeerde personen die voor IS actief waren. 

De toezichthouder op de geheime diensten (CTIVD) waarschuwde woensdag 11 juli 2018 in de rechtszaal voor het gebruik van een AIVD-rapport over jihadisten. Het is volgens de toezichthouder op een aantal punten ‘onzorgvuldig’.

Het gaat over vermeende fouten in de openbare AIVD-publicatie Leven Bij ISIS, De Mythe Ontrafeld. Het rapport van begin 2016 geeft informatie over personen die sinds 2014 vanuit Nederland naar IS-gebied zijn gereisd.

Politieke sturing

De CTIVD zegt in een ‘Nieuwsbericht’ van 11 juli 2018 met de titel ‘Brieven over tekortkomingen openbare AIVD-publicatie’ (gericht aan de Raad voor de rechtspraak, de Nederlandse Orde van Advocaten en de Vereniging Asieladvocaten en -Juristen Nederland) dat het rapport is aangescherpt op verzoek van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTV). De zinsnede dat uitreizigers ‘zich niet kunnen beroepen op onwetendheid over de situatie ter plaatse’ heeft de AIVD niet vrijwillig opgenomen.

Volgens de toezichthouder op de AIVD werd pas na aandringen van de NCTV de conclusie opgenomen dat mensen die naar IS afreizen ‘willens en wetens’ de keuze maken om zich bij een terroristische groepering aan te sluiten.

Nieuwe baas AIVD

Volgens de website van de AIVD is het rapport wel geheel accuraat. De AIVD gaat niet in op de 'beschuldiging' dat de Nationaal Coördinator – nu nog geleid door Dick Schoof en binnenkort de nieuwe baas van de AIVD – heeft zitten wriemelen in dit AIVD-rapport.

Kennelijk wordt wel vaker voorkomende politieke sturing door Justitie - nu dan op een AIVD-rapport –binnen de intelligence community in Nederland niet met ergernis ontvangen.

CTIVD weinig benul van inlichtingen

Wel lijkt er verontwaardiging over de publicatie van de CTIVD. 

Daarop duidt de zinsnede op de AIVD-website ‘De CTIVD is kritisch op de woorden cruciaal en kerntaak, maar onderschrijft na kennisgenomen te hebben van de brondocumenten dat deze activiteiten vaak plaatsvonden’. 

Prof. Paul Abels, bijzonder hoogleraar Inlichtingenstudies van de Universiteit Leiden, die zelf werkte bij AIVD en NCTV, waarschuwde bij zijn aantreden dat de samenstelling van de CTIVD veel te eenzijdig was met alleen strafrechtjuristen en geen deskundigen met een inlichtingenachtergrond. Hij stelde dat een inlichtingenanalyse iets geheel anders is dan het leveren van strafrechtelijk bewijs. 

Volgens een bron in de inlichtingenwereld die anoniem wenst te blijven snapt de toezichthouder niet dat de NCTV een eigen analyse-afdeling heeft ,die als sparringpartner fungeert en voortdurend discussieert met analisten van de verschillende diensten. Het is, nog steeds volgens deze bron, dan ook onzin te veronderstellen dat de NCTV de AIVD zou hebben gedicteerd wat de geheime dienst moest opschrijven. Wel hebben de analisten van de NCTV commentaar mogen leveren op het concept van het rapport. Er is geen sprake van onenigheid tussen de AIVD en de NCTV. In inlichtingenkringen klinkt er wel verwijt door aan het adres van de CTIVD die in deze kwestie ‘politiek bedrijft door weken na de publicatie van het rapport de uitkomsten nog eens in een brief aan advocaten en OM te sturen.

Geloofwaardigheid in het geding?

Toch moeten AIVD-analisten zich volgens mij op zijn minst ongemakkelijk voelen. Zijn de onafhankelijkheid van de ‘geheime dienst’ en de geloofwaardigheid van zijn rapporten door de invloed van de NCTV van het ministerie van Justitie en Veiligheid in het geding? Ook in het buitenland?


Het beïnvloeden van rapporten en onderzoeken is justitieambtenaren niet vreemd. Het debacle van het WODC-onderzoek naar bijvoorbeeld de wietpas ligt nog vers in het geheugen, maar dat vond tenminste nog plaats binnen het ministerie van J&V zelf. Nu strekt dat ministerie zijn tentakels uit naar het ministerie van Binnenlandse Zaken waaronder de AIVD valt. Je kunt je ook nog afvragen wat in deze de rol is geweest - of juist niet is geweest - van de ‘toezichthouder’ op de NCTV: de inspectiedienst J&V. zie ook dit rapport over Jihadbestrijding.


Wees onafhankelijk en heb lef

En dat precies na een interview met Rob Bertholee in het boek 'Haagsche Bazen' van Berenschot over leiderschap. Hierin zegt de vertrekkende AIVD-baas, als uitsmijter: ‘Laat je niet intimideren door de positie van je ambtelijke of politieke baas. En dan bedoel ik niet intimidatie van persoon tot persoon, maar door de functie. Dat zie ik té vaak gebeuren.

En dan denk ik: jij bent hier als DG verantwoordelijk voor. Dit is jouw vakgebied. Zeg dan wat je ervan vindt. Wees onafhankelijk en heb lef.’


Het is maar goed dat veel Kamerleden met reces zijn….



9 april 2018

Wegingsnotitie inlichtingendiensten in categorie ‘kantklossen’



Minister-president Rutte, 

‘champions league kantklosser'

Na het referendum over de in de volksmond en door sommige media genoemde ‘sleepwet’ (de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten / Wiv2017) bevinden de voor- en tegenstanders zich nog steeds in de loopgraven van voor die tijd.


Minister-president Rutte bleek opnieuw meester om bestaande beleidsregels te voorzien van een zogenaamd nieuw patroon en in staat zichzelf te verheffen tot de permanent gepraktiseerde kantkloskunst.


In ‘zijn’ kabinetsbrief van 6 april 2018 (2018-0000207965) schrijf hij dat - vanwege zorgen bij de bevolking over de uitvoering van de wet – het kabinet “de nadrukkelijke wens (heeft) om de waarborgen uit de wet op onderdelen te verduidelijken” en de uitvoering in de praktijk “zo nodig in te perken door middel van beleidsregels”, maar dan wel zo dat de AIVD en de MIVD er geen nadeel van zullen ondervinden. 

Gallemiezen


Dat lijkt op ‘champions league kantklossen met oude patronen’ en daarom begrijp ik de onvrede bij tegenstanders van de wet over deze 'wijzigingen van cosmetische aard'. Maar net zoals bij gewone onderhandelingen; het komt bijna nooit voor dat je op alle punten wint.

Vanwege technologische ontwikkelingen en de internationalisering van de terrorismedreiging moeten de diensten meegaan met de tijd. Daar zijn voor- en tegenstanders het wel over eens. En ook over het verscherpte toezicht op de uitvoering van deze wet wordt grotendeels positief geoordeeld.

Tijdens debatten en hoorzittingen in allerlei zaaltjes in Nederland voorafgaand aan het referendum werden niet altijd goede argumenten tegen de wet gehoord. De tegenstanders waren vooral overtuigd van hun eigen onmacht, zich vertalend in totaal wantrouwen in de hele overheid. Wantrouwen en angst die hand in hand te hoop liepen tegen onverschillig optredende politici, die daardoor de acceptatie voor deze wet en begrip voor de werkwijzen van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten verder naar de gallemiezen hielpen.

Hoe beoordeel je ‘specifieke waarden’ van een democratie, wie heeft daar objectieve maatstaven voor en hoe lang is die specificatie houdbaar?

Een belangrijk, zo niet  HET  belangrijkste, kritiekpunt op deze inlichtingenwet is het delen van ongeëvalueerde bulkdata met andere ‘niet democratische’ landen, gekoppeld aan de angst van Nederlandse burgers dat persoonsgegevens in handen zouden komen van buitenlandse dictators.

Het kabinet gaat ervan uit dat de AIVD en de MIVD er zelf in slagen een afweging te maken met welke buitenlandse diensten zij wel of niet kunnen samenwerken en of met die diensten informatie wordt uitgewisseld. Met andere woorden, de Nederlandse regering laat gemakshalve de beoordeling van ‘veilige samenwerking met buitenlandse inlichtingendiensten’ over aan de inlichtingen- en veiligheidsdiensten zelf.  

Al met al, een regering, een kabinet en een parlement die uitvoering van werkzaamheden zoals gewoonlijk overlaat aan inlichtingendiensten zelf. Een volstrekt begrijpelijke keuze die opnieuw duidelijk maakt dat politici geen snars verstand hebben van inlichtingenwerk.

Het is volstrekt onzinnig te denken dat de Nederlandse diensten objectief kunnen beoordelen of en in welke mate een land,
- de mensenrechten naleeft,
- of de dienst democratisch is ingebed,
- of de dienst betrouwbaar en professioneel is,
- op welke wijze de dienst haar gegevens beschermt
- welke wettelijke bevoegdheden en mogelijkheden een dienst heeft en
- hoe het toezicht daarop georganiseerd is.

Vervolgens zegt het kabinet dat wanneer “een land minder [minder dan?] voldoet aan deze criteria, zullen de AIVD en MIVD terughoudender [terughoudender dan?] zijn met het uitwisselen van ‘gevoelige’ [wat is gevoelig?] informatie om te voorkomen [hoe doe je dat?] dat daar op ongewenste [hoe stel je dat vast?] manier gebruik van wordt gemaakt.


Wegingsnotities over samenwerking met democratische inlichtingendiensten hoort thuis in de categorie ‘kantklossen’


Hoe definieer je ‘specifieke waarden’ van een democratie, wie stelt daar objectieve maatstaven voor vast en hoe lang is die specificatie houdbaar?
Is de mening van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse zaken maatgevend? Of van de Verenigde Naties, WRR, Clingendael, universiteiten, de onafhankelijke toetsingscommissie TIB, of de toezichthouder op de inlichtingendiensten CTIVD? Het overlaten van die beoordeling aan Wikipedia lijkt onzinnig!

En dan de meest bespottelijke opmerking van het kabinet over het delen van ongeëvalueerde bulkdata met andere ‘niet democratische’ landen: “De verantwoordelijk ministers zullen streng toezien op de tijdige afronding van de wegingsnotities en op het delen van ongeëvalueerde gegevens”.
In de wetenschap dat de ministers van Binnenlandse zaken en van Defensie daartoe nooit in staat kunnen en zullen zijn, wordt “de CTIVD (..) gevraagd hierover aan de Tweede Kamer te rapporteren” en mee te nemen naar de wetsevaluatie over twee jaar.  

CTIVD in rol van aanjager?


De ervaring leert dat dit een hele kluif wordt voor de CTIVD. Niet vanwege onkunde of gebrek aan inzicht en toegang binnen de diensten, maar vooral omdat het de AIVD (en MIVD) al decennia lang zelf niet is gelukt om intern - permanent of ad hoc - die afwegingen over samenwerking met welke diensten dan ook structureel vorm te geven.

Moet de CTIVD hier soms de rol van aanjager binnen de diensten op zich nemen en ervoor zorgen dat wegingsnotities als waarborg in de samenwerking met alle buitenlandse diensten nog dit jaar worden opgesteld?

Gezien de onstandvastige politici en de onvoorspelbare geopolitieke ontwikkelingen in de Midden- en Oost-Europese landen wordt het opstellen van wegingsnotities over deze landen, vooral binnen de Europese Counter Terrorism Group (CTG), een hobby die past in de categorie ‘kantklossen’.

Al met al, een regering, een kabinet en ongetwijfeld een parlement dat de uitvoering van werkzaamheden zoals gebruikelijk overlaat aan de inlichtingendiensten zelf. Een volstrekt begrijpelijke keuze omdat dit opnieuw duidelijk maakt dat politici geen snars verstand hebben van inlichtingenwerk.

22 maart 2018

Stem tegen de WIV is een stem tegen de overheid


Stem tegen de WIV is een stem tegen de overheid


De nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv 2017) wordt op 1 mei 2018 van kracht en is zelfs al gedeeltelijk in werking. Nogal wat onbegrip bij en ongelukkige framing door tegenstanders zorgde voor veel kritieken op deze wet. Het volk heeft gesproken en stemt tegen!

De overheid ‘an sich’ (en in mindere mate de inlichtingendiensten zelf) heeft gefaald de vragen uit de ongeruste samenleving uitgebreid te beantwoorden, leidend tot desastreuze gevolgen voor het vertrouwen in 'de' politiek. 

Nalatigheid, onkunde of onwil van de Nederlandse overheid?


Op twitter lees je onder meer de volgende teleurgestelde reacties:

“Ik heb (helaas) niets gemerkt van een overheidscampagne. Bij vorige referenda evenmin. Negeren van de burgers heeft een terecht boemerangeffect.”

“…zelfs de huis-aan-huisfolder van de referendumcommissie schijnt lang niet overal bezorgd te zijn.... #fail

“Goh (…) ik informeer mij zelden meer via de brievenbus, en des te meer op twitter en LinkedIn. Overheid mag naast de WIV voor controle wel eens wat andere communicatietactieken en -middelen overwegen. Je eigen doelgroep bereiken en zo...”


Jeugd kijkt geen televisieprogramma’s meer

Ook ik had gehoopt dat de overheid en in haar opdracht de AIVD – en vergeet ook de eeuwig zwijgzame MIVD niet – al verder zou zijn dan een jaarlijkse Kerstpuzzel voor ‘digital nerds’ en verder dan optredens van Rob Bertholee, in ‘College Tour’ van Twan Huys en in andere, niet de jeugd aansprekende noch door hen bekeken, televisieprogramma’s.


Communicatieprobleem

Niet alleen de AIVD en MIVD, maar de hele Nederlandse overheid heeft een public relations (pr) probleem, voortkomend uit hooghartige minachting van de burger en de kiezer, een tendens die zich al enige jaren geleden heeft ingezet. Je zou moeten onderzoeken of de stem tegen de Wiv 2017 vooral een stem was tegen de overheid, de politieke partijen en onhandig pratende parlementariërs.

Tijdens debatten en hoorzittingen in allerlei zaaltjes in Nederland werden de afgelopen vier weken voorstanders van de Wiv niet altijd onthaald op goede argumenten tegen de wet, maar raakten vooral overtuigd van de totale ontreddering van de Nederlandse burger die het vertrouwen in de hele overheid al had verloren. Die zelf ook in deze zaaltjes ontbrak!


Culturele crisis

Het vertrouwen in de overheid, maar ook in de media, neemt schrikbarend af. Een doemscenario analoog aan een Amerikaanse culturele crisis van nog geen tien jaren geleden dringt zich aan mij op.
Nederlanders reageerden vol onbegrip toen bekend werd dat zeker een derde van het aantal conservatieve Amerikaanse stemmers geloofde dat president Barack Obama een moslim was. Zeker 32% van de conservatieven beweerde dat Obama niet in Amerika was geboren en 19% wist het niet zeker. Dat betekent dat de helft van alle Amerikanen dacht dat hij geen Amerikaan was. Sommigen gingen zover dat zij - volledig ten onrechte -  rondbazuinden dat Obama relaties had met islamitische extremisten en dus een verrader was. Had dit nu alleen te maken met onwetendheid of gebrek aan goede informatie? 

Alle vooraanstaande kwaliteitskranten en tv-stations – zelfs Fox News – vertelden de waarheid, die niet werd geloofd. Niet alleen de overheid werd niet vertrouwd, de media ondergingen het zelfde lot. Wel ‘vrat’ men het nieuws over samenzweringstheorieën op het internet en in de sociale media. Tegelijkertijd was fakenews geboren.

Je kunt meningen van conservatieve Amerikanen over president Obama natuurlijk niet een op een vergelijken met meningen van Nederlanders over de nieuwe inlichtingenwet. Maar dat deze wet door het overgrote deel van de NL-bevolking geheel ten onrechte ‘sleepwet’ wordt genoemd, duidt op onwetendheid, gebrek aan voldoende wetskennis en daarop volgend gebrek aan vertrouwen in kwaliteitskranten en ‘staatsomroepen’. Maar erger, het gebrek aan vertrouwen in de Nederlandse overheid. 

Falende overheid

Je kunt als overheid heel gemakkelijk achterover gaan zitten in de wetenschap dat de nieuwe inlichtingenwet er toch wel komt, dat een referendum ongeacht de uitslag jou toch niet zal raken, maar je had ook kunnen proberen lering te trekken uit het schadelijke verloop van het vorige (Oekraïne) referendum en een actievere pr-campagne kunnen voeren. Dit was het momentum om je als overheid en als diensten te profileren. Die kansen krijg je zelden en voorlopig niet meer. De inlichtingendiensten staan voor jaren op flinke achterstand, het vertrouwen is finaal verdwenen, de overheid ligt in coma.

Simpele PR-lessen als overdracht van kennis, veranderen van houding en beïnvloeden van gedragingen, hadden urgent moeten worden uitgevoerd.
Hoe moeilijk is het uit te leggen dat je als klein land in Europa, in de wereld moet samenwerken met grote intelligence-diensten, wil je een rol blijven spelen in de strijd tegen jihadistisch terrorisme en tegen aanvallen op infrastructurele voorzieningen door buitenlandse cyberspionagediensten. Maak inzichtelijk dat je daar meer en andere middelen, meer wettelijke bevoegdheden voor nodig hebt en bereid je voor op lastige tegenvragen. Durf het land in te gaan, schrijf zelf een stuk in ‘de Telegraaf’.

"AIVD-publicatie wel erg suf"

Maar voor een geheime dienst is een optreden in de openbaarheid niet vanzelfsprekend, zelfs angstig. Voor wie wil weten hoe moeilijk dat kennelijk toch is voor I&V-diensten, raad ik aan het artikel te lezen in Vrij Nederland van auteur Samuel Peperkamp. Hij vergelijkt op schampere toon de propagandamachine van IS met PR-uitingen van de AIVD die de jihadistische boodschap zou moeten ondermijnen en die radicalisering van personen zou moeten voorkomen.

Zelfs het Europees Parlement noemt een AIVD-publicatie uit 2016 getiteld: “Leven bij ISIS, de mythe ontrafeld”, “wel erg suf, zeker vergeleken met de gebaarde en gewapende posterboys van IS”.

De Engelse term voor inlichtingen is ‘intelligence’.
Inlichtingendiensten moeten slimmer of sneller of doortrapter zijn dan hun tegenstanders. Ze moeten in de toekomst kunnen kijken, kunnen voorspellen wat de volgende stappen van de tegenstanders kunnen zijn. Continue in de weer bedreigingen te onderkennen, te voorspellen om tijdig tegenmaatregelen te nemen. 

Daarin werd in de strijd om het vertrouwen van de burger te winnen nadrukkelijk gefaald.


20 februari 2018

AIVD deelt niet "zomaar" gegevens


In een reactie op BoF:
https://www.bof.nl/2018/02/16/oud-medewerker-aivd-gaat-de-mist-in-met-de-feiten/#comments

Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 


Terzijde. Het klopt, er bestaat de “Wet van 3 december 1987, houdende regels betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten” Het is echter moeilijk die wet te vergelijken met de Wiv 2002 en 2017. Vooral de toestemmingen vooraf en het toezicht achteraf was niet of anders geregeld.

Wet 1987: ” de bevoegdheid om telefoons te tappen was destijds niet wettelijk geregeld”. Dat gold voor geen enkele bevoegdheid. Het afluisteren van een telefoon was een strafuitsluitingsgrond in het Wetboek van Strafrecht, waarin het afluisteren van een telefoon als een misdrijf werd gekwalificeerd. De uitsluitingsgrond gold specifiek voor de BVD en er waren voorwaarden aan verbonden, zoals handtekeningen van maar liefst 4 ministers. Binnenlandse Zaken, Justitie en Verkeer en Waterstaat (ivm PTT) en AZ. 

Hacken
Ja! In de nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (WIV2017) is hacken ook toegestaan. Dat is een vorm van gerichte interceptie. 
Dat is het verschil met OOG-interceptie, de Onderzoeks Opdracht Gerichte interceptie.  
Zowel hacken als OOG verloopt via de kabel, maar de term ongericht geeft veel onduidelijkheid. Dat is verbasterd tot het sleepnet. Een verkeerde term, want de AIVD kan niet zomaar met een ‘sleepnet’ het internet afstruinen.

De ongerichte interceptie komt bijvoorbeeld aan de orde als de AIVD bepaalde ‘kenmerken’ weet die verbonden zijn aan Ddos aanvallen op banken. Dan kun je dus op bepaalde kabels gaan zoeken naar het opduiken van die - zoals techneuten dat noemen – ‘signatures’. Dat lukt je niet met hacken.

Wel kun je bij bedreigde instellingen of potentiële targets technische apparatuur aanbrengen die dergelijke aanvallen herkennen. Dat is ook niet ongericht en valt in Nederland onder de C taak, de beveiligingstaak van de AIVD.

Buitenlandse regimes op Nederlandse kabels?
Er moet onderscheid worden gemaakt tussen gerichte en ongerichte interceptie. Dat laatste is keihard nodig. Denk aan de belangstelling van vele (buitenlandse) organisaties, landen en regeringen die er moet zijn geweest voor in de EU verblijvende Syriëgangers die natuurlijk communiceerden met familie, vrienden en medestanders in hun 'oorlogsland van herkomst'.

Dan is het interessant om te achterhalen langs welke fibers dergelijke communicatie loopt.
Als je dat lukt? Dan pas kan de volgende stap (met weer speciale toestemming) worden gezet. Maar de AIVD krijgt geen aftapmogelijkheid gericht op grote groepen Nederlanders.

Massaal en stelselmatig betaat niet

Wanneer BoF beweert dat met de nieuwe wet er straks massaal en stelselmatig communicatie kan worden opgevist met een sleepnet, vraag ik BoF niet alleen wat wordt bedoeld met ‘massaal en stelselmatig’, maar ik beweer ook dat dit niet kan.
Ten eerste is deze bevoegdheid (met toestemming) simpelweg gekoppeld aan een onderzoeksopdracht. Ja, natuurlijk wordt er soms veel naar binnen gehaald, maar dat moet op relevantie worden beoordeeld en als het niet relevant is moet het worden weggegooid. Ook daarop wordt toezicht uitgeoefend.

Verderop zegt BoF, dat de diensten alle communicatie die langs de wifi-hotspots van een grote provider in een stad komt, mogen opvissen. Ook dat kan niet, is te willekeurig, te bewerkelijk dus nauwelijks uitvoerbaar noch werkbaar. Tijd, middelen, geld en personeel ontbreken simpelweg.

AIVD niet op zoek naar 'onschuldige' en 'schuldige' burgers
Daarnaast heeft BoF (en ook vele andere tegenstanders van de WIV2017) het steeds over “onschuldige burgers” die niet in het vizier horen van de geheime diensten.
Dit slaat natuurlijk in wezen nergens op. Veel retoriek. Geldt dit dan alleen voor ‘schuldige’ burgers? Wie zijn dat? Hoe weet je nu wie schuldig is?
Los van het feit dat het een term is die voor de AIVD niet relevant is. ‘Schuld’ is een strafrechtelijke term.

"Zomaar" gegevens delen bestaat niet
Een ander misverstand dat de BoF aanhaalt gaat over gegevens die de geheime diensten binnen halen en on-geanalyseerd kunnen delen met buitenlandse diensten.

Het delen van dit soort gegevens met buitenlandse diensten gebeurt slechts met een beperkt aantal diensten, met diensten van wie de AIVD ook informatie krijgt. Alleen diensten met wie de AIVD - na zorgvuldige weging - heel nauw samenwerkt en vertrouwt.

Stel, je treft een laptop aan bij een target, dat aankomt op Schiphol, met 3 Terra aan gegevens. Hij komt uit het VK. Moet dan al die informatie op die laptop eerst worden geanalyseerd? Natuurlijk niet. Je vraagt alles over dat target aan de samenwerkende diensten in Groot-Brittannië en je kunt (behoort?) de nog niet geanalyseerde gegevens gewoon alvast delen. Ze zijn namelijk relevant voor het internationale (CTG-)onderzoek. Waarom? Omdat het target die bij zich had.

Privacy van ondergeschikt belang
Het delen van niet geëvalueerde gegevens wordt steeds besproken in relatie tot data verkregen uit kabelgewonden interceptie. Maar het gebeurt ook op een andere manier.

Denk aan de terrorist uit Rotterdam die na een tip van de AIVD werd gearresteerd. Hij had een laptop bij zich met veel daarop opgeslagen data. Tegenwoordig kun je meerdere terabytes kwijt op zelfs een extern opslag device. Al snel bleek er een belangrijke link met een ander land binnen de CTG-groep. Een land dat al met ernstige aanslagen te maken had gehad. Snelheid is dan geboden. Dan gaan de NL-autoriteiten natuurlijk niet eerst al die data analyseren of daar mogelijk iets tussen zit dat betrekking heeft op een Nederlandse onderdaan. Dan wordt simpelweg alles gedeeld met de collegedienst in kwestie. In de belangenafweging, terrorismedreiging versus bescherming van de privacy van Nederlanders, is dat laatste echt van ondergeschikt belang.

De ontvangende dienst moet zich natuurlijk wel aan de afspraken houden over de voorwaarden waaronder dergelijke informatie wordt verstrekt. Gebeurt dat niet, dan heeft dat gevolgen voor de samenwerking. Op zichzelf bezien is dat ook niet zo’n ingewikkeld besluit om te nemen, omdat de laptop in direct verband stond met dat target en aldus alle informatie op die laptop op dat moment als relevant kan worden beoordeeld.

Het delen van gegevens is sterk beperkt
Over het delen van nog grotere hoeveelheden data meestal verkregen uit kabelgebonden interceptie die voorafgaand aan het delen niet uitputtend kan worden beoordeeld, gelden voor verstrekking natuurlijk dezelfde eisen. Bovendien zal dat met slechts een beperkter aantal diensten gebeuren. Die moeten ook eerst door de weging komen (toestemming minister) om op dat niveau überhaupt voor samenwerking in aanmerking te komen.

Lastig is soms de samenwerking met landen als de VS (Bertholee in College Tour) en Israël, om er maar even twee te noemen. Die samenwerking vereist zeer goede afspraken en toezicht op de nakoming daarvan. Dat laatste is weleens lastig.
Natuurlijk zullen de AIVD en ook de MIVD proberen zoveel mogelijk Nederlandse kenmerken (e-mailadressen, telefoonnummers) te verwijderen. Maar ook dan geldt het vertrouwensbeginsel tussen de diensten heel sterk. Mocht een collega dienst dat vertrouwen beschamen en bij voorbeeld data uit door een Nederlandse dienst verstrekte dataset verkeerd gebruiken, dan heeft dat gevolgen.

Uitwisseling vooral bij contra-terrorisme
Dergelijke datasets zullen overigens alleen voor de belangrijkste onderzoeken worden gedeeld. Dus bij contra-terrorisme, bijvoorbeeld. Het is goed je te realiseren dat ‘de kabel’ alleen voor de belangrijkste onderzoeken betrokken kan worden. Niet voor radicalisering, economische veiligheid, die soort minder belangrijke onderwerpen.




31 januari 2018

Jonge Democraten geen snars verstand van WIV 2017


GEBREK AAN KENNIS WIV 2017 IS SCHRIKBAREND

Jonge Democraten

In de Volkskrant van maandag 29 januari 2018 maken twee leden van de Jonge Democraten hun partij volstrekt belachelijk. Uit hun verhaal over de nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv) blijkt dat zij geen  verstand hebben van inlichtingenwerk,  en op theoretisch juridisch niveau dramatisch te kort schieten.

 Zij vinden dat ‘de inlichtingendiensten uitstekend in staat zijn waardevolle informatie te verzamelen met hun huidige bevoegdheden’. Dat vinden meer mensen aan de zijlijn. Maar het gaat echt fout wanneer zij stellen dat de nieuwe Wiv een uitbreiding van aftapbevoegdheden geeft. Dit is een schijnbeweging. Diensten mogen nu al niet-kabelgebonden communicatie gegevens via de ether lucht binnenhalen, maar die mogelijkheden drogen op door veranderde technologische ontwikkelingen. Het verloren terrein mag ter compensatie worden aangevuld door interceptie op de kabel. Het is de zelfde bevoegdheid, maar dan op een andere manier.

Inlichtingen versus opsporing

De Jonge Democraten stellen dat het is toegestaan ook gegevens van onschuldige personen in de omgeving van een ‘verdachte’ te verzamelen. Een inlichtingendienst is niet geïnteresseerd in verdachten. Zo heten personen die zich mogelijk schuldig hebben gemaakt aan strafbare feiten. Die personen worden in de gaten gehouden door opsporingsdiensten, zoals de politie.

En dan komt de grootste miskleun; ‘alleen personen die worden verdacht van strafbare feiten mogen nu nog worden getapt’. Ook hier geldt weer, niet de AIVD, maar politie spoort ‘verdachten’ op. De Jonge Democraten moeten beter hun huiswerk maken,

Geheime dienst

De nieuwe Wiv  beperkt de AIVD en de MIVD in hun werkzaamheden meer dan mensen denken. Vóór het jaar 2002 was er helemaal geen wet, maar moesten de diensten wel hun werk doen. Dat gebeurde in het geheim. Nu is toestemming vooraf, evenals controle achteraf in de wet geregeld. Achterdochtige tegenstanders van de zogenoemde ‘sleepwet’ moeten veel positiever zijn.

Arjen Lubach

Vaak ontbreekt de kennis van de geschiedenis van diensten, het geduld om de Memorie van Toelichting te lezen en dus het begrip voor deze wet. Daarom heeft de overheid de plicht de burgers goed voor te lichten. In ieder geval is de website van de AIVD flink uitgebreid. Of de kennis ook  wordt opgepikt is twijfelachtig.
Tegenstanders van de Wiv houden pokhouterig vast aan de populistische term ‘sleepwet’ en zijn bang voor ernstige aantasting van hun privacy. Opmerkelijk dat zij wel naïef achter de zondagavondclown Arjen Lubach aanlopen. Onbewust van zijn overtuigingskracht wist hij het klapvolk te bewegen tegen een wet te gaan stemmen waarvan de inhoud hen onbekend is. Met de nieuwe Wiv mogen AIVD en MIVD minder zelfstandig werken; krijgen ze meer gecontroleerde opdrachten voor interceptie; moet niet alleen de minister maar ook de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden toestemming geven; en is er ook controle achteraf.

Doelgerichte opdracht

Qua werkmethoden verandert er weinig, procedureel-juridisch des te meer. Nog steeds wordt bij een doelgerichte opdracht (onderzoek cyberaanvallen) in stap 1 gekeken of al voldoende metadata bekend zijn of nog moeten worden binnengehaald (bulkinterceptie).
Bij de tweede stap -  waarvoor ook apart toestemming nodig is - wordt er geanalyseerd welke stukjes van de puzzel ontbreken. Op zoek naar patronen, net zoals Google of Bellingcat doen. Waar gaan targets naar toe, met wie hebben ze contact?
Zodra dat duidelijker wordt, bestaat de kans te weten waar de dreiging vandaan komt, maar nog niet precies ‘hoe groot het gevaar is’. Meer onderzoek is nodig en na opnieuw toestemming gaat het onderzoek verder, misschien is aftappen nodig op zoek naar de inhoud.
Zijn er uiteindelijk aanwijzingen van een concrete dreiging dan kan er een brief naar het openbaar ministerie met conclusies en aanbevelingen. Dan is het werk voor de AIVD in principe gedaan en moet het OM zelfstandig bewijs gaan verzamelen.

Er is nogal wat verbeterd!

Als je het werk van de vroegere BVD  afzet tegen dat van de AIVD nu, is nu wettelijk is vastgelegd wat de diensten vóór 2002 in het geheim deden. Deze verbetering geldt niet alleen  de toestemming vooraf en controle achteraf, maar de wet beschrijft ook een zichtbare privacybescherming.
De controle is beter geregeld dan in  omringende landen, dus tegenstanders van de verfoeide ‘sleepwet’ zouden eigenlijk heel tevreden moeten zijn. Er is nogal wat verbeterd!

Artikel  in bewerkte vorm gepubliceerd in
 'de Volkskrant' van woensdag 31 januari 2018
https://www.volkskrant.nl/opinie/tegenstanders-van-de-verfoeide-sleepwet-moeten-eigenlijk-heel-tevreden-zijn-er-is-nogal-wat-verbeterd~a4564148/

28 januari 2018

Waarom tegenstanders blij met ‘sleepwet’ moeten zijn

Waarom tegenstanders ‘sleepwet’ blij moeten zijn

De nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (WIV2017) beperkt de AIVD en de MIVD meer in hun werkzaamheden dan veel mensen denken. Vóór het jaar 2002 was er helemaal geen wet, maar moesten de diensten wel hun werk doen. Dat gebeurde in het geheim soms zonder ministeriële toestemming. Nu is toestemming vooraf, evenals controle achteraf in de wet geregeld. Achterdochtige tegenstanders van de zogenoemde ‘sleepwet’ moeten veel positiever zijn.

Metadata

Bits of Freedom (BoF) is positief kritisch en leidt de discussie over wat er wel en (nog) niet goed is geregeld en stelt vijf verbeteringen [1] in de WIV voor. Een daarvan gaat over de drie artikelen van de ‘sleepwet’, de naam die hier wel onterecht [2] wordt gebruikt. Onterecht omdat BoF stelt dat in de WIV is geregeld dat er ‘bijvoorbeeld ongefilterde communicatie tussen een stad als Utrecht en Syrië wordt onderschept, waarbij telefoongesprekken van onschuldige (!) burgers worden afgeluisterd en e-mailtjes meegelezen’. Nee, providers verstrekken slechts metadata, gegevens van telefoonnummers of IP-adressen, niet de inhoud van gesprekken of van e-mails!

BoF stelt ook dat de diensten nu meer gegevens mogen binnenhalen dan voorheen. Dit is een schijnbeweging. Diensten mogen nu al gegevens via de lucht binnenhalen, maar dat inlichtingenmiddel droogt op door veranderde technologische ontwikkelingen. Het verloren terrein mag ter compensatie worden aangevuld door interceptie op de kabel. 

Loopgravenoorlog

Vaak ontbreekt het aan kennis van de geschiedenis van diensten, aan geduld om de Memorie van Toelichting te lezen en dus aan begrip voor deze wet. Vooral een warboel aan opiniestukken in de media vertroebelen de discussie. Daarom heeft de overheid de plicht de burgers goed voor te lichten. In ieder geval is de website van de AIVD flink uitgebreid. Of de kennis ook daadwerkelijk wordt opgepikt is twijfelachtig.
Tegenstanders van de WIV houden pokhouterig vast aan de populistische term ‘sleepwet’ en zijn bang voor ernstige aantasting van hun privacy. Opmerkelijk dat zij wel naïef achter populisten aanlopen.
Zelfs de zondagavondclown Arjen Lubach wist zonder zelf de impact van zijn satire te beseffen het klapvolk te bewegen tegen een wet te gaan stemmen waarvan de inhoud hen onbekend is. Hier dreigt een dommige ‘zwartepiet’ discussie, waarbij verschillende stellingen niet worden onderbouwd en naar meningen niet meer wordt geluisterd. Een loopgravenoorlog! 

Syrische terroristen

Vóór het jaar 2002 was er helemaal geen wet en moesten de diensten in het geheim, soms met toestemming van de minister vooraf maar nauwelijks controle achteraf, operaties opzetten voor de bestrijding van terrorisme. Bijvoorbeeld in 1975, toen vier Syrische terroristen in Amersfoort een trein uit Rusland met Joden wilden kapen. Na een tip van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) arresteerde de Amsterdamse politie de vier mannen. Hoe werkte dat toen?[3]  

Interceptie

Buitenlandse inlichtingendiensten stelden (delen van) telefoonnummers van personen en organisaties ter beschikking aan westerse veiligheidsdiensten – ook aan de BVD - om telefonische contacten tussen terroristen in het Midden-Oosten en West-Europa vast te kunnen stellen. Telefoongesprekken vanuit Nederland naar Syrië kwamen in 1975 nog niet automatisch tot stand. Je moest eerst bellen met de Amsterdamse telefooncentrale. Daar werd door provider PTT (nu KPN) de verbinding opgezet en de metadata ‘wie belt met wie’ overgezet op ponskaarten.

  
Lange lijsten metadata werden dagelijks en handmatig door de BVD bekeken of er ook contacten met verdachte telefoonnummers tussen zaten. Onbelangrijke telefoonnummers (circa 99%) werden direct weggegooid. Nog geen 1% werd direct inhoudelijk onderzocht. Op een dag bleek dat er vanuit een hotel in Amsterdam was gebeld met verdachte contacten in Damascus/Syrië. Dit spoor leidde uiteindelijk terug naar vier Syrische terroristen in een Amsterdams hotel. Vervolgens werd uit verdere analyse duidelijk dat zij in Nederland (Amersfoort) een trein wilden kapen en werden zij in de nacht voor de geplande aanslag gearresteerd.

Blijkbaar kon een terreuractie ook zonder onderzoeksopdracht of aanwijzingen van het kabinet, worden voorkomen. Op eigen initiatief, intelligent bedacht en met vakmanschap uitgevoerd. Strikt genomen is daar (nog steeds) geen opdracht voor nodig. 

Onderzoeksopdracht

Nu komt er een nieuwe WIV2017. Daardoor mogen AIVD en MIVD minder zelfstandig werken en krijgen meer gecontroleerde opdrachten voor interceptie en moet niet alleen de minister maar ook de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) toestemming geven en is er ook controle achteraf (CTIVD).


Qua werkwijze is inhoudelijk weinig, maar procedureel juridisch veel veranderd. Ook nu wordt bij een doelgerichte opdracht (onderzoek cyberaanvallen) in stap 1 gekeken of al metadata bekend zijn of nog moeten worden binnengehaald (bulkinterceptie). Metadata zijn stukjes van een puzzel.

Bij de tweede stap (ook hiervoor is apart toestemming nodig) wordt er geanalyseerd welke stukjes van de puzzel ontbreken. Bijvoorbeeld hoe maak je een telefoonnummer compleet, of op welk adres of in welk land zit een target, spion of terrorist. Niet meer met de hand maar met de computer. Op zoek naar patronen, net zoals Google of Bellingcat doet. Waar gaan targets vaak naar toe, met wie hebben ze vaak contact? Kloppen deze gegevens misschien met al bestaande informatie.

Zodra de puzzel duidelijker wordt, bestaat de kans te weten waar de dreiging vandaan komt, maar nog niet precies ‘hoe groot het gevaar is’. Meer onderzoek is nodig en na opnieuw toestemming gaat het onderzoek verder, misschien is aftappen nodig op zoek naar de inhoud.
Zijn er uiteindelijk aanwijzingen van een concrete dreiging dan kan er een brief naar het Openbaar Ministerie (O.M.) met conclusies en aanbevelingen. Dan is het werk voor de AIVD in principe gedaan en moet het O.M. zelfstandig bewijs gaan verzamelen. 

Conclusie

Wanneer het werk van de BVD van vroeger wordt afgezet tegen dat van de AIVD anno 2018, is duidelijk dat nu wel wettelijk is vastgelegd wat de diensten vóór 2002 in het geheim deden. Deze verbetering geldt niet alleen voor de toestemming vooraf en controle achteraf, de wet beschrijft ook een zichtbare bescherming (klachtenregeling) van de privacy.

Wanneer het besef doordringt dat de controle beter is geregeld dan in ons omringende landen, is eveneens duidelijk dat tegenstanders van de verfoeide ‘sleepwet’ eigenlijk heel tevreden moeten zijn.

Er is heel veel verbeterd! Maar laten we deze wet over twee jaar wel goed evalueren.




[1] https://www.bof.nl/2018/01/16/livestream-voor-eenbeterewet-nl/
[2] https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2017Z18166&did=2017D37427
[3] http://3secretfingers.blogspot.de/2016/06/arrestatie-syriers-na-datamining.html

Op 31 januari 2018 verscheen een bewerking van dit artikel op
 https://www.netkwesties.nl/1127/waarom-tegenstanders-sleepwet-blij-mogen.htm

7 november 2017

Heeft AIVD wel ‘sleepnet’ nodig?


 Het is een knap staaltje werk dat de AIVD laat zien. Ondanks een verlepte wet uit 2002, met pre-jihadistische bijzondere inlichtingenmethoden en met jong en onervaren personeel zonder bijzonder veel historisch besef, is het gelukt om jihadistische aanslagen buiten onze landsgrenzen te houden.

Heeft AIVD wel ‘sleepnet’ nodig?
De meningen over de redenen van het uitblijven van aanslagen in Nederland zijn nogal divers. Professoren, onderzoekers, inlichtingenexperts en journalisten dragen verschillende oorzaken aan. Ik denk dat - ondanks het klagen van de AIVD over het gebrek aan mogelijkheden om jihadisten digitaal op de voet te volgen- gedreven medewerkers van die dienst met de huidige tot hun beschikking staande legio inlichtingenmiddelen en in samenwerking met andere diensten best in staat zijn gebleken hun werk te doen.


Ook zonder de dringend gewenste onderzoeksopdrachtgerichte (OOG-) interceptie vonden er geen jihadistische aanslagen plaats in Nederland. Heeft de AIVD wel een ‘sleepnet’ nodig?



OOG-interceptie is internationale verplichting.
De bevoegdheid van de Nederlandse inlichtingendiensten om onderzoeksopdrachtgerichte interceptie te verrichten is een belangrijke voorwaarde om in de internationale inlichtingenwereld een rol te blijven spelen in de strijd tegen jihadistisch terrorisme.
Daarnaast werken het Cyber Commando van Defensie en de Joint Sigint Cyber Unit (JSCU) van de MIVD en AIVD in een geheimzinnige, digitaal geavanceerde oorlog tegen kwaadwillende cyberspionagediensten uit landen als Rusland, Iran, Noord-Korea en China. 

Internationaal ‘lachertje’
De laatste keer dat Nederland en de veiligheidsdiensten internationaal de risee in Europa waren, dateert van eind vorige eeuw, toen duidelijk werd dat ons land als enige niet over een buitenlandse inlichtingendienst beschikte. De toenmalige Inlichtingendienst Buitenland (IDB) was in 1994 door het kabinet-Lubbers opgeheven. Pas in 2002 konden de huidige AIVD en de MIVD weer een volledige ‘buitenlandtaak’ op zich nemen.

Eind vorige eeuw waren onze veiligheidsdiensten de risee in Europa toen bleek dat Nederland als enige land niet over een buitenlandse inlichtingendienst beschikte. De Inlichtingendienst Buitenland (IDB) was in 1994 opgeheven.
Zo’n lachertje mag Nederland niet nog eens worden, juist niet nu de AIVD een voortrekkersrol vervult binnen de Europese Counter Terrorism Group (CTG). Dat schept verplichtingen zoals de invoering van een moderne inlichtingenwet, waarin internationale uitwisseling van gegevens goed is geregeld.

Maar ook buiten Europa en op andere terreinen dan contra-terrorisme moet je meekunnen met de grote(re) diensten. Gesteund door onder andere de Britse diensten hebben juristen van de AIVD jarenlang gesleuteld aan de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdienst die op 1 januari 2018 in werking treedt. Daarom is deze wet meer een morele internationale verplichting dan noodzakelijk in de strijd tegen terrorisme.

MIVD in geheimzinnige, digitale oorlog
Voorstanders van de nieuwe wet vinden dat de AIVD gelijke tred moet houden met de digitale ontwikkelingen in de wereld. Dat is ook het minste dat de hele Nederlandse overheid moet doen, of het nu de AIVD, de Belastingdienst, het leger, of de politie is.

Vooral de MIVD moet door onderzoeksopdrachtgerichte (OOG-) interceptie beter op de hoogte raken van bewegingen, verplaatsingen, doelen en snode plannen van terroristische groeperingen in de uitzendgebieden van Defensie. Die informatie kan wereldwijd levens van (Nederlandse) militairen redden. 
 
Daarnaast werken het Cyber Commando van Defensie
en de Joint Sigint Cyber Unit (JSCU) van de MIVD en AIVD samen aan digitale verdedigingsstrategieën tegen kwaadwillende inlichtingendiensten. In een analyse stelt Huib Modderkolk (Volkskrant) dat digitale wapens als NotPetya sinds het begin van deze eeuw gericht worden ingezet om systemen kapot te maken. Het is een geheimzinnige, digitaal geavanceerde oorlog die de MIVD verplicht verdedigingsstrategieën te hanteren zoals omschreven in de nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2017.

Ramblas
Het is duidelijk dat er veel, heel veel dreigingen kunnen worden onderkend met behulp van de huidig bestaande (bijzondere) inlichtingenmiddelen. Maar wanneer de tegenstanders gebruik maken van complexere digitale systemen, moet je je aanpassen en moet je meegroeien om Nederland veiliger te maken in de huidige vijandige digitale wereld. En dan nog is er geen garantie. Kijk maar naar de CIA die Spanje tipte over een mogelijke aanslag op de Ramblas. Menselijke inschattingen over een al dan niet acute dreiging blijven doorslaggevend.

Bewaartermijn
Tot slot wordt door tegenstanders van de wet zijdelings stelling genomen tegen de driejarige bewaartermijn van gegevens. Dat is raar. Elke onderzoeker, elke journalist weet hoe groot de belangen zijn van een prima functionerend archiefstelsel voor de geschiedschrijving. Dat geldt onverminderd voor de AIVD en MIVD.

Er kan geen angst bestaan over 'misbruik' van de verzamelde relevant geachte data. De termijn van drie jaar is van belang omdat ook de tegenstanders van de inlichtingendiensten een langer geheugen hebben dan drie jaar en soms zelfs langer dan drie jaar de tijd nemen om een goed netwerk op te bouwen en een eventuele terroristische aanslag nauwkeurig voor te breiden. Het is dus belangrijk je archief op orde te hebben.
Er kan geen angst bestaan over 'misbruik' van persoonsgegevens van de inlichtingendiensten. Die worden immers nu ook nooit openbaar gemaakt en zorgvuldig gedurende tientallen jaren in kluizen bewaard. Dus dat is niet nieuw.
Zelfs de 'angst' over het hacken van data is volstrekt ongegrond; de interne datasystemen van de AIVD / MIVD zijn niet aangesloten op de systemen van het internet. Terwijl internet toch een voorwaarde is om te kunnen hacken!

Hackers/experts beweren:

"Natuurlijk kan dat WEL, maar dit lijkt bij de AIVD bijzonder onwaarschijnlijk. De dienst is de moeilijkst toegankelijke inlichtingendienst.Je kunt nooit binnenkomen met een datadrager en dus is het risico van een USB- aanval - voor zover dit al mogelijk is - zeer beperkt tot kwaadwillende mensen".

EN

"Het is zonder internet theoretisch mogelijk, er zijn verschillende methoden, maar is bij de AIVD echter in praktijk heel moeilijk uit te voren. En als iemand het kan, zijn het vooral inlichtingen diensten natuurlijk".


Cyberspionagediensten
De AIVD heeft tot nu toe jihadistische aanslagen in Nederland helpen voorkomen en zelfs kunnen verstoren. Om aansluiting te houden bij digitale ontwikkelingen is de ‘sleepwet’ voor de binnenlandse veiligheid noodzakelijk, voor de MIVD in het buitenland zelfs cruciaal en een morele verplichting om collega-diensten bij te staan in de strijd tegen aanvallen door buitenlandse cyberspionagediensten.

De AIVD gaat meer duidelijkheid geven over processen of procedures om weerstand en argwaan tegen de inlichtingendiensten een beetje weg te nemen. De dienst is daadwerkelijk een nieuwe weg ingeslagen en streeft met voorzichtige openheid naar meer acceptatie van de nieuwe wet.


https://www.aivd.nl/onderwerpen/nieuwe-wet-op-de-inlichtingen--en-veiligheidsdiensten/onderzoeken-digitale-datastromen


INLICHTINGENSOAP over IS-reizigers

Wie controleert wie bij AIVD, NCTV, CTIVD en Justitie? INLICHTINGENSOAP over IS-reizigers Waren degenen die naar IS-gebied afreisd...